Informatie -> Voortplanting ->
Genetica van de kleuren
zo, 16 oktober, 2011
Informatie -> Voortplanting ->
De basisbegrippen van Genetica
vr, 14 oktober, 2011
Informatie -> Voeding ->
Te vermijden
do, 13 oktober, 2011
Informatie -> Voortplanting ->
De eerste twee weken
wo, 12 oktober, 2011
Informatie -> De kleuren van de Sphynx ->
De EMS-codes
di, 11 oktober, 2011
Kittens ->
Mogelijke kleuren
di, 27 september, 2011
Informatie -> Hygiëne ->
Onzindelijkheid
di, 27 september, 2011
Informatie -> Kattengeuren ->
Geuren en smaken
zo, 25 september, 2011
Informatie -> Ziektes ->
diabetes
za, 24 september, 2011
Informatie -> Ziektes ->
FIP
zo, 21 september, 2011
Informatie -> Voeding ->
Eten en eetgewoontes
za, 10 september, 2011
Informatie -> Voeding ->
Vitamines
Sphynxkitty's Gastenboek
Geplaatst door peter meuleman za, juli 10, 2010 22:09:12
Het houden van een cattery houdt onder andere in dat mensen je in vertrouwen moeten nemen.
In eerste instantie betekent dit dat er een goed gevoel moet zijn bij het contact.
Wij van Sphynxkitty streven ernaar de mensen zoveel mogelijk in te lichten over het verkrijgen en het houden van een Sphynxje.
Laat hier gerust je bevindingen achter.
reageer
20 reacties :
Geplaatst door Carine Verhuyght zo, november 20, 2011 20:47:36
Hallo Peter en Rosalba,
Ik heb "ongelooflijk" genoten van al jullie prachtige foto's en video's.
Ik ben al jaren "zot" van Sphynxkatten, maar mijn omgeving deelt deze
mening niet. Momenteel hebben we nog 2 asielpoesjes in ons bezit, waarvan
Kouros een echt moederskindje is, bedelen voor knuffelkes enz. Ik ben elke
dag thuis en heb echt gezelschap nodig. Dus duidelijke afspraak gemaakt
met echtgenoot, de volgende poes zal en moet een sfinx zijn. Niet dat ik
mijn asielpoesjes weg wil, maar wie weet sta ik de "toekomst" eens aan
jullie deur.
Nog veel succes gewenst.
Carine.
Geplaatst door peter meuleman wo, september 18, 2011 18:01:34
We zouden iedereen willen danken voor de positieve reacties.
Het doet ons veel plezier zo gewaardeerd te worden.
groetjes,
Peter en Rosalba
Geplaatst door Tina Helsen vr, september 2, 2011 15:29:54
Hallo Peter en Rosalba!
Wat een ontvangst!! Door jullie en door de katten...de ene was nog niet van je schoot of de volgende stond al klaar!
Fijn om zoveel toewijding en kennis te zien. Bedankt ook voor de uitgebreide en enthousiaste uitleg.
Nu kunnen we beginnen met ons huisje 'katleuk' en 'katveilig' te maken en (ongeduldig) aftellen naar eind oktober!
Heel veel succes met de opvoeding van 'ons' katertje (en zijn broertje en zusjes natuurlijk!)
Tot binnenkort!
Chris en Tina
Geplaatst door Sonja vr, augustus 26, 2011 12:57:33
Beste Sphynxkitty,
Ik was samen met Rita bij jullie op bezoek. Hoewel ikzelf geen kattenliefhebber ben, heb ik veel bewondering voor jullie cattery!
Jullie parate kennis over het ras is verbazingwekkend. De cattery is heel netjes.
Ik keek mijn ogen uit naar het enthousiasme en de inzet waarmee jullie met de diertjes omgaan.
Het moet een heerlijk kattenleven zijn bij jullie!!!
Dikke proficiat!
Sonja
Geplaatst door Lina en Francis wo, augustus 24, 2011 13:22:18
Dag lieve mensen,
Diegenen die hier reageren zijn in onze ogen allemaal lieve mensen, daar ze interesse hebben in zulke lieve wezentjes, nl de Sphynx !
Het karakter komt zo een beetje overeen ;-)
Wij zijn reeds in het bezit van 2 zulke lieve mooie poezen en zijn van plan om er nog 2 bij te nemen dit jaar !
Wij zijn verleden zondagavond nog naar Gentbrugge gereden en werden er echt goed ontvangen door Rosalba en Peter,
wij werden gerustgesteld en mochten van elk rondlopende Sphynx profiteren, nl strelen en aaien,
de diertjes hadden er echt geen last van, integendeel, het was precies dat ze ons al jaren kenden !
Ook hebben we voor kitten 4 gekozen dat normaal pas in oktober bij ons zal zijn.
Onze 4de Sphynx moet nog geboren worden en de mama is de zeer mooie Posh...da belooft ;-)
Verder wensen wij Rosalba en Peter nog veel succes met hun cattery en hopelijk tot gauw.
Groetjes aan iedereen.
Lina en Francis en Missy en Dina onze reeds aanwezige Sphynxpoesjes ;-)
Geplaatst door Stéphanie Moyaert za, augustus 20, 2011 16:51:28
Dag Rosalba en Peter,
Bedankt voor het onthaal en al de informatie die we dinsdag hebben gekregen!!
We hopen stiekem dat kitten nummer 3 groene ogen zal hebben ;-). Ik kijk er al naar uit ze te komen ophalen!
Groetjes,
Stéphanie
Geplaatst door Rita do, augustus 18, 2011 12:20:48
Dag Peter en Rosalba,
Maandag laatstleden was het een heel fijn bezoek aan jullie!!!
Ik ben heel blij dat ik de knoop heb doorgehakt en heb beslist om kitten nummer 1 van het huidige nest te kopen.
Kitten nummer 1 zal voor mij altijd 'nummer 1' blijven en
ik zal in de toekomst zeker contact blijven houden met haar gastvrije, nette en gezellige thuis!
Bedankt voor de goede ontvangst en de vele uitleg.
Proficiat met jullie cattery!
groetjes,
Rita
Geplaatst door Lieve Vermeiren di, augustus 9, 2011 09:12:59
hallo rosalba en peter,
eerst wil ik zeggen dat ik super blij ben dat ik jullie heb leren kennen .
niet enkel voor kiara die je hier kocht maar ook voor de fijne sphynx mensen die in jullie zit .
en dan wat je voor mijn gedaan hebt wat shando betreft .
nee jullie weten wat jullie willen een goede en fijne sphynx cattery .
en dat is nu al top .
grtjes jan en lieve
van cattery mystery mansion
Geplaatst door Marijke en Philip do, mei 19, 2011 11:57:39
Dag Peter en Rosalba,
Bedankt voor de fijne ontvangst gisteren. Het is duidelijk dat de kittens in een nette, liefdevolle omgeving opgroeien.
Het was voor ons ook belangrijk dat er tijd gestoken wordt in het socialiseren van de kittens en dat is bij jullie zeker zo!
Alle info die we wilden hebben we gekregen en we kunnen ook veel lezen op jullie site.
Onze Freya heeft ons hart gestolen en we kunnen niet meer wachten tot ze naar huis mag komen!
Groetjes,
Marijke, Philip en de kindjes.
Geplaatst door Wendy Van Wingen di, mei 17, 2011 20:49:02
Dag Peter en Rosalba,
Het is plezant dat jullie ons zo op de hoogte houden over onze kitten.
Wij kijken er naar uit tot we ze mogen komen halen.
Groetjes
Wendy & Filip
Geplaatst door Nathalie en Jelle wo, mei 04, 2011 16:06:02
Hallo Rosalba en Peter,
Nathalie en ik waren heel aangenaam verrast door de gastvrije ontvangst vorige week!
Wij hebben er meteen een goed gevoel om bij jullie een sphynxkitten te komen halen,
wij hebben een zeer uitgebreide en boeiende uitleg gekregen over het houden en verzorgen van deze prachtige katjes!
Wij kunnen amper nog wachten tot begin juni! Wij kijken elke dag naar jullie mooi afgewerkte website voor nieuwe foto's of filmpjes!
Tot binnenkort!
Groetjes, Nathalie en Jelle
Geplaatst door Rita do, april 14, 2011 09:16:44
Wat zijn die kittens al fel gegroeid zeg!
Leuk dat jullie op de site vaak nieuwe foto's tonen!
Rita
Geplaatst door De Troch - D'hont wo, april 13, 2011 17:21:16
Hallo Peter en Rosalba,
Eerst en vooral bedankt voor de gastvrije ontvangst die we gekregen hebben vorige zaterdag.
Na een teleurstelde gebeurtenis met een vorige kweker zijn we zeer blij dat we eindelijk mensen gevonden hebben die we kunnen vertrouwen.
Het was niet gemakkelijk om Roan het nieuws te vertellen dat het niet doorging met de vorige poes.
Toen we zagen wat voor tijd en zorg jullie in de kittens en de volwassen poezen steken waren we overtuigd dat we nu juist zaten.
Ook al zijn wij zelf niet alle dagen bij ons "tijgertje",
toch geven jullie ons het gevoel dat we geen enkele seconde van zijn jong leven moeten missen.
Bedankt om het filmpje te posten op jullie site. Die is trouwens zeer professioneel gemaakt.
Tot binnenkort,
Familie De Troch - D'hont
Geplaatst door Rita za, april 2, 2011 21:27:49
Hallo Rosalba,
Bedankt voor de zeer gastvrije ontvangst gisteren! Wat een mooi nestje hebben jullie weer! Stuk voor stuk mooie Sphynxjes!
Ik kom zeker nog eens bij jullie terug wanneer mijn tijd rijp is om zo'n prachtig Sphynxje van jullie te kopen!
Wat op jullie site te zien en te lezen is is niet gelogen:
die poezen worden heel proper, professioneel en met heel veel warme aandacht en zorg door jou opgevoed in de huiskamer. Proficiat!
Succes en tot ziens!
Rita
Geplaatst door cattery Noxalys zo, november 14, 2010 20:22:50
Wij zijn erg blij dat Posh het zo naar haar zin heeft bij jullie thuis.
We hopen dat zij mooie en lieve kittens zal geven, veel geluk met jullie mooie Sphynx cattery!!
Lieve groetjes, Rixt
Geplaatst door theiry en sabine wo, november 03, 2010 07:47:00
Hoi rosalba en peter,
Bedankt voor de warme ontvangst op 15/10.
Super hoe jullie met (eventuele kopers) omgaan dit betreffende de informatie die wij kregen en de tijd die jullie daaraan besteden.
Je voelt en ziet direct wat voor dierenliefde jullie hebben.
Daar moeten nog veel mensen een voorbeeld aan nemen hoor.
Heb al aan vele mensen verteld hoe wij ontvangen waren, hopend dat ze ook es een kijkje komen nemen naar jullie volgend nestje.
Jullie site is ook héél proffesioneel.
groetjes, theiry en sabine
Geplaatst door Evelien zo, oktober 17, 2010 11:37:18
Hallo Peter en Rosalba,
Wij hebben een zeer lieve schat van jullie, Harmachis(aka Hemera).
Ze is even prachtig gebouwd als haar papa. We zijn door jullie goed ontvangen,
goed geïnformeerd geweest en vooral eerlijk behandeld.
Dit was zeer belangrijk aangezien we de dag ervoor onze sphynx verloren hadden van 10 maanden oud (die we in een dierenwinkel hadden gekocht).
We zijn zeker geïnteresseerd om jullie nestjes op te volgen om nog een tweede sphynx te nemen. super!
groeten,
Evelien
Geplaatst door Van Rooij kathy vr, oktober 01, 2010 22:06:53
Hallo Peter en Rosalba,
het is weer even geleden hè ; Ik wilde graag laten weten aan iedereen die leest dat Mika een geweldige dekkater is gebleken te zijn.
De combinatie met mijn Delicious heeft mooi getypeerde sphynxjes gebracht en dit dankzij de mooie Mika.
Zijn profiel is gewoon perfect volgens het standaard en hij is een kanjer van een kater,
zeer lief en aanhankelijk, een gedroomde vader voor elk kitten.
Nogmaals bedankt dat ik van hem gebruik mocht maken om mijn droom te verwezenlijken.
Met vriendelijke groeten,
Kathy
Geplaatst door Gina Van Breda wo, september 22, 2010 20:58:02
Hallo,
Ik wilde jullie nog eens eventjes bedanken voor de warme ontvangst die wij zondag bij jullie thuis kregen.
Jullie namen alle tijd van de wereld om op onze vragen te antwoorden en
het was voor ons meteen duidelijk dat het hele huis spik en span was en de katten supergezond en goed verzorgd waren.
Volgens mij besteden jullie veel tijd aan de socialisatie van kittens, wat ik het allerbelangrijkste vind.
Meer kan een koper zich niet van een cattery wensen!!
Heel veel groetjes en ik kijk alvast uit naar de fotootjes!!
Gina (Eos en Epona)
Geplaatst door Ellen Van Onckelen za, augustus 28, 2010 13:44:26
Hoi,
Was eens komen kijken of er al nieuws was over het nieuwe nestje..
zou graag de broertjes en zusjes van Havana(aka Hekate) ontmoeten !
Wou jullie nogmaals bedanken voor de goede zorgen, mijn lieve meid is goed verzorgd en verwend geweest !
Ook bedankt voor de goede begeleiding naar de verzorging van het kleine meisje..
Aan iedereen die dit leest, ik kan u met volle overtuiging bevestigen dat
als jullie een kitten in huis willen halen dat je zeker en vast op de juiste plaats bent..
het kitten is perfect verzorgd en opgevoed, je kan er terecht met al je vragen en
ze begeleiden je zelfs voor zolang je zelf wilt na verkoop ! Zeker en vast aan te raden !!
Als het nieuwe nestje geboren is, laat me dan zeker en vast iets weten..
wie weet komt er wel een nieuw zusje voor Havana zodat ze een speelkamaraadje heeft !
Nogmaals bedankt voor alles !!
Groetjes
Ellen
Contacteer ons
Heb je vragen, aarzel dan zeker niet, Sphynxkitty helpt je graag!
        
voor webmailgebruikers : stuur hier een berichtje
We stellen ons graag aan u voor. We zijn Peter en Rosalba uit Gent.
We hebben een cattery SPHYNXKITTY. Oorspronkelijk zijn we begonnen met Sahana en Mika. Later kwamen Posh, Shadow en Kiara erbij.
Ondertussen zijn daar nog de wereldkampioen 2011 Balthasar en de internationale kampioen Shakira bijgekomen, samen met hun vriendinnetjes Cleopatra en Kankje.
Doordat hier altijd iemand thuis is, kunnen we de grootste zorg besteden aan onze poezen.
We hechten heel veel belang aan hygiëne, verzorging en aandacht.
De krabpalen wordt regelmatig gereinigd en ontsmet met Dettol en een scheut bleekwater, de omgeving van de kattebakken dagelijks.
Hun dekentjes worden wekelijks gewassen. Alle poezen worden wekelijks in bad gewassen,
de nageltjes worden zuiver gemaakt en geknipt en de oortjes worden uitgekuist.
Ze genieten ervan dat altijd iemand hen aandacht kan geven.
Ze hebben bij manier van spreken een fulltime verpleegster en vroedvrouw ter beschikking.
Bij ons komt de gezondheid van onze kittens op de eerste plaats.
Wij vinden het heel belangrijk nooit gebruik te maken van benches.
De kittens groeien op in een gezin met kinderen ; daardoor zijn ze maximaal gesocialiseerd :
ze hebben geen schrik van de stofzuiger of van kinderen of vreemden.
We zijn vrij streng voor onze poezen : we leren het ook aan de kittens :
Ze komen niet buiten ; ze blijven mooi aan het schuifraam zitten.
Ze mogen niet aan planten komen.
Ze mogen niet op de tafel of op de kasten.
Ze mogen niet bedelen aan tafel. Als we gedaan hebben met eten,
schuiven we de stoel naar achter ; dan mogen ze op de schoot.
Ze mogen niet naar boven.
We laten hen niet toe in bed.
De toekomstige bedienden van onze kittens worden volledig opgeleid.
We leggen alles uit hoe ermee om te gaan en tonen hoe hen te verzorgen.
Met het kitten wordt een dekentje meegegeven zodat het een vertrouwde geur bij zich heeft.
Het kitten is 2 maal gevaccineerd, 3 maal ontwormd en indien gewenst ook gechipt.
kleur :
Black(natural) mink white van (type tonkanese)
kleur ogen : Blauw (aquamarijn)
Mika Philum
Mika geniet van zijn pensioen...
Yémayà
geboren 15/09/2011
kleur : Black
kleur ogen : Groen
Kankje
geboren 14/02/2011
kleur : Chocolate Point & White
kleur ogen : Blauw
Cleopatra
geboren 08/10/2007
kleur : Red Point
kleur ogen : Blauw
Behaalde titels : CAC + CACIB
getest op
FIV, FeLV, PKD, HCM
Int.Ch. Shakira of Love of my Life
geboren 20/07/2006
kleur : Black & White
kleur ogen : Groen
Behaalde titel :
Internationaal kampioen
getest op
FIV, FeLV, PKD, HCM
Miss Shadow
geboren 11/08/2008
kleur : Black Tortie Tabby
kleur ogen : Groen
Behaalde titels : U1 CAC + CACIB
KIARA
geboren 14/02/2011
kleur : Blue Point with White
kleur ogen : Blauw
SAHANA
geboren 18/06/2007
kleur : Blue-white with Cream
kleur ogen : Blauw
getest op
FIV, FeLV, PKD, HCM
in jan 2011
POSH
geboren 18/10/2007
kleur : Blue
kleur ogen : Groen
getest
op FIV, FeLV, PKD, HCM
in jan 2011
Sahana x Mika
maart 2010
Moira
Black Tabby
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Hekate
Blue and White Tortie
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Hera
Chocolate
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Hemera
Chocolate
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Hera
Zij betekent de lucht, de atmosfeer, die de vruchtbaarheid op de aarde doet neerdalen, maar tevens het veranderlijkste van alle elementen is.
Haar naam duidt haar aan als de meesteres van alles wat bestaat.
Hemera
Hemera was in de Griekse mythologie de goddelijke personificatie van de dag.
Volgens de mythe zou Hemera Tartarus (de onderwereld) verlaten wanneer Nyx (de nacht) binnenkwam en vice versa.
Zo verklaarden de Grieken de natuurlijke wisseling tussen dag en nacht.
Hekate
Hekate was een Titane, de godin van de tovenarij, de geboorte en de maan. Ze werd vooral aangeroepen tijdens de geboorte van een kind.
Moira
Moira is de personificatie in de Griekse mythologie voor het lot.
Sahana x Mika
september 2010
Eos
Godin van de dageraad
Black and White Tortie
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Epona
Godin van de vruchtbaarheid
Black and White Bicolor
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Eochaidh Ollathair
De goede God, de vaderfiguur, de beschermer
Red Tortie
mannetje
nieuwe thuis gevonden
Eros
God van de liefde en het schoonheids- verlangen
Black Tabby Mackerel
mannetje
nieuwe thuis gevonden
Eos
Godin van de dageraad
Epona
Godin van de vruchtbaarheid
Eochaidh Ollathair
De goede God, de vaderfiguur, de beschermer
Eros
God van de liefde en het schoonheidsverlangen
Posh x Mika
maart 2011
Daya
kitten 1
Blue Tabby
vrouwje
nieuwe thuis gevonden
Miko
Kitten 2
Blue Tabby
mannetje
nieuwe thuis gevonden
Helios
roepnaam 'Tijgertje'
kitten 3
Black Tabby
mannetje
nieuwe thuis gevonden
Freya
kitten 4
Lilac
vrouwtje
nieuwe thuis gevonden
Fester
kitten 5
Black Tabby
mannetje
nieuwe thuis gevonden
Daya (Sikhisme)
Daya of Compassie is een fundamentele leer van de Sikh-religie.
De andere vier kwaliteiten in het arsenaal zijn: Waarheid ( zat ), Tevredenheid ( Santokh ), Nederigheid ( Nimrata ) en Liefde ( Pyar ).
Deze vijf eigenschappen zijn essentieel voor een Sikh en het is hun plicht om te mediteren.
DAYA (meestal gespeld Daia in het Punjabi), uit het Sanskriet "Day" betekent "sympathiseren met, medelijden hebben met".
Het betekent 'lijden aan het lijden van alle anderen'. Het is dieper en meer positief in het sentiment dan sympathie.
Daya, cognitief, merkt vreemde pijn; affectief, het wordt erdoor geraakt en beweegt met affectieve reacties voor de lijder en met vriendelijkheid en vergeving.
Een doordrenkt met Daya "kiest liever om zelf te sterven dan anderen veroorzaken om te sterven", zegt Goeroe Nanak
"Miko" is een oude japanse term die stond voor "vrouwelijke shamaan; medium; profeet; priesteres". Deze vrouwen voerden mirakelen uit.
Vroeger werden de vrouwen die in trances gingen, en met de goden spraken, miko genoemd.
Ze konden worden vergeleken met de orakels uit Griekenland. De woorden die de miko spraken zouden direct van de Goden afkomstig zijn geweest.
Miko moesten maagden zijn, al werden er soms uitzonderingen gemaakt wanneer een vrouw een uitzonderlijk sterk karakter had.
Een miko had een leeftijd tussen de dertien en de vijfentwintig jaar oud. Wanneer ze ouder werd dan die leeftijd, een partner nam, of ging trouwen, liet ze de tempel achter zich.
De meest bekende miko uit de Japanse geschiedenis was koningin Himiko of Pimiko. Miko waren heel belangrijk. Ze had veel religeuse en politieke functies te vervullen.
Zo zou staatsman Fujiwara no kaneie (929-990) nooit een beslissing hebben gemaakt zonder eerst de raad van de miko in te roepen in de Kano tempel te Kyoto.
De rituelen van de miko waren vroeger een deel van het dagelijkse leven.
In het heden staat de term voor "vrouw van de tempel; een maagd gewijd aan een godheid".
In deze tijd dienen ze in de shintoïstische tempels.
Helios (het Griekse woord ἥλιος betekent "zon") is de zonnegod uit de Griekse mythologie, zoon van het Titanenpaar Hyperion en Theia.
Helios is verantwoordelijk voor zonsopgang en -ondergang. Met zijn stralende zonnewagen rijdt hij door de hemel en brengt de mensen licht.
's Morgens stijgt hij in het oosten op uit de oceaan (Oceanus), de wereldzee die de aarde omspoelt.
Na een tocht langs de hemel daalt hij 's avonds weer in het westen neer in de oceaan.
's Nachts vaart hij op zijn zonneboot terug van het westen naar het oosten over de oceaan.
Helios wordt altijd afgebeeld in een licht gewaad met een stralenkrans om zijn hoofd.
Meestal zit hij in een wagen en ment hij zijn vlammensnuivende paarden. (Hij wordt ook afgebeeld met griffioenen als trekdieren)
Freya, ook wel Frea of Freyja genoemd, is de Noordse godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de wellust.
Zij was mooi en machtig, (zo'n vrouw wordt ‘frova’ genoemd). Ze was tegelijk ook vechtersbaas.
Van tijd tot tijd wierp ze zich mee in één of andere veldslag. Als het er op aankwam wierp ze zich met evenveel vuur in de strijd als een Walkure.
Dat is ook de reden waarom Freya soms wordt beschouwd als de aanvoerster van de Walkuren (Odin is echter hun aanvoerder).
Als vruchtbaarheidsgodin heeft zij veel aspecten van de Moedergodin.
Ze is de godin van de engelen en de 'knapste', volgens de Germanen, van alle goden.
Fester Addams, vaak Oom Fester genoemd, is een lid van The Addams Family, een Amerikaanse film en zwarte komedie uit 1991.
De film is gebaseerd op de fictieve Addams Family, bedacht door striptekenaar Charles Addams.
Fester is een kale bolle man met een zeer bleke huid en zwarte ingevallen ogen.
Door zijn uiterlijk wordt vermoed dat hij een zombie of andere vorm van wandelend lijk is, maar dit wordt in geen van de Addams Family-producties bevestigd.
Fester is met zijn uiterlijk tevens een van de meest herkenbare personages van de Addams Family.
Fester heeft de vreemde gave om stroom op te wekken. Hij demonstreert dit vaak door een gloeilamp in zijn mond te steken zodat deze gaat branden.
Fester wordt daarom door de familie geregeld gebruikt als levend stopcontact. Hij beweerde 100 watt aan stroom te bevatten in een aflevering van de originele serie.
In de originele serie kon hij ook magnetisme opwekken.
Fester heeft ook een grote liefde voor explosieven, vooral dynamiet. Verder is hij een masochist die graag zo veel mogelijk pijn lijdt.
Hij zit dan ook graag op de elektrische stoel in de kelder van het Addams Family landhuis.
Fester is net als de andere familieleden kennelijk onsterfelijk, daar hij nooit sterft of blijvend letsel oploopt door de elektrische stoel of zijn explosies.
Nefertiti was koningin van de 18e Dynastie van Egypte en heerste als Grote koninklijke vrouwe aan de zijde van de farao Achnaton.
De naam 'Nefertiti' betekent iets zoals: De mooie vrouw is gekomen.
Daghda
De Daghda is een belangrijke god van de Ierse mythologie.
De goede God, de vaderfiguur, de beschermer. De Daghda is een vader-figuur en een beschermer van de stam.
Hij is ook wel bekend als Eochaidh Ollathair, of Al-vader.
Lila
Lila is een Hindoestaanse meisjesnaam. De betekenis van de naam is `speels`.
Phoebe
Phoebe is de titanes van de maan.
Haar naam betekent 'licht', en ze leek te worden geïdentificeerd met de maan.
Volgens de Pelasgisch scheppingsverhaal , werd Phoebe toegewezen om te heersen over de kracht van de maan, naast de Titaan Atlas .
Elvis
Elvis is de Wijze.
De naam stamt van het Oudengelse Eall-wīs, wat alwetend betekent.
Ook de variant Alvis komt voor omdat in het Oudengels de a in plaats van de e gebruikt werd.
Ook is er een mogelijke link met de Engelse achternaam Elwes gesuggereerd. Er is ook een verband met de oude voornaam Alwyn (= oude vriend).
De voornaam werd zeer bekend doordat de zanger en acteur Elvis Presley een wereldwijde bekendheid kreeg.
Huidig nest
15 september 2011
Posh
Posh x Balthazar
Gr. Euro. Int. Ch. Mister Balthazar
Yémayá
kitten 1
Black
vrouwtje
besproken
Welke kleuren zijn mogelijk?
- Sahana x Narayana
- Posh x Narayana
- Shadow x Narayana
- Kiara x Narayana
- Yémayà x Narayana
- Shakira x Narayana
- Cleopatra x Narayana
- Kankje x Narayana
- Sahana x Balthasar
- Posh x Balthasar
- Shadow x Balthasar
- Kiara x Balthasar
- Shakira x Balthasar
- Cleopatra x Balthasar
- Kankje x Balthasar
- de vruchtbare periode
- het vaststellen van de drachtigheid
- de bevalling
- de geboorte
- de eerste twee weken
- twee tot acht weken
- het bijvoeden van kittens
- castratie - sterilisatie
- de kattenpil - de prikpil
- het voorkomen van krolsheid
- de basisbegrippen van genetica
- genetica van de kleuren
- uitkruising
- inteelt
- het berekenen van de graad van inteelt
- Problemen :
-Mastitis
-Eclampsie
Hygiëne:
- Toxoplasmose
- Onzindelijkheid
Leuk om weten:
- Hoe drinkt de kat?
Socialisatie:
- Waarop te letten als je een kitten wil hebben?
- het belang van socialisatie
- gedragsproblemen
Verzorging:
- Verzorging van de Sphynx
- Opgroeien in de cattery
- Verzorging in hun nieuwe thuis
- wormen
In elke lichaamscel bevinden zich 38 chromosomen.
Chromosomen zijn een soort H-vormige elementen, waarop alle genen liggen.
Deze genen bevatten alle erfelijke eigenschappen van het lichaam.
Alle lichaamscellen bevatten dezelfde erfelijke informatie en dus hetzelfde "pakket" van 38 chromosomen.
In een bepaalde lichaamscel zijn alleen de genen aktief, die er hun toepassing vinden.
De genen voor de oogkleur zijn aktief in de ogen. De genen voor de huidskleur zijn aktief in de huid, enz.
De overige genen zijn er "uitgeschakeld".
Chromosomenparen
De 38 chromosomen zijn 19 chromosomenparen.
Elke cel heeft dus chromosomenparen waar per paar de genen telkens dubbel voorkomen.
De dubbele genen voeren samen dezelfde functie uit en horen dus bij elkaar.
Ze vertegenwoordigen éénzelfde eigenschap en "concurreren".
Dergelijke genen met dezelfde functie noemen "homoloog".
Ze bevinden zich op dezelfde "locus" of plaats en zijn "allelen" van elkaar.
Als beide allelen identiek zijn,
is het individu "homozygoot" voor dat paar (homos, zygon = grieks voor "zelfde paar").
In het andere geval zijn ze "heterozygoot".
Mitose en Meiose
Mitose is het soort celsplitsingen waarbij steeds een verdubbeling optreedt van het aantal chromosomen.
Deze cellen hebben chromosomenparen en zijn diploïde (= dubbel).
Meiose is het soort celsplitsingen waarbij het aantal chromosomen gehalveerd wordt.
De cellen krijgen dan 1 chromosoom van het paar en zijn haploïde (= enkel).
Alleen de voortplantingscellen, de eicellen en de zaadcellen, zijn haploïde.
De bevruchting
Bij de voortplanting wordt tijdens de bevruchting een zaadcel van de vader samengebracht bij de eicel van de moeder.
Deze cellen zijn anders in die zin dat ze maar de helft van de chromosomen bevatten: 19 per cel dus.
Een chromosomenpaar krijgt dus 1 chromosoom van de vader en 1 chromosoom van de moeder.
Bij de bevruchting smelten de zaadcel en de eicel samen tot een nieuwe cel, een zygote, die uitgroeit tot een kitten.
Dit uitgroeien gebeurt door celsplitsingen.
De chromosomen verdubbelen zich, hergroeperen zich en splitsen zich dan tot 2 cellen.
Deze verdubbelde cellen zijn identieke kopieën.
Elk kitten komt van een individuele bevruchting,
waar het van toeval afhangt welk chromosoom van het paar in de voortplantingscel terecht komt.
Zo is elke zaadcel en elke eicel verschillend. Dat verklaart waarom alle kittens verschillend zijn.
Bij de mannelijke chromosomen zijn er twee die geen homoloog paar vormen: de x- en y-chromosomen.
Als deze tijdens de meiose gesplitst worden, zijn er 2 soorten cellen: een met een x-chromosoom en een met een y-chromosoom.
Deze smelten tijdens de bevruchting samen met de eicel die altijd een x-chromosoom heeft.
Zo kunnen er dus twee soorten cellen gevormd worden: cellen met xx-chromosomen (vrouwelijk) of met xy-chromosomen (mannelijk).
Dominant en recessief
Een gen kan dominant of recessief zijn.
Als 1 van de 2 gelijksoortige genen dominant is, zal deze eigenschap zichtbaar worden (epistase).
Om een recessieve eigenschap zichtbaar te hebben, moeten beide genen recessief zijn (cryptomerie).
Is er 1 dominant en 1 recessief, dan wordt de dominante zichtbaar, maar wordt de recessieve wel doorgegeven aan de volgende generatie.
Bv. de genen voor de kleur. Het ene gen zegt "zwart" en het andere zegt "blauw".
Zwart is dominant tegenover blauw. Zwart zal dan tot uiting komen.
Als er twee blauwe genen zijn, zal het resultaat blauw zijn.
Een dominant gen wordt met hoodfletter genoteerd, een recessief gen met kleine letter.
Fenotype en genotype
Het fenotype is het uiterlijk.
Het genotype is het geheel van genetische eigenschappen, inclusief het homozygote of heterozygote voor een eigenschap.
Bij een homozygote kat zijn het fenotype en het genotype gelijk voor die bepaalde eigenschap.
Bij een heterozygote kat zal het fenotype bepaald worden door het feit welk gen dominant is.
terug
Genetica van de kleuren
De basiskleuren
Eén bepaald gen bepaalt de kleur van het pigment.
De basiskleuren van de kat zijn rood en zwart. De respectievelijke soorten pigment zijn feomelanine en eumelanine.
Het gen voor het soort pigment is geslachtsgebonden en is in het x-chromosoom aanwezig.
Een poes heeft xx-chromosomen en kan dus rood-rood, zwart-zwart of rood-zwart hebben.
Dit laatste noemen we tortie (schildpad).
Een kater heeft xy-chromosomen en kan dus enkel rood of zwart hebben.
Dat is de reden waarom een kater in principe nooit tortie kan zijn.
Is dit toch het geval, dan is er een genetische fout en heeft de kater xxy-chromosomen.
Dit gaat meestal gepaard met onvruchtbaarheid.
Aangezien een kater steeds de y-chromosoom erft van zijn vader en de x-chromosoom van de moeder,
zal hij de kleur altijd erven van zijn moeder.
Een poes daarentegen erft van haar vader de x-chromosoom en bijgevolg ook zijn kleur.
Dit fenomeen geldt enkel voor de genen die op de x-chromosoom liggen.
Notatie: Orange
O= rood
o= zwart
Uit deze diagram kan je afleiden dat uit een zwarte kater en een tortie poes
volgende kittens kunnen komen:
(1) 25% kans op een Tortie poesje
(2) 25% kans op een Rood katertje
(3) 25% kans op een Zwart poesje
(4) 25% kans op een Zwart katertje
Op deze manier kunnen de kansen van alle genetische eigenschappen berekend worden.
Verdunning
Een bepaald gen bepaalt de verdunning van de kleur.
Het maakt de kleur al dan niet lichter. De pigmentkorrels klonteren samen waardoor de kleur lichter lijkt.
Het allel voor verdunnng is recessief.
Dus een kat kan enkel verdunning hebben als van vader én moeder het gen voor verdunning gekregen wordt.
Verdunning van zwart is blauw. Verdunning van rood is crème.
Notatie: Density
D= geen verdunning: zwart of rood
d= verdunning: blauw of crème
Effen
Het gen t bepaalt of de kat effen van kleur of gevlekt (Tabby) is.
Tabby komt het meeste voor in de vorm van strepen (Mackerel).
Effen is een recessieve eigenschap en Tabby is dominant.
Notatie: Tabby
T= Tabby
t= effen, zonder vlekken
Het gen voor chocolate
Het allel voor chocolate maakt het pigment lichter wordt doordat de pigmentkorrels geplet zijn in plaats van rond.
Dit allel is recessief. Het maakt zwart tot chocolate en blauw tot lilac.
Het chocolate allel werkt niet bij een rood pigment. Rood en crème veranderen dus niet meer onder invloed van dit allel.
Notatie:
B= zwart, normaal pigment
b= chocolate
Haarloosheid
Het gen h zorgt voor de haarloosheid en is recessief. Het is een genetische mutatie.
Dit gen zorgde ervoor dat het ras Sphynx is ontstaan.
Witte vlekken
Witte vlekken komen voor bij alle kleuren en zijn bijgevolg afkomstig van een onafhankelijk gen.
Het gen is dominant. De hoeveelheid wit varieert. In functie daarvan benoemt men:
Mitted = Witte poten (handschoenen)
Bicolor = Witte poten, borst en stuk van de snoet
Harlekijn = Gekleurde staart, vlekken op bovenkant kop en oren, enkele vlekken op de rug
Van = een gekleurde staart en een beetje kleur op de kop
Notatie S (Spotted)
terug
Te vermijden
Hondenvoer
Hondenvoer kan in principe geen kwaad, maar eigenlijk is hondenvoer niet gemaakt voor katten.
Het bevat dezelfde ingrediënten als kattenvoer, maar katten hebben meer eiwitten en vitamines nodig.
Een kat altijd hondenvoer geven zorgt voor ondervoeding.
Lever
Af en toe een beetje lever kan geen kwaad, maar te veel leidt tot een vitamine A-vergiftiging.
Dat leidt tot misvormde botten, botgroei aan ellebogen en ruggengraat en osteoporose.
Tonijn
Tonijn is een delicatesse voor katten, maar het bevat weinig voedingsstoffen.
Een teveel aan tonijn leidt dus tot ondervoeding. Er is ook een risico voor kwikvergiftiging.
Look en bieslook
Alle look-achtigen zijn giftig voor de kat en geven zware darmproblemen.
Alcohol
Alcohol heeft hetzelfde effect op de kat als op de mens, alleen is er veel minder nodig.
Het kan een coma veroorzaken en uiteindelijk leiden tot dood.
Zuivelprodukten
Melk, yoghurt, kaas en ijs zijn niet verteerbaar voor katten.
Het veroorzaakt diarree en jeuk.
Chocolade
Chocolade is giftig voor katten. Doorgaans zijn ze er niet dol op, maar als ze er toch van eten,
kunnen er van sterven.
Oorzaak is de stof theobromine, die in alle soorten chocolade zit.
Het veroorzaakt overgeven, diarree of enorme dorst.
Het kan ook hartritmestoornissen, beroertes en de dood veroorzaken.
Cafeïne
Caffeïne is dodelijk voor katten.
Er is geen medicijn.
Symptomen van caffeïnevergiftiging zijn rusteloosheid, gejaagde ademhaling, hartkloppingen, spierspasmen en bloedingen.
Caffeïne vind je bv. ook in cacao, chocolade, cola en pepmiddelen.
Rozijnen
Rozijnen zijn soms lekker maar kunnen leiden tot nierfalen.
Het eten ervan leidt tot overgeven of tot hyperactiviteit.
Rauw
Rauwe eieren zijn te vermijden omdat ze een groot risico vormen voor voedselvergiftiging.
Ze kunnen bacteriën als salmonella of E.coli bevatten.
Ze kunnen huid- en vachtproblemen geven.
Rauw vlees en rauwe vis zijn ook te vermijden.
Paracetamol
Paracetamol is een door ons veel gebruikte pijnstiller en koortswerend middel.
Paracetamol kan echter in een heel lage dosis dodelijk zijn voor een kat.
De meeste geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door glucuronide.
Dit maakt het geneesmiddel onschadelijk en oplosbaar in water.
Zo worden de bestanddelen uit het lichaam verwijderd.
Katten hebben zeer weinig van deze glucuronide.
Daardoor geraakt het zeer traag uit het systeem verwijderd.
Zo ontstaan ernstige beschadigingen aan organen.
Verder nog te vermijden
champignons, gistdeeg, noten, mais, maismeel, potpourri en geuroliën, koffie en thee, zout
In normale omstandigheden moeten kittens niet bijgevoed worden.
Toch zijn er een aantal situaties mogelijk waardoor bijvoeden aangewezen is.
- een moeilijk op gang komende melkproduktie. Te weinig melkproduktie van nature uit of bv. door mastitis.
- te veel kittens.
- het overlijden, ziek worden of verzwakken van de moederpoes.
- Het niet accepteren of verstoten van 1 of meerdere kittens.
- het ziek worden van de kittens waardoor het zuiginstinct wegvalt.
- een verstopte neus waardoor het kitten de melk niet meer ruikt.
Het is belangrijk zeer goed op te volgen:
- de moeder: tekenen van ziekte of verzwakking
- de gewichten van de kittens
Als er een andere zogende poes is, kan men de kittens proberen aanleggen bij haar.
Een moederpoes zal dit vrij gemakkelijk toelaten.
Hierbij kan wel het probleem optreden dat deze andere moederpoes andere bacteriën en virussen doorgeeft.
De bijgelegde kittens kunnen hierdoor ziek worden of zij kunnen de andere kittens ziek maken.
Het is goed om de kittens reeds van de 1e of 2e dag te laten wennen aan bijvoeden.
Als men er mee moet beginnen op leeftijd van meer dan 1 of 2 weken, dan neemt het kitten dit niet zo gemakkelijk aan.
De eerste dagen is 1 à 2 ml per voeding voldoende, om de 3 uur.
De 2de week wordt dit tot 5 ml. Vanaf de 3de week ongeveer 10 ml en na 4 weken kunnen ze tot 15 à 20 ml drinken per voeding.
In functie hiervan is het handig het speentje op een spuit van respectievelijk 1ml, 2ml en 5ml te gebruiken.
Hiermee kan je gemakkelijker doseren. Pas als meer dan 5 ml gedronken wordt, neem je een flesje.
Tijdens het bijvoeden is de houding van het kitten belangrijk: zittend of op de buik liggend met een gestrekte nek.
Het kitten drinkt met een zuigreflex en stopt als het genoeg heeft.
Belangrijk is dat juist gepast gedoseerd wordt, zodat er geen melk in de luchtwegen terecht komt.
terug
De EMS-codes
EMS staat voor “Easy Mind System” en is bedacht door Eva Minde.
Het is een overzichtelijk systeem om verschillende eigenschappen van een raskat samen te vatten in een code.
Deze code vind je terug op de stamboom.
Ze is opgebouwd uit verschillende delen.
Tussen elk deel staat een spatie.
1. De naam van het ras
2. De kleur
3. Het patroon
4. De oogkleur
5. De code voor de staart (indien van toepassing)
6. De code voor de oren (indien van toepassing)
Rascodes
Abessijn American Curl Longhair American Curl Shorthair Balinees
Bengaal Bombay Britse Korthaar Burmees Burmilla Chartreux (Karthuizer)
Cornish Rex Cymric Devon Rex Egyptische Mau Exotic Shorthair German Rex
Heilige Birmaan (Sacred Birman) Highland Fold Japanse Bobtail Korat Maine Coon
Mandarin Manx Nebelung Noorse Boskat Ocicat Oosterse Korthaar Perzische Langhaar
Ragdoll Rus Scottish Fold Selkirk Rex Longhair (straight) Selkirk Rex Shorthair (straight)
Siamees Siberische kat Singapura Somali Sphynx Thai Tibetaan Tiffany
Tonkanees Turkse Angora Turkse Van
ABY ACL ACS BAL BEN BOS BRI BUR BML CHA CRX CYM DRX MAU
EXO GRX SBI SFL JBT KOR MCO OLH MAN NEB NFO OCI OSH PER
RAG RUS SFS SRL(s) SRS(s) SIA SIB SIN SOM SPH THA TOL TIF
TON TUA TUV
Kleurcodes
blauw chocolate lilac rood creme black tortie blue tortie chocolate tortie
lilac tortie zwart cinnamon fawn cinnamon tortie fawn tortie silver white golden
rumpy – geen staart rumpy riser – een klein bobbeltje
stumpy – een klein staartje niet langer dan 3 of 4 cm longie – een gewone of bijna gewone staart
51 52 53 54
Oorcodes
straight curled folded
71 72 73
De oorcodes zijn alleen van toepassing voor de American Curl, de Scottish en Highland Fold,
die verschillende soorten oren kunnen hebben.
De oogkleurcode wordt weggelaten als een ras maar één oogkleur heeft (zoals de Burmees, de Siamees, de Heilige Birmaan en de Ragdoll)
terug
Hoe drinkt een kat?
Er komt heel wat kijken bij de manier waarop een kat drinkt, ontdekte biofysicus Roman Stocker bij zijn eigen huisdier.
Stocker, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), raakte op een gegeven moment geïnteresseerd in de manier
waarop zijn kat Cutta Cutta water naar binnen werkte. Als wetenschapper wilde hij er natuurlijk het fijne van weten,
en nam hij het drinkende dier op met een hogesnelheidscamera. Dit herhaalde hij met een aantal katten uit een naburig asiel.
De opmerkelijke conclusie van het onderzoek: een kat ‘lepelt’ geen water naar binnen, zoals veel andere diersoorten doen,
maar gebruikt een ingewikkelder systeem.
Hij legt het puntje van zijn tong op het wateroppervlak, zonder dat te doorbreken.
Hij recht zijn tong en krult het puntje naar achter, als de letter 'j'.
Het water blijft daarbij aan de tong ‘kleven’ en wordt vervolgens door het gevormde vaccuüm mee de bek in getrokken,
die zich sluit voordat het water terug kan vallen.
Hierbij is van belang dat de kat zijn tong precies snel genoeg beweegt.
Drinkt hij te langzaam, dan wint de zwaartekracht het van de traagheid van de meegetrokken vloeistof en bereikt het water zijn mond niet.
Drinkt hij te snel, dan krijgt hij minder water binnen. “Een kat lijkt precies te weten hoe snel hij moet likken”, aldus Stocker.
Na hun experimenten met huiskatten gingen de MIT-wetenschappers naar de dierentuin om andere katachtigen te bestuderen,
waaronder een leeuw en een tijger.
Hieruit bleek dat die hetzelfde methode gebruiken. Wel doen ze dat langzamer dan huiskatten, omdat ze grotere tongen hebben.
De ontdekking van Stocker en collega’s is overigens niet alleen interessant voor kattenliefhebbers.
Mogelijk kan de truc ook toegepast worden op robots die met vloeistoffen om moeten gaan – bijvoorbeeld bij het opruimen van een olievlek.
Van de Sphynx zijn er eigenlijk maar weinig verschillende bloedlijnen. Nieuwe lijnen bestaan in principe niet.
Er bestaan wel 'outcrossed' lijnen.
De Sphynx 'uitkruisen' is heel belangrijk voor de ontwikkeling van het ras.
Uitkruisen vergroot de genendiversiteit en vermindert de kans op ziekten en aangeboren afwijkingen die kunnen ontstaan
door te fokken met katten die te nauw aan elkaar verwant zijn.
Als uitkruispartner wordt meestal gebruik gemaakt van de Devon rex.
Deze kruising kan echter genetische afwijkingen veroorzaken (Erfelijke spasticiteit en hypertrofische cardiomyopathie ; een genetische hartafwijking)
Een 'natuurlijke' Sphynx mutatie komt voort uit gewone huiskatten ; sommige gebruiken dan ook een gewone huiskat als uitkruispartner.
Er bestaan verschillende organisaties zoals TICA, CFA, GCCF, FIFE, LOOF en elke organisatie heeft zijn eigen visie op de toegestane uitkruisrassen :
- TICA beschouwt de American Shorthair en de Devon Rex als het meest geschikt.
- CFA beschouwt, naast de huiskat, de American Shorthair en de Domestic Shorthair als goede partner voor een outcross.
- GCCF vindt de Russian Blue en de huiskat een goed partner.
- FIFE aanvaardt enkel de Sphynx zelf als uitkruis.
- LOOF staat alleen het gebruik van F3 hybriden toe in een outcross programma, sinds juli 2009.
Als je een andere raskat gebruikt, kan je door stamboomonderzoek mogelijke erfelijke aandoeningen opsporen
( bijv PKD of HCM) alsook het percentage inteelt;
ook kan je andere kleuren en patronen infokken, maar de genendiversiteit van raskatten is niet zo groot
en elk ras heeft zijn eigen specifieke problemen.
Huiskatten hebben doorgaans een veel grotere genendiversiteit, maar zijn daarentegen moeilijker te screenen op erfelijke ziekten en inteelt,
er zijn maar weinig zuivere huiskatten die een nieuwe kleur binnen je fokprogramma zouden kunnen inbrengen.
Wat je ook gebruikt ; raskat of huiskat ; er moet principieel altijd gestreefd worden naar verbetering van he ras.
Als je Sphynx een of meerdere rastypische eigenschappen mist, ga je best op zoek naar een uitkruispartner deze deze eigenschappen net wel heeft.
Een woordje over de generaties van uitkruisen:
De eerste generatie uitkruis Sphynx - huiskat wordt F1 of hybride genoemd, de tweede generatie is dan F2 etc.
( hybride staat dan voor aanwezigheid van het 'behaarde' gen )
Een uitkruiskitten van de eerste generatie Sphynx - huiskat/ander ras krijgt een afstammingsbewijs, vergelijkbaar met een stamboom,
maar onder een andere naam.
Vanaf de vierde generatie wordt er een stamboom afgegeven.
Deze F1 (hybride) - kittens zullen altijd 'met haar' zijn, maar zullen naast dit gen voor behaard, ook het naaktgen dragen.
De lengte van de vacht kan varieren, omdat een heleboel Sphynxen het gen voor langhaar dragen.
Het best getypeerde kitten wordt daaruit gekozen om weer te kruisen met een Sphynx, nu hebben we statistisch gezien 50 % kans op haarloze kittens;
statistisch, dus er kunnen ook alleen maar haarloze of behaarde kittens geboren worden!
De kittens uit deze combinatie worden F2 Sphynx of F2 hybriden genoemd.
Deze kittens zijn al wel puur Sphynx en zullen het 'behaarde' gen niet doorgeven, omdat het er al uitgefokt is.
De hybriden uit deze combinatie zijn genetisch gezien gelijk aan de F1 kittens, en zullen daarom ook het Sphynxgen dragen.
Hieruit wordt weer het best getypeerde kitten uit gekozen om te fokken met een Sphynx, met als resultaat een F3 kitten, een pure Sphynx,
geen hybriden omdat het 'behaarde' gen eruit gefokt is. De volgende generatie wordt vervolgens F4 genoemd ;
deze komt in aanmerking voor een volledige stamboom.
Afhankelijk van de organisatie waar je als fokker aangesloten bent (bv FNK of FIFE) verschilt het beleid rondom de uitgifte van stambomen.
Sommige geven pas een stamboom af na de 4e generatie, daarvoor alleen maar afstammingsbewijzen.
In sommige landen wordt er een 'RIEX' of 'EXPERIMENTAL' stamboom uitgegeven vanaf de eerste generatie tm de 4e generatie hybride kittens.
Hybriden zijn eigenlijk wel heel speciale katten : het zijn Sphynxen met vacht! Qua karakter komen ze overeen met de Sphynx.
Voor degenen die een voorkeur hebben voor een behaarde kat, is deze hybride dus een ideale keuze.
Hybriden worden gebruikt in andere fokprogramma's of worden tegen een geringe vergoeding verkocht
als speelmaatje voor een Sphynxkitten of gewoon als huiskat verkocht.
terug
Inteelt
Inteelt
Inteelt is het aan elkaar paren van de in de eerste graad verwante katten, bijvoorbeeld moeder/zoon, vader/dochter,
broer/zus en halfbroer/halfzus.
Voor fokkers kan het een manier zijn om eigenschappen in een ras vast te leggen en om katten te krijgen die zo goed
mogelijk voldoen aan de standaard.
Na een of twee generaties zijn die eigenschappen homozygoot (genetisch uniform) aanwezig en alle nakomelingen van
het ingeteelde dier erven de genen voor deze eigenschappen(zijn fokzuiver).
Er wordt aan inteelt gedaan om ongewenste genen kwijt te raken of om een bepaalde eigenschap vast te leggen.
Zo kan voorspeld worden hoe de nakomelingen er uit zullen zien.
Echter, hoe meer aan inteelt gedaan wordt, hoe meer de individuen ook hetzelfde genenpakket erven van beide ouders (homozygotie).
Dit maakt dat het immuunsysteem van de ingeteelde dieren zwakker zal zijn.
Het immuunsysteem verzwakt namelijk door homozygotie in de genen. Heterozygotie in de genen houdt het immuunsysteem sterker.
Dat is ook waarom willekeurig gefokte katten in het algemeen zo robuust en sterk zijn.
Inteelt komt voor in de natuur.
Een kattenkolonie die geïsoleerd is van andere katten door geografische of andere oorzaken kan erg ingeteeld raken.
Een kater paart met zijn zusters, daarna zijn dochters en kleindochters,enz.
Hierdoor krijgt de hele groep hetzelfde genenpakket en het nadelige effect hiervan wordt duidelijk na enkele generaties.
Een ziekte zal de hele groep vernietigen aangezien de afweersystemen allemaal identisch zijn.
In een populatie met minder inteelt is er meer veelzijdigheid in de genenpakketten en dus in de afweersystemen.
Hierdoor zullen sommige de ziekte wel overleven.
Gevolgen van Inteelt
In principe kan men dus stellen dat fokzuivere dieren op lange termijn uiteindelijk niet levensvatbaar zullen zijn vanwege inteelt.
Door herhaaldelijke inteelt komen er kleinere nesten, zwakkere kittens, doodgeboren kittens, ruggengraatproblemen, misvormingen enz.
Het uiteindelijke resultaat is een verminderde vruchtbaarheid, meer en meer voorkomen van afwijkingen, een stijgend sterftecijfer,
een dodelijk gebrek aan levenskracht en waarschijnlijk uitsterven als de genenpoel steeds kleiner wordt.
Voordelen van inteelt
-  Geeft uniforme of voorspelbare nakomelingen.
-  Verborgen (recessieve) genen komen naar voren en kunnen uitgefokt worden.
-  Individuen zijn “fokzuiver”
-  Goede genen worden verdubbeld.
-  Ongewenste eigenschappen worden geëlimineerd.
Nadelen van inteelt
-  Verdubbelt fouten en zwakheden.
-  Voortschrijdend verlies van levenskracht en immuniteit.
-  Verhoogde reproductie problemen, minder nakomelingen.
-  Nadruk op uiterlijk betekent ongewenst verlies van “goede” genen voor andere eigenschappen.
-  Genetisch verzwakte individuen.
Conclusie
Inteelt is een tweezijdig snijdend zwaard.
Aan de ene kant is een zekere mate van inteelt nodig om eigenschappen vast te leggen of te verbeteren en
zo uitmuntende individuen te verkrijgen.
Aan de andere kant beperkt overmatige inteelt de genenpoel zodanig dat het ras levenskracht verliest.
Rassen in een vroeg stadium van ontwikkeling zijn het meest kwetsbaar omdat er kleine aantallen zijn en de katten vaak nauw verwant.
Het is belangrijk om een balans te vinden tussen inteelt en uitkruisen met niet verwante katten om de algemene gezondheid
van de lijn of het ras te behouden.
terug
De inteeltcoëfficiënt
De formule van Wright
De inteeltcoëfficiënt van een kitten is de mate van homogeniteit in de genen
doordat ze afkomstig zijn van eenzelfde gen van een gemeenschappelijke voorouder.
De coëfficiënt gaat uit van de gemeenschappelijke voorouders van de ouders.
Dat is dus het eerste dat we moeten uitzoeken :
welke zijn de gemeenschappelijke voorouders en hoeveel verschillende gemeenschappelijke voorouders zijn er?
De tweede stap : Hoeveel generaties zijn er tussen de ouders respectievelijk en de gemeenschappelijke voorouder?
Eenvoudigere methode
Het kan ook eenvoudiger gevonden worden.
1.  
Tel het aan tal generaties tussen het kitten en de gemeenschappelijke voorouder langs vaders kant.
2.  
Tel het aan tal generaties tussen het kitten en de gemeenschappelijke voorouder langs moeders kant.
3.  
Tel deze 2 samen.
4.  
Trek daar 1 van af.
5.  
Kijk in de tabel welke inteeltcoëfficiënt overeenkomt met het getal.
Het getal
De inteeltcoëfficiënt
2
25%
3
12.5%
4
6.25%
5
3.125%
6
1.56%
7
0.78%
8
0.39%
6.  
Herhaal dit voor alle verschillende gemeenschappelijke voorouders.
7.  
Tel deze coëfficiënten op.
terug
Mastitis (= melkklierontsteking)
Een ander woord voor melkklierontsteking is mastitis. Het komt alleen voor bij vrouwtjes die net bevallen zijn en hun jongen zogen.
Bij mastitis zijn de melkklieren van de poes ontstoken en daarom erg gezwollen en warm.
Dat is erg pijnlijk; meestal laten ze het niet toe dat hun buik wordt aangeraakt.
De kittens mogen dan ook niet bij haar drinken en de moeder loopt vaak weg van haar jongen.
De kittens beginnen te schreeuwen van de honger en daaraan merkt het baasje meestal dat er iets mis is.
Symptomen
Een poes met mastitis is meestal ziek. Ze wil niet eten en is erg sloom.
Er wordt een verhoogde temperatuur gemeten en de melkklieren zijn erg gezwollen, hard, rood, warm en (zeer)pijnlijk.
Er komt wel nog melk uit de tepels. Bij poezen komt het vrij zelden voor. Melkklierontsteking komt zelden voor bij schijndracht.
De ontsteking wordt veroorzaakt door een bacteriële infectie van de melkklieren via de bloedbaan of via de tepel openingen.
Wanneer de hygiëne niet zo goed is, de tepels beschadigd zijn of bij stuwing van de melkklieren is de kans op
ontsteking van de melkklieren aanzienlijk groter.
Diagnose
Naast mastitis zijn er nog andere aandoeningen die zwelling/vergroting van de melkklieren kunnen veroorzaken.
Men maakt onderscheid tussen ontsteking van de melkklieren (mastitis),
stuwing van de melkklieren (galactostasis), zeer grote melkklieren (bij de poes) en tumoreuze ontstekingen van de melkklieren.
Bij mastitis is het van belang dat we proberen vast te stellen welk bacterie de infectie precies veroorzaakt.
Dit kan met behulp van onderzoek van de melk. Met bloedonderzoek kan de ontsteking vervolgens ook nog eens bevestigd worden.
Bij galactostasis is de kat niet ziek en worden er in de melk geen ontstekingscellen en bacteriën gevonden.
Galactostasis verhoogt wel de kans op het krijgen van melkklierontsteking.
Hyperplasie/hypertrofie komt alleen voor bij katten; het is zelfs bij katers gezien.
Een andere term voor dit fenomeen is het "Dolly Parton Syndroom".
Het wordt veroorzaakt door een hormoon dat progesteron heet. Via bioptie kan men bepalen of hiervan sprake is.
Tumoreuze ontstekingen komen voornamelijk voor bij oude dieren.
De aangetaste melkklieren produceren ook geen melk.
In dit geval doet men ook een bioptie van de bult of knobbel.
De diagnose is dan een kwaadaardige tumor van het melkklierweefsel.
Behandeling
Afhankelijk van de soort infectie geeft men een gericht antibioticum, mogelijks infusen, warme kompressen
en eventueel koorts- en ontstekingsremmende middelen. Het kan nodig zijn de ontstoken klieren leeg te melken.
Indien men de specifieke oorzaak niet kan bepalen, kiest men voor een breed-spectrum antibioticum.
Als de melklier heel erg ontstoken is of als er een (open)abces is moet er chirurgisch ingegrepen moet worden.
De aangetaste klieren moeten dan verwijderd worden.
Verwijdering van de zieke melkklierpakketten moet zeker gebeuren, als er sprake is van de beruchte necrotiserende mastitis.
De patiënte is doodziek, de ontstoken melkklierpakketten zijn donkerrood en koud (!).
Er is hier sprake van een afstervingsproces, waardoor de patiënt levensgevaarlijk vergiftigd wordt.
Verwijdering van de afstervende melkklierpakketten moet dan ook met spoed plaatsvinden en is vaak levensreddend.
De kittens
Het is van belang dat er bij de keuze van een antibioticum rekening gehouden wordt,
dat het niet schadelijk is voor de kittens die nog bij de moeder zogen.
Het antibioticum wordt namelijk met de melk uitgescheiden.
Het is belangrijk om de kittens wel aan te moedigen te blijven drinken ook al laat de moeder het niet toe.
Daarnaast is het verstandig ze elke dag op een vast tijdstip te wegen om te kijken of ze wel in gewicht toenemen en dus groeien.
CONCLUSIE
Om mastitis te voorkomen is een goede verzorging, voeding en hygiëne van de poes belangrijk.
Dagelijks moet zij goed bekeken worden. Tevens moet de zoogplek regelmatig worden schoongemaakt en
de rest van haar omgeving goed schoon zijn.
Mastitis kan helaas niet altijd voorkomen worden.
terug
Eclampsie (= zoogkramp, moederwaanzin of melkziekte)
Eclampsie wordt ook wel melkziekte, zwangerschapsstuipen, zoogkramp of moederwaanzin genoemd.
In ernstige gevallen krijgt de poes epileptiforme aanvallen en een (zeer) hoge temperatuur.
In minder ernstige gevallen zien we onrustig tot hysterisch gedrag.
Eclampsie wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium en komt voornamelijk voor bij zogende poezen
(melk is erg rijk aan calcium). Klachten hieromtrend komen meestal voor rond 2-5 weken na het werpen.
Een calciumtekort komt vaak voor en is te wijten aan de snelle groei van de kittens in het laatste deel van de dracht.
Symptomen
Eclampsie is te herkennen aan steeds sneller opvolgende spierkrampen, waggelend lopen, angstig gedrag en gemiauw.
Er treedt stijfheid van de poten op, ze valt om en kan niet meer recht komen;
dit is algemeen het tijdstip dat de krampen heviger worden en langer aanhouden.
Tijdens een aanval is de temperatuur verhoogd en in ernstige gevallen kunnen ook de kauwspieren verkrampen
en schuim op de bek ontstaan.
Het calciumtekort kan ook leiden tot onrustig tot hysterisch gedrag.
De poes lijkt helemaal in paniek en lijkt niet te weten wat ze met zichzelf en de kittens moet doen.
Bij deze verschijnselen moeten we dus aan een calcium tekort denken.
Behandeling
De behandeling van eclampsie bestaat erin calcium toe te dienen. Dit kan dmv injectie of voeding.
Mogelijks is er ook een tekort aan andere mineralen en vitaminen. Het kan nodig zijn deze via een infuus aan te vullen.
Risico's
Het kan voorkomen dat bij een volgend nest de ziekte zich herhaalt.
Nadat een poes een keer eclampsie heeft gehad, moet een volgend nestje niet persé vermeden worden.
Het belangrijkste is om alert te zijn op de verschijnselen van een calcium tekort na de bevalling
(eventueel bloedonderzoek) en bij twijfel direct calcium toe te dienen via een (onderhuidse) injectie.
Indien bij het volgende nestje echter ook ernstige eclampsie optreedt, dan worden de reserves van de poes zodanig aangesproken,
dat men dan toch beter niet meer begint aan een nestje...
Kittens
Door eclampsie daalt de melkproduktie aanzienlijk. Daarom moeten de kittens bijgevoed worden.
terug
Hygiëne:
Toxoplasmose
Wat is Toxoplasmose?
Toxoplasmose is een infectieziekte veroorzaakt door de parasiet Toxoplasma gondii.
Het is een van de weinige ziekten die van kat op mens kan worden overgebracht: via de uitwerpselen van katten.
Men spreekt ook wel van 'kattenziekte'.
Deze ziekte komt over de hele wereld voor. Veel mensen zijn besmet en voor de meeste mensen is deze ziekte onschuldig.
Meestal blijft de infectie onopgemerkt.
Iemand die reeds toxoplasmose gehad heeft, blijft er voor de rest van het leven immuun voor.
Verspreiding van Toxoplasmose
De kat is de gastheer van deze parasiet. Een kat met toxoplasmose produceert miljoenen toxoplasma-kysten.
Een kyste is een soort cocon met een harde wand waarin de parasieten beschermd worden.
De kysten komen via de ontlasting in de grond terecht. Daar kunnen ze lange tijd overleven.
Verse uitwerpselen van katten zijn niet gevaarlijk. Het gevaar voor besmetting treedt pas na drie tot vier dagen op.
Hierna kunnen de uitwerpselen nog maanden lang besmettelijk blijven.
De mens krijgt de parasiet binnen via de mond. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als je in de tuin werkt
en in aanraking komt met grond die vermengd is met uitwerpselen van een kat.
Nadat de kat de eitjes is kwijtgeraakt, maakt het afweersysteem korte metten met de parasiet en verdwijnt deze uit het lichaam.
De kat zelf is niet echt ziek.
Een andere besmettingsweg is het eten van rauw of onvoldoende verhit varkens- of schapevlees.
Als het vlees ingevroren of goed doorbakken wordt, sterven de kysten af.
In rundvlees zijn deze parasieten nog nooit aangetroffen.
Uit onderzoek is gebleken dat tot 30% van het schapenvlees en 10 tot 15% van het varkensvlees toxoplasmose-kysten bevat.
Besmetting van mens op mens komt niet voor. Ook rechtstreekse overdracht van dier op mens (bijvoorbeeld door aaien) is niet waarschijnlijk.
Risico bij zwangerschap
Indien je tijdens de zwangerschap voor de eerste keer besmet geraakt, moet deze infectieziekte wel zeer serieus genomen worden.
Toxoplasmose is echt gevaarlijk als de parasiet uit het bloed van een zwangere vrouw via de placenta op het ongeboren kind wordt overgebracht.
Onderstaande gevolgen zijn mogelijk:
-   Mentale achterstand
-   Ernstige oogafwijkingen tot blindheid
-   Een waterhoofd of juist een veel te klein hoofd
-   In zeer ernstige gevallen een miskraam.
Preventie bij zwangerschap
Bij een zwangerschap wordt een standaard bloedonderzoek uitgevoerd. Het volstaat hierbij te vragen een test uit te laten
voeren op de aanwezigheid van toxoplasmose-antistoffen.
Als hieruit blijkt dat deze afweerstoffen aanwezig zijn, dan heb je de ziekte reeds in het verleden doorgemaakt en is er geen reden meer voor paniek.
Het eigen afweersysteem biedt dan bescherming.
Katten lopen slechts één keer in hun leven toxoplasmose op en scheiden vervolgens gedurende enkele weken de besmettelijke toxoplasmakysten af.
Omdat je niet kunt weten of je dier de ziekte heeft, is het echter beter het zekere voor het onzekere te nemen.
Aanstaande moeders komen best niet in aanraking met de uitwerpselen van de kat.
De kattenbak schoonmaken is dus een klus die je beter aan anderen kunt overlaten.
Adviezen:
-   Was je handen voordat je voedsel klaarmaakt of gaat eten.
-   Verschoon vaatdoekjes en de handdoek in de keuken regelmatig.
-   Gebruik bij voorkeur een keukenrol.
-   Gebruik schone materialen (zoals aanrecht, kom, snijplank, messen).
-   Was de groenten goed.
-   Houd rauwe etenswaren en gebruikt keukengerei gescheiden van elkaar.
-   Was je handen na het aanraken van rauw vlees.
-   Leer kinderen dat ze hun handen moeten wassen voordat ze gaan eten.
Voor zwangeren gelden bovendien de volgende adviezen:
-   Eet geen (half-)rauw vlees.
-   Verhit het vlees door en door.
-   Draag handschoenen bij het tuinieren.
-   Laat de kattenbak dagelijks door een ander schoonmaken, of draag handschoenen.
Geen paniek!
Het is niet nodig om uit angst voor toxoplasmose je kat weg te doen.
Bij katten die hun voer uit pakken en blik krijgen of alleen maar gekookt vlees eten en als de kattenbak regelmatig wordt schoongemaakt,
is de kans op besmetting gering.
bron : www.weetjesoverkatten.nl
terug
Onzindelijkheid
Zindelijk
De moederpoes leert haar kittens zindelijk te zijn.
Het is iets dat het baasje eigenlijk niet meer moet doen.
De kat is een heel proper dier.
Problemen met zindelijkheid zijn vaak protestacties.
De eerste 3 tot 4 weken hebben de kittens geen kattenbak nodig.
Dat is de periode dat ze moedermelk krijgen.
Met de tong masseert de moederpoes bij haar kittens de buikjes en de genitaliën om zo het plassen te bevorderen.
Ze likt daarbij ook alles proper.
Vanaf de 5de week ongeveer beginnen de kleintjes aan vast voedsel en dan komt de spijsvertering op gang.
Ze beginnen hun eerste 'drolletjes' te leggen. Ze volgen de moeder en doen hun behoefte waar zij het doet.
Van bij de geboorte wast de moeder haar kleintjes heel nauwgezet.
Vanaf 2 weken beginnen de kittens elkaar te likken met hun ruw tongetje.
Ze leren zich vrij snel te wassen zoals het moet.
Zelfs kittens die als weesje opgroeien, weten instinctief hoe ze zich moeten wassen.
Ze doen er wel wat langer over om het te leren.
De kattenbak
Er zijn een aantal te volgen regels in verband met kattenbakken:
1.  
Er moeten voldoende kattenbakken staan.
De regel is: aantal kattenbakken is het aantal poezen plus 1.
     
Het kan schelen als je grote, ruime kattenbakken neemt.
2.  
Neem vooral grote kattenbakken.
3.  
De kattenbak mag niet naast het eten staan.
4.  
Neem kattengrind dat heel goed vocht absorbeert en klontervorming geeft.
     
De aankoopprijs lijkt misschien hoger maar het voordeel zit in het feit
dat je met een schepje met grote
     
gaten enkel de klonters verwijdert.
De rest van het grind kan blijven dienst doen.
5.  
Gebruik geen geuren om urinegeur te maskeren.
     
Die geuren (zoals bv lavendelgeur) zijn zo sterk voor de kat, dat het afschrikt.
     
Gebruik eventueel wel geur-absorberende produkten.
5.  
Reinig de kattenbak voldoende regelmatig: minstens 1 maal per dag.
Wordt de kattenbak geschikt bevonden?
Je kan zien of de kat haar kattenbak 'geschikt' vindt.
Als ze uitvoerig in het grind krabt, zodat het er zelfs uitvliegt, dan is het goed.
Als je ziet dat uitvoerig de tijd genomen wordt voor het 'toilet', is het goed.
Als alles proper ingegraven wordt, is het goed.
Is de kat slordiger in het toedekken, dan betekent dit dat de kat niet tevreden is over de kattenbak en/of het grind.
De kat veegt dan oppervlakkig met de poot over de rand van de bak en kan de bak niet rap genoeg verlaten.
Onzindelijkheid
Onzindelijkheid is meestal een gevolg van stress.
Geraakt de kat overstuur bij de minste storing?
Het is een teken dat er iets mis is in de omgeving van je huisdier.
Misschien is de kattenbak te vuil?
Is er een grote verandering gebeurd wat betreft het gezin, de woning, het aantal katten, de aandacht die ze krijgt?
De onzindelijkheid kan plaats vinden in een rondslingerende boodschappentas of handtas.
Dat wijst op een protest tegen het alleen zijn of gebrek aan aandacht.
Wat meer aandacht geven, intensiever spelen en veel strelen kan dit probleem oplossen.
Hoe reageren op onzindelijkheid?
Het is nutteloos de kat te willen straffen door te slaan of door haar er met haar neus in te wrijven.
Dit heeft enkel tot gevolg dat je relatie met haar beschadigd geraakt.
Het is beter de kat op heterdaad te betrappen en af te schrikken met lawaai of met de waterspuit.
Dit wordt dan niet zo geassocieerd met jou.
Meestal helpt het de kattenbak op de plaats van onzindelijkheid te zetten
en deze dan geleidelijk aan te verschuiven naar waar je die wil hebben.
Het is heel belangrijk de kat er weg te houden en de plaats heel grondig te reinigen.
Hiervoor kan je sodazout gebruiken. Bleekwater werkt averechts en zet de kat aan het opnieuw te doen.
Je kan de geur ook verwijderen met UF2000 van Ecodor.
Het kan ook helpen de kat zijn vertrouwde geur overal in het huis te brengen ;
dit kan je doen door met een doekje over de klieren rondom de mond te wrijven en zo zijn geur te verspreiden.
Het kan soms ook helpen de etensbak op de sproeiplaats te zetten.
terug
Socialisatie
Waar moet je op letten als je een kitten wil hebben?
1.    Hygiëne is heel belangrijk.
Het huis hoeft niet naar katten of kattenbakken te ruiken.
Dat zou betekenen dat er niet genoeg gepoetst wordt.
We hechten heel veel belang aan hygiëne. De krabpalen wordt dagelijks ontsmet met Dettol, idem met de omgeving van de kattebakken.
Hun dekentjes worden alle dagen gewassen.
2.    Hoe zien de katten eruit en hoe wordt met de katten omgegaan?
Het valt meteen op of een kat gezond is of niet.
Een zieke kat zal niet tevoorschijn komen. Ook hoe ze behandeld worden ; het zijn allemaal onze lievelingen en dat weten ze.
Alle poezen worden wekelijks in bad gewassen, de nageltjes worden zuiver gemaakt en geknipt en de oortjes worden uitgekuist.
3.    Hoe reageren de katten op de bezoekers?
Zijn ze open en vriendelijk of bang en schuw?
Dit zegt iets over de socialisatie en hun karakter.
Nieuwsgierig als ze zijn, komen onze katten onmiddellijk hun bezoek verwelkomen.
Ze houden ervan veel aandacht te krijgen en ze komen dit dan ook direct vragen.
De kleinschaligheid van onze cattery, samen met het feit dat hier altijd iemand thuis is,
zorgt ervoor dat wij de grootste zorg kunnen besteden aan onze poezen.
We hechten heel veel belang aan aandacht: Ze genieten ervan dat altijd iemand hen aandacht kan geven.
Ze hebben bij manier van spreken een fulltime verpleegster en vroedvrouw ter beschikking.
4.    Informeer hoe de kittens gesocialiseerd worden.
We streven naar een maximale socialisatie.
De kittens groeien midden het gezin op en zijn vertrouwd met alle huishoudelijke lawaai
zoals TV, muziek, stofzuiger, en dergelijke meer.
Ze zijn gek van de kinderen en omgekeerd.
5.    Hoe worden de kittens opgevoed?
Wat zijn de huisregels?
We zijn vrij streng voor onze poezen : we leren het ook aan de kittens :
Ze komen niet buiten ; ze blijven mooi aan het schuifraam zitten.
Ze mogen niet aan planten komen. Wij zelf houden van planten. Zo worden de kittens dat ook gewoon dat ze niet aan planten mogen komen.
Ze mogen niet op de tafel of op de kasten.
Ze mogen niet bedelen aan tafel. Als we gedaan hebben met eten, schuiven we de stoel naar achter ; dan mogen ze op de schoot.
Ze mogen niet naar boven.
6.    Bekijk de stamboom.
om de mate van inteelt te zien. We streven ernaar om de inteeltcoëfficiënt <1% te houden.
Concreet betekent dat dat er eventueel een gemeenschappelijke voorvader kan zijn in de 4e of de 5e generatie.
Over het algemeen wordt <1% niet meer als inteelt beschouwd.
7.    Vraag vanaf wanneer de kittens mogen bezocht worden
en hoe vaak je ze mag bezoeken.
Bezoek is altijd welkom.
Voor ze 1 maand oud zijn, mag het bezoek de kittens niet aanraken. Ze zijn te vatbaar voor ziektes die de bezoekers eventueel kunnen overdragen.
Daarna mogen ze in de handen genomen worden. We wassen zelf steeds onze handen en vragen dat ook aan de bezoekers.
Op de leeftijd van 6 weken zijn ze al wat meer ontwikkeld en komen de karaktertrekken tot uiting. Dan kunnen we daar een woordje uitleg over geven.
8.    Vraag naar de voorwaarden en de garantie.
Een fokker met vertrouwen zal een gezondheidsgarantie geven.
We gaan ervan uit dat het kitten geen gezondheidsproblemen zal hebben.
Mocht het probleem zich voordoen: we voorzien een clausule in het contract,
die beide partijen beschermt in geval van overlijden door een erfelijke ziekte.
9.    De fokker zal op zijn beurt veel vragen stellen
aan de geïnteresseerden.
Dit toont dat hij begaan is met de toekomst van zijn kittens.
- 
Hoe vond je ons en waarom wens je een Sphynx te verkrijgen van ons?
- 
Wat verwacht je van je huisdier?
- 
Heb je ervaring met katten en met de Sphynx in het bijzonder?
- 
Heb je al huisdieren?
- 
Is er genoeg gezelschap voor het kitten?
etc...
10.    Is er een regeling als de kat weg moet?
Een verantwoorde fokker wil niet dat zijn kitten in het asiel terecht komt. Hij zal graag mee zoeken naar een oplossing.
Het is niet evident dat het kitten kan terugkeren naar de fokker, dit kan de groep mogelijks ernstig verstoren.
Mocht het probleem zich stellen, dan willen we het in elk geval eerst proberen.
We laten geenszins toe dat het kitten, al dan niet volwassen ondertussen, terecht komt in een asiel of op straat.
terug
Het belang van socialiseren
Wat betekent socialiseren?
Socialiseren betekent ‘aanleren om te gaan met een aantal situaties die in de toekomst zullen voorkomen’,
het kitten dus kennis laten maken met alles dat deel zal uitmaken van zijn latere leefwereld.
Goede socialisatie is heel belangrijk. Goed socialiseren voorkomt namelijk gedragsproblemen.
Tot op de leeftijd van 3 weken ligt het kitten vooral in het nest bij de moeder.
Vanaf 3 weken ontdekt het de wereld. Vanaf 4 à 5 weken begint het vast voedsel te eten.
In de faze van 3 tot 7 weken moet het kitten met alles kennismaken waar het later moet mee om kunnen gaan:
het reismandje, de lichamelijke verzorging (bv reinigen van de oren, nagels, het wassen),
het autorijden, contact met mensen of andere huisdieren enz.
In de periode van 8 tot 13 weken leren de kittens van de moeder vooral de sociale contacten aangaan en omgaan met agressie.
Het karakter van het kitten
Het is belangrijk om bij de aanschaf van het kitten naar het karakter van zowel de moeder als de vader te kijken.
De vader geeft namelijk de genen van het karakter door! Kittens zijn vriendelijker naar mensen toe als hun vader dat ook was.
Het leert ook veel van de moeder. Die is natuurlijk het voorbeeld, zowel in positieve als in negatieve zin.
Socialisatie en gedragsproblemen
Het begint allemaal bij de moederpoes.
Als de moederpoes als kitten slecht gesocialiseerd werd, zal ze de daardoor opgelopen tekortkomingen doorgeven aan haar kittens.
Als ze te vroeg weggehaald is van haar moeder, is de kans groot dat ze haar kittens in de steek laat.
Ze heeft namelijk niet leren moederen.
Een poes die geen contact heeft met andere katten, die angstig, agressief of stressgevoelig is, is vaak zelf geen goede moeder.
Ze geeft dat probleemgedrag door aan haar kittens.
Kittens die voor de leeftijd van 3 maand weggehaald worden van de moeder, zullen later vaak gedragsproblemen vertonen.
Ze zijn vaak agressiever en krabben sneller.
Belangrijk besluit
Daar de kittens mintens 3 maanden bij de moeder moeten blijven, is het helemaal af te raden een kitten te kopen in een dierenwinkel.
Deze zijn niet gesocialiseerd en vertonen later gedragsproblemen.
Bovendien hebben de katjes in een dierenwinkel door het reizen veel aan stress blootgestaan.
Hierdoor is hun weerstand zwakker. Ze hebben ook veel meer contacten gehad waarbij ze ziektes kunnen oplopen.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een buitenkitten, een boerderijkitten, een binnenkitten, een raskitten.
Een boerderijkitten bijvoorbeeld is niet gesocialiseerd voor een leven binnenshuis. Hierdoor ontstaan gedragsproblemen.
Een raskitten van een fokker die goed socialiseert valt op termijn goedkoper uit dan het gratis katje van de buren.
Bij het gratis katje kunnen veel kosten komen wegens gezondheidsproblemen of gedragsproblemen.
terug
Gedragsproblemen
De aard van de kat
De kat is een dier dat al veel langer leeft dan dat ze als huiskat gehouden wordt.
Pas de laatste decennia wil de mens katten houden en ermee fokken.
Het gedrag van de kat zit echter ingebakken in de genen en dit kan je niet zomaar veranderen.
Katten zijn wel enorm slim en kunnen dus heel goed leren.
Voorbeeld hiervan zijn de leeuwen en tijgers die trucjes geleerd hebben in het circus.
De kat heeft een eigen karakter dat niet toelaat haar gedrag zomaar te veranderen.
Er wordt wel eens gezegd dat een kat eigenzinniger is en zelf ‘baas’ blijft.
Het gedrag
Toch kan men de kat iets aanleren of haar gedrag bijsturen. Deze behoefte stelt zich meestal bij gedragsproblemen.
Voorbeelden van gedragsproblemen zijn onzindelijkheid, angst, schuwheid, agressie enz.
Gedragsproblemen kunnen te wijten zijn aan lichamelijke problemen.
Dus moet eerst bij de dierenarts nagegaan worden of een ziekte aan de basis ligt van het probleem.
Pas daarna kan men beginnen denken aan een soort gedragstherapie.
Kennis over het gedrag
Het belangrijkste hierbij is dat men probeert te begrijpen waarom de kat het betreffende gedrag vertoont.
Het is heel moeilijk haar gedrag aan te passen door middel van straffen.
Het heeft alleen nut de kat op het moment zelf te straffen. Ze moet in principe op heterdaad betrapt worden.
Dan kan men haar afschrikken met de plantenspuit.
Achteraf straffen heeft geen zin want dan legt ze het verband niet met wat ze misdaan heeft.
Na een halve minuut al kan ze het verband niet meer leggen en brengt het geven van de straf eerder schade aan de relatie mens-kat.
Voorkomen
Gedragsproblemen kunnen beter voorkomen worden dan verholpen.
Het goed socialiseren van een kitten voorkomt gedragsproblemen.
Daarnaast kan kennis over het gedrag van de kat veel problemen voorkomen.
Bijvoorbeeld:
Een kat die haar behoefte buiten de kattenbak doet, doet dit misschien omdat deze te vervuild is.
Het is ook mogelijk dat ze niet in die kattenbak wil gaan omdat andere katten die gebruiken.
Een kat heeft namelijk een heel sterke reukzin.
Regel in dit verband is zoveel kattenbakken in huis beschikbaar te hebben als het aantal katten plus één.
Menig katteneigenaren zullen dit niet graag horen. Een kat zal ook liever in een open kattenbak gaan dan in een gesloten.
Gaat het om plassen of sproeien (buiten het hormonale gebeuren), dan is de kat heel waarschijnlijk gefrustreerd.
Dus zal men proberen achterhalen wat aan de basis hiervan kan liggen.
Een kat gebruikt urine als communicatiemiddel (dmv de geur).
Vaak wijst dit op onzekerheid en bevestigingsdrang: het is een manier om zijn omgeving zijn vertrouwde geur mee te geven.
Mogelijks is de vertrouwde omgeving van de kat verstoord doordat bv zijn voorkeurzetel vervangen is,
of er een nieuwe huisgenoot bijgekomen is of dergelijke meer.
Lees meer hierover bij feromonen en sproeien…
Een aantal gedragingen zijn natuurlijk en dus kan men deze niet weg krijgen.
Voorbeelden hiervan zijn plassen en contact met andere levende wezens…
Men kan wel proberen ze te verplaatsen. Anders frustreer je het dier en zal het averechts effect hebben.
Men kan de kattenbak op de plaats van onzindelijkheid zetten en deze geleidelijk verplaatsen.
Een kater die steeds opgesloten zit in zijn dekkaterverblijf zal alleen al uit frustratie sproeien.
In principe moet een kitten dat dekkater moet worden en dus later in een dekkaterverblijf moet leven,
reeds van in zijn socialisatieperiode eraan gewend moeten gemaakt worden om alleen in een dergelijk verblijf te zitten.
Zo komen we weer bij het belang van socialiseren...
terug
Verzorging:
De Sphynx moet verzorgd worden ; hij heeft zijn eigen specifieke verzorging nodig.
Tot de verbazing van velen vereisen Sphynxen bijzonder weinig verzorging.
Zoals je vanzelfsprekend meteen vermoedt, hoeven ze niet gekamd, ontklit of ontvlooid te worden.
Bovendien vind je nergens uitgebraakte haarballen.
Een of twee wasbeurten per week volstaan. Daarbij worden meteen hun nageltjes geknipt, oortjes gereinigd en tandjes gepoetst.
Mits van jongsafaan gewend gemaakt, laten ze dit allemaal mooi doen. Dit neemt dan een kwartiertje van uw tijd.
Hoe vaak wassen?
-
-
- -
De ene Sphynx scheidt meer talg af dan de andere. Zoals mensen een vette of droge huid
kunnen hebben, verschilt ook de ene Sphynx van de andere.
Het hangt allemaal een beetje
af van de genen en het seizoen,
maar het kan ook onder invloed van hormonen (krolsheid, zwangerschap) veranderen.
Sphynxen die alleen zijn of met behaarde katten samenleven, zullen minder snel vuil worden
dan wanneer ze een andere Sphynx als
gezelschap hebben. Ze zoeken de warmte en
en vooral gezelschap op, en liggen meestal in mekaar verstrengeld te rusten of te slapen.
Daardoor wordt er meer gezweet, meer talg en vuil afgescheiden
Op een lichte kleur zie je sneller het vuil dan op een donkere huidskleur.
Uw persoonlijke instelling: een vuile Sphynx geeft af. Hij maakt vlekken op uw kleding, zetels en beddengoed (Sphynxen liggen namelijk dolgraag bij u in bed).
Wel even een opmerking hierbij: zoals bij haar van mensen ;
hoe vaker je het wast, hoe sneller het weer vettig wordt.
Dit komt doordat de talgklieren uitdrogen door water en zeep en
zo gestimuleerd worden om de vochthuishouding van de huid weer op peil te brengen.
Daarom kan je best vermijden een Sphynx al te vaak te wassen.
Tussen twee wasbeurten in kan het ergste vuil opgenomen worden
door met een vochtig doekje ( dermatologisch ) over de huid te gaan.
Sommige Sphynxen worden wekelijks in bad gezet, bij anderen is
het maar 1 keer per maand of zelfs minder vaak nodig.
Het regelmatig wassen van hun naakte velletje is nodig,
omdat ze net als mensen huidsmeer aanmaken.
De talg die zich bij een kat met een normale vacht tussen de haren verdeelt,
blijft bij een Sphynx op de huid liggen.
De huid wordt net als bij de mens vettig. Daarvoor is een washandje,
wasbak en een shampoo met neutrale pH handig.
Dekentjes of kussens waar de Sphynx op ligt, kunnen bruine plekken vertonen door het huidsmeer,
maar dit gaat er gemakkelijk uit in de was op 60 graden.
Sphynxen zitten graag boven op de verwarming. Daardoor kunnen hun ogen meer 'prut' aanmaken.
Dat kan je simpelweg verwijderen met een doekje of een wattenstaafje.
Zolang het binnenste van het onderste ooglid lichtroze ziet, is er niets aan de hand.
Nageltjes knippen
Om te voorkomen dat ze in een speelse bui hun huisgenootjes of het meubilair beschadigen,
is het aan te raden hun nageltjes regelmatig bij te knippen.
Een gewoon nagelklippertje is hiervoor heel geschikt.
De nagels worden eventueel nog proper gemaakt met een nat doekje.
Je kan heel goed zien tot waar je mag knippen: de nagels zijn een beetje doorzichtig,
en als je zachtjes op de tenen knijpt,
komen ze er zo ver uit dat je het rozige, vlezige deel kan herkennen.
Als je daarin knipt, doet het pijn en zal het beginnen bloeden.
Moest dat toch per ongeluk gebeuren, kan je het bloed stelpen door de nagel door een stukje zeep te halen.
Maar dat proberen we natuurlijk te vermijden.
De oren
Sphynxen maken wat meer oorsmeer aan dan de meeste andere kattenrassen.
Daarom maken we gelijk ook hun oortjes schoon met een vochtig doekje en een wattenstaafje.
De binnenzijde van de oren is gevoelig, dus ga voorzichtig te werk.
De tanden
Om hun gebit schoon te houden volstaat gewoonlijk het voornamelijk voeren van
droogvoer en het regelmatig verwijderen van tandaanslag.
Gebruik hiervoor je nagels en een tissue of schaf een dierentandenborsteltje en -tandpasta aan.
In zeldzame gevallen ontwikkelen hiervoor gevoelige katten desondanks tandsteen.
Op de leeftijd van 6 maanden wisselt een kitten zijn melktandjes in voor de grote tanden.
Die komen er soms al door terwijl de kleintjes er nog instaan.
Het kan net als bij een mensenbaby pijnlijk of lastig zijn, katjes bijten in die periode graag,
en vaak vind je een melktandje dicht bij hun eetplaats.
Harde brokjes kunnen helpen de tandjes te verliezen.
Ook knagen aan een kippeboutje helpt bijvoorbeeld.
De lichaamstemperatuur
De huid van een Sphynx voelt niet alleen zacht, maar ook zeer warm aan.
Toch is de lichaamstemperatuur van een Sphynx niet hoger dan bij een andere kat.
Een Sphynx wordt bij voorkeur binnen gehouden.
Niet omdat ze er niet tegen kunnen buiten te komen :
Sphynxen kunnen hun inwendige temperatuur zonder problemen
op peil houden wanneer ze buiten zitten.
Dat een Sphynx een hogere temperatuur zou hebben vanwegen een verhoogd metabolisme,
is een fabeltje.
Als de temperatuur van een Sphynx boven de 39 graden C gaat, heeft hij koorts,
net zoals alle andere katten.
Binnen houden
We houden ze het liefste binnenshuis ; buiten zouden ze kunnen vechten of
paren met andere katten, meegenomen worden of overreden worden.
Als ze in de zon zitten kunnen ze verbranden,
dus het is te vermijden dat het zonnebaden te lang duurt.
In principe moeten ze ingesmeerd worden met zonnecreme,
maar doorgaans likken ze dit helemaal weg en het is dan nog de vraag of dit wel goed is voor hun darmen?
Absoluut te vermijden is tocht.
Daar we de Sphynx binnen houden moet hij in huis genoeg ruimte en
speelgoed hebben om zich te kunnen amuseren.
Een speelkameraad en/of een baasje dat niet teveel weg van huis is, is ideaal.
Eenzaam
Sphynxen zijn erg sociale katten en kunnen wegkwijnen wanneer ze teveel alleen zitten.
Dus is de Sphynx het ideale ras voor mensen die hun dieren graag vertroetelen
en er een hechte band mee willen opbouwen.
Een speelkameraad kan een hond zijn, of een kat van een ander ras.
Een goede krabpaal is onontbeerlijk.
Wat betreft speeltjes, hoef je niet noodzakelijk allerlei kattenspeeltjes te halen in de winkel.
De Sphynx is zo nieuwsgierig , speels en vindingrijk dat hij altijd in de weer is met van alles.
Natuurlijk is het wel zo dat je hem best 'afleidingsmateriaal' geeft, zodat hij van je geliefde spullen blijft ...
Allergiepatiënten
Omdat een Sphynx geen haren verliest waaraan talg en huidschilfers hangen,
kan dit ras een oplossing zijn voor allergische kattenliefhebbers.
Echter, mensen die sterk allergisch zijn zullen nog steeds reageren op de talg en
schilfers die aan de huid van een Sphynx kleven.
Maar omdat een Sphynx regelmatig in bad gaat,
zal de hoeveelheid talg en schilfers niet erg groot zijn.
terug
Opgroeien in de Cattery
Het is dikwijls lang ongeduldig wachten voor de nieuwe eigenaar tot ze het kitten meekrijgen.
Kittens mogen het nest verlaten als ze 3 maand oud zijn.
Dit is in eerste instantie wettelijk bepaald voor fokkers van raskatten en wel om de volgende reden :
de sociale ontwikkeling van een kitten duurt ongeveer tot 12 weken.
Een kitten dat vroeger van de moeder weggehaald wordt, vertoont asociaal gedrag ten opzichte van andere katten:
dat kan zich vertalen in agressief en aanvallend gedrag.
Gedurende die 12 weken leert het kitten hoe zich te gedragen tegenover soortgenoten en hoever ze mogen gaan in het spelen:
als ze te hard en te wild spelen, wordt dit niet gewaardeerd en dat wordt hen op een of andere manier duidelijk gemaakt.
Ze worden zindelijk en eten vaste voeding.
Doordat ze een krabpaal hebben zullen ze hun nagels niet scherpen aan het meubilair.
De fokker is dagelijks met de kittens bezig. Al van de eerste dag worden ze elke dag gewogen en gekoesterd.
Ze worden dagelijks gecontroleerd of ze voldoende bijkomen. Hun nest wordt dagelijks proper gemaakt.
Doordat de kittens zo vroeg in contact komen met de mens, leren ze vertrouwen te hebben in mensen.
Wij vinden het heel belangrijk altijd eerst de handen te wassen alvorens hen aan te raken.
Zo vermijden we de overdracht van ziektekiemen.
Vanaf de derde week krijgen ze wekelijks hun verzorgingsbeurt. Hierbij worden ze in bad gewassen terwijl het water blijft lopen.
Zo geraken ze vertrouwd met het geluid van water en de wasbeurt op zich.
Vanaf 5 weken wordt zeep gebruikt. Tot dan zijn moeder en kittens teveel aangewezen op hun reukzin.
Na het wassen worden de oortjes zuiver gemaakt en de nageltjes gewassen en geknipt.
Het is belangrijk dit heel regelmatig te blijven doen, zodat ze het niet ontwennen.
Heel belangrijk is dat de kittens opgroeien in de huiskamer.
Ze geraken vertrouwd met huishoudelijke geluiden zoals de TV, radio, stofzuiger, pratende mensen, spelende kinderen en dergelijke meer.
Zo worden ze sociaal naar mensen toe.
Als ze daarentegen geïsoleerd opgroeien ( zoals afgezonderd bij broodfokkers ),
zullen ze bang worden van alle geluiden en bewegingen die ze niet kennen.
Dit levert hen een sociale achterstand op, die heel vaak niet meer goed te maken is.
terug
Verzorging in hun nieuwe thuis
Het kitten is gestrest door de verhuis naar de nieuwe thuis.
Daarom proberen we de overgang wat te verzachten.
We geven mee :
-  een dekentje waar de geur van het nest in zit.
    Zo blijft er toch iets vertrouwds aanwezig.
-  de gewone voeding: het is belangrijk niet te veranderen van voeding.
    Het zou een bijkomende stressfactor zijn en
bovendien zou het diarree veroorzaken.
-  Het gewone kattengrind
Bij het aankomen in de nieuwe verblijfplaats zal deze grondig geïnspecteerd worden.
Geef het kitten rustig de kans te wennen.
Geef van in het begin duidelijk aan wat mag, wat niet mag, waar ze mag of niet mag,
waar het eten en drinken staat en waar de kattenbak staat.
Een eigen slaapplaatsje, het liefste vlakbij de verwarming, stellen ze echt op prijs.
Dat kan een kussen zijn, een mandje, een dekentje, …
Voeding
Wij gebruiken Royal Canin Kitten 36. Dit is voeding voor kittens tot 1jr oud.
Wij adviseren niet te vroeg te stoppen met deze kittenvoeding. Dat zorgt voor diarree.
We zijn helemaal voor droge voeding. Natte voeding bevat teveel vetten,
is slecht voor de tanden en geeft een stinkende bek.
Je geeft best geen melk; water is de ideale dorstlesser.
Kattenbak
Zorg voor een grote kattenbak : het kitten wordt rap groot.
Je neemt best een gesloten kattenbak, anders gebeurt het wel eens dat de volwassen kat over het randje plast.
De meeste katten zitten niet graag opgesloten. Zorg er dus voor dat je het deurtje kan verwijderen.
Zet het kitten meteen bij het toekomen in de nieuwe kattenbak zodat het weet waar de behoefte te doen.
Krabpaal
Een kat heeft er behoefte aan haar nagels te scherpen.
Als je een krabpaal voorziet, zullen uw meubels gespaard blijven.
Speelgoed
Voldoende speeltjes zijn een welgekomen afleiding.
Allergrootste favoriet onder het speelgoed is steeds de klassieke grijze muis,
vooral als ze gevuld is met kattenkruid.
Een hengel met elastiek en muis met belletje erbij doet het ook schitterend.
Het hoeft niet duur te zijn : hier hebben ze maximaal plezier met een kartonnen doolhof
( allerlei dozen op elkaar met hier en daar in en uitgangen )
Verzorging
Bij het verlaten van het nest is het kitten reeds 2 maal ingeënt en 3 maal ontwormd.
Verder moet je het:
-  2 maal per jaar ontwormen
-  1 maal per jaar inenten.
Gevaren in huis
-  electrische kabels zijn leuk op op te knabbelen.
-  Veel planten zijn giftig voor de kat : zie …
-  Openstaande WC-potten: verdrinkingsgevaar + giftige schoonmaakprodukten
-  controleer steeds de wasmachine, droogkast en vaatwas voor gebruik
-  kantelramen zijn dodelijk!
    De kat raakt gekneld en hoe meer ze eruit probeert te geraken,
    hoe vaster ze komt ze zitten: verlamming en verstikking.
Opvoeding
Het kitten krijgt een opvoeding mee van bij de fokker. Toch zal het in zijn nieuwe omgeving opnieuw de grenzen aftasten.
Het is dan aan de nieuwe eigenaar om de lijn verder te trekken.
Het berispen van het kitten gebeurt via afleiding (opnemen en elders neerzetten),
stemverheffing of eventueel met de plantenspuit.
terug
Wormen bij de kat
Katten zijn vaak besmet met wormen, meestal spoelwormen of lintwormen.
De kat kan ziek worden van deze wormen,
maar ook wijzelf kunnen besmet worden met de spoelworm die katten bij zich dragen.
Vooral voor kinderen kan een spoelworminfectie nadelige gevolgen hebben.
Zo draagt een spoelworm-infectie bij tot verergeren van allergische astma.
Omdat wij in nauw contact leven met onze huisdieren is
het dus belangrijk dat we ze regelmatig ontwormen!
De spoelworm
De spoelworm wordt overgebracht via wormeitjes in de ontlasting van de huisdieren
en wordt ook via de moeder rechtstreeks op kittens overgedragen.
Hierdoor zijn bijna alle jonge dieren in meer of mindere mate met spoelwormen besmet.
Of een kat spoelwormen bij zich heeft is niet altijd aan de buitenkant te zien.
Soms zijn de volwassen wormen in de ontlasting (of in braaksel) te vinden.
Deze worm ziet er uit als een stukje spaghetti van 5 a 10 cm met dunne uiteinden.
Vaak is ontlastingonderzoek nodig om onder de microscoop de wormeieren op te sporen.
De lintworm
Lintwormen verraden zich snel; als uw huisdier een lintworminfectie heeft kunt u vaak
kleine witte stukjes ter grootte van een rijstkorrel rondom de anus of in de ontlasting zien.
Een lintwormbesmetting treedt op via een tussengastheer: de vlo!
Een vlo kan een lintwormeitje in zich hebben;
uw hond of kat kan tijdens het reinigen van de vacht een vlootje opeten en zo besmet worden.
Bij de bestrijding van lintwormen is het dus tevens belangrijk de vlooien goed onder handen nemen.
Een andere veel voorkomende tussengastheer voor de lintworm is de muis.
Alweer een pluspunt bij onze geliefde Sphynxen: de vlo komt zelden voor... en muizen vangen zullen ze ook niet vaak doen...
Regelmatig ontwormen van uw huisdieren is dus van groot belang voor de gezondheid van dier en mens.
De bestrijding
Voor bestrijding van spoelwormen wordt het volgende ontwormingsschema aanbevolen:
-----
- Kittens: op 4, 6, 8 en 10 weken; op 4 en 6 maanden; daarna ieder half jaar.
-----
- Volwassen katten: ieder half jaar behandelen.
Wormkuren zijn verkrijgbaar in verschillende toedieningsvormen:
tabletjes, pasta en (nieuw voor de kat) druppels in de nek.
Dat laatste is erg makkelijk bij lastige katten.
terug
Reuk en smaak
Een kat heeft in de neus 17 miljoen zenuwcellen.
Dit maakt dat hij een zeer sterke geurzin heeft.
De reuk- en smaakorganen zijn met elkaar verbonden doordat de neusholte uitkomt in de bek.
Ontvangers in het reukepitheel proeven in de lucht zwevende stoffen en zenden prikkels naar het reukcentrum in de hersenen.
Smaakpapillen op de tong reageren op stoffen in het voedsel ; ook deze prikkels gaan naar het reukcentrum.
Door het verhemelte loopt een kanaal naar het Orgaan van Jacobson.
Dit orgaan is bezet met reukgevoelige cellen, die in verbinding staan met centra in de Hypothalamus.
Dit orgaan is van belang voor het sexueel gedrag en de eetlust.
Als een kattenneus overmatig wordt geprikkeld, fleemt de kat:
ze opent de bek en trekt het aroma scherp naar binnen.
Hierbij zijn de neusvleugels gesloten en gaan de gaten van het Orgaan van Jacobson open staan.
Dit extra reukorgaan leidt de informatie via het centrale zenuwstelsel naar de hersenen,
van waaruit de handeling van de kat volgt.
Bij het flehmen (flemen) worden geurmoleculen in de lucht opgevangen op de tong.
De tong duwt deze moleculen tegen de opening van het Jacobs orgaan.
Fle(h)mende katten kunnen hun baas aankijken met een blik van domheid, afschuw of dromerigheid.
De kat rekt de hals, opent de bek en krult de bovenlip op in een grijns.
Je ziet het flemen het meest bij ongecastreerde katers die een krolse poes ruiken.
De geurzin van de kat is dus enorm veel sterker dan die van de mens.
Dat zorgt ervoor dat de kat anders reageert op bepaalde geuren.
Veel geurmiddelen zijn absoluut veel te sterk zin voor de kat.
Denk aan de geurmiddelen die men kan toevoegen aan de kattebakken : lavendel en dergelijke.
Het is af te raden bv. kattegrint te nemen met lavendelgeur. Dit schrikt de kat af.
Het is beter er een geurvreter aan toe te voegen.
Geur en smaak zijn nauw verbonden bij de kat.
Bij het eten is de geur heel belangrijk.
Een kat die verkouden is moeilijker te voeren.
Dit komt niet omdat ze geen honger heeft, maar wel doordat ze het eten niet ruikt.
Als het noodzakelijk is de kat toch aan te zetten tot eten
moet er eten voorgeschoteld worden met een sterkere geur zoals bv. gebakken lever of gerookte bokking.
Bron: www.kattenweetjes.nl
terug
Feromonen
Een feromoon is een chemische boodschapper tussen individuen van dezelfde soort.
Katten nemen feromonen waar door het zogenaamde Vomeronasale orgaan,
een kleine groep van sensorische receptoren in de buurt van het reukorgaan die
gespecialiseerd zijn in het decoderen van feromonen.
Er zijn verschillende soorten feromonen waaronder alarmferomonen, agressieferomonen, territoriumferomonen,
herkenningsferomonen, en vele anderen.
Het feromoon dat afgegeven wordt door de ene kat beinvloedt het gedrag van de andere katten.
Als uw dier deze chemische boodschap opvangt, veroorzaakt dat een verandering in zijn gedrag (seksuele opwinding...)
of een emotie (angst, geruststelling...).
Hij kan dan op zijn beurt feromonen afscheiden via zijn huid, zijn speeksel, zijn urine,
zijn uitwerpselen of secreties uit de geslachtsopening.
Als uw kat zich lekker in haar vel voelt, zal ze met haar wangen of poten tegen voorwerpen aan wrijven.
In feite scheidt ze dan de feromonen van tevredenheid af die zich in de huid bevinden.
Als uw kat haar territorium wil afbakenen, zal ze een straaltje urine horizontaal op de muren of de meubelen sproeien.
Feromonen zijn overal in de omgeving aanwezig en zijn eigenlijk een communicatievorm :
een discrete, efficiënte manier om zich verstaanbaar te maken.
Ze dienen om soortgenoten de grenzen van hun territorium aan te geven,
om hun gemoedsgesteldheid of geslachtsdrift uit te drukken.
Als u uw kat regelmatig observeert, zult u vast al hebben gezien hoe zij plots haar muil halfopen spert
nadat ze een plaats met belangstelling heeft besnuffeld. Deze gedragsvorm is een reactie op het waarnemen
van feromonen en de analyse ervan door het vomeronasaal orgaan.
Als uw dier deze chemische boodschap opvangt, kan hij dan op zijn beurt feromonen afscheiden via
zijn huid, zijn speeksel, zijn urine, zijn uitwerpselen of secreties uit de geslachtsopening.
Bepaalde situaties zoals een verhuizing, de komst van een nieuw huisdier of een nieuw kindje in het gezin, kunnen leiden
tot stress bij uw kat. Ze is uit haar evenwicht en het kan gebeuren dat ze dan overal in huis urineert,
zich verstopt of minder eetlust heeft.
Om de stress in deze situaties te bestrijden, bestaan er vandaag feromonen die kunstmatig zijn samengesteld
in een laboratorium en verkocht worden in de vorm van sprays of elektrische verdampers.
Ze zijn gemakkelijk in het gebruik en kunnen helpen om uw poes te kalmeren en ongewenst gedrag als
gevolg van stress in te tomen.
terug
Sproeien
Een kat is een erg hygiënisch huisdier. Ze maakt spontaan gebruik van een kattenbak om haar behoeftes te doen.
Als ze echter sproeit of urineert in een hoek van de kamer, kan dit verschillende redenen hebben.
Verschil tussen sproeien en urineren
Bij sproeien wordt urine gebruikt als een geursignaal voor zichzelf en andere katten.
Hiermee 'bakent' de kat zijn of haar territorium af.
De kat sproeit rechtstaande, maakt meestal een trillende beweging met de omhoogstaande staart en de achterste poten,
en een kleine hoeveelheid urine wordt naar achteren gesproeid op een verticaal oppervlak
waardoor er een duidelijk geurmerk achterblijft.
Voor de hand liggende plaatsen voor sproeien zijn muren, deuren, ramen, gordijnen, elektronische apparatuur en afvalzakken.
Urineren dient louter ter verlichting van een volle blaas.
De kat urineert gehurkt op een horizontaal oppervlak.
Voor de hand liggende plaatsen voor ongepast urineren zijn tapijt, zetels, dekbedden, badkuipen of wasbakken.
Alle katten kunnen sproeien, of ze mannelijk of vrouwelijk, vruchtbaar of gesteriliseerd zijn.
Gesteriliseerde katten hebben daar wel minder de behoefte toe.
Het gebeurt meestal bij wijze van communicatie.
Ze laten ook geursignalen achter door te wrijven met de klieren rondom de mond tegen allerlei objecten.
De kat laat niet alleen een geur achter om andere katten te laten weten dat ze daar is,
maar ook om het gebied te bekleden met haar eigen vertrouwde geur, voor vertrouwen.
Bij de niet-gesteriliseerde kat geeft de urine niet alleen diens aanwezigheid aan, maar ook diens status.
Vrouwtjes hebben tijdens de krolsheid hoge oestrogeengehaltes in hun urine om mannetjesdieren aan te trekken.
Binnenshuis sproeien is een teken dat de kat gestresseerd is of zich bedreigd voelt.
Door zich te omringen met zijn eigen geur, voelt de kat zich zelfzekerder.
De oorzaak kan zijn : aanwezigheid van andere katten, een nieuwe baby of huisgenoot, verbouwingen.
Hoe dan ook, eens een kat zijn urine achtergelaten heeft op een bepaalde plaats,
zal de geur haar stimuleren om het op deze plaats nog te doen.
Afhankelijk van het soort van urine lozen, kan men gepaste maatregelen nemen.
Als het gaat over urineren, kan het helpen de kattenbak op die plaats te zetten en geleidelijk
aan deze te verplaatsen naar waar je die wil hebben.
Als het gaat over sproeien, is het heel belangrijk de kat weg te houden van de geur en de plaats grondig te reinigen.
Het kan ook helpen de kat zijn vertrouwde geur overal in het huis te brengen ;
dit kan je doen door met een doekje over de klieren rondom de mond te wrijven en zo zijn geur te verspreiden.
terug
Kattenkruid
Wat is kattenkruid?
Kattenkruid (Nepeta cataria) is ontstaan in Noord-Afrika en het Middelandse Zee-gebied,
maar het groeit nu over het algemeen in Europa, Azië, Afrika en Noord-Amerika.
Kattenkruid wordt al sinds de 15e eeuw vaak gebruikt in homeopatische middelen voor mensen.
Men maakt er thee van: het is zelfs de meest gedronken thee geweest in Europa voordat thee geimporteerd werd uit het oosten.
Het word van oudsher gebruikt in kruidentuinen, meestal als randbeplanting.
Kattenkruid is gemakkelijk te houden, vooral op plaatsen waar de zon regelmatig schijnt.
Het behoort tot de lipbloemigen, waar ook de beroemde munt deel van uitmaakt.
Zijn wortels en driehoekige, getande blaadjes scheiden een mentholgeur af.
In de zomer bloeit het met kleine, lavendelblauwe bloemen.
De plant dankt haar naam aan haar aantrekkingskracht en stimulerende werking op alle katachtigen.
Bijnamen: kattenkruid, kattenmint, catnip.
Katten hebben belangstelling voor planten.
Sommige planten zijn giftig, maar de kat herkent over het algemeen welke planten goed zijn voor de spijsvertering.
Dankzij het hoge vezelgehalte, zorgt het eten van planten voor een goede darmdoorvoer.
Heel wat planten hebben een braakwekkend effect waardoor de kat haarballen kan uitbraken. (Niet van toepassing voor Sphynxen)
Verwar kattenkruid niet met "kattengras", dat je in de winkel koopt.
Dat is gerst, haver of tarwekiemen. Katten kauwen daar graag op,
net zoals op het gras uit de tuin of bepaalde planten in huis.
Waarom houden katten ervan?
Kattenkruid oefent een aantrekkingskracht en stimulerend effect uit op katachtigen die het parfum ervan inademen.
Het bevat Nepetalactone, een stof die de plant produceert tegen insecten. Katten detecteren deze door de geur.
Kattenkruid is niet giftig voor een kat.
Nepetalactone bootst mogelijks de werking van paringsferomonen van de kat na en
het werkt als een natuurlijke stemmingsversterker.
Het kan ervoor zorgen dat de kat ongewoon speels of aanhankelijk doet.
Sommige katten worden gewoon erg relaxed en staren in de ruimte.
De effecten van kattenkruid duren kort: 5 tot 15 minuten. Daarna is de "betovering" verbroken.
Niet alle katten zijn er gevoelig voor. 20% van de katten is er ongevoelig voor.
Jonge katjes zijn er bijna nooit gevoelig voor. De gevoeligheid voor kattenkruid is erfelijk.
Waar vind je kattenkruid?
Je houdt het zelf. Kattenkruid groeit gemakkelijk en kan zelfs overwoekeren.
Het wordt verkocht in gedroogde vorm: zo wordt het ook verwerkt in kattenspeeltjes.
Gedroogd kattenkruid verliest zijn kracht na verloop van tijd: de kracht verdwijnt voornamelijk door UV-straling.
Er bestaat ook kattenkruidolie of -spray, die wordt dan gebruikt om speelgoed of beddengoed van deze geur te voorzien.
Katten reageren al op zeer kleine hoeveelheden kattenkruid, dus u hoeft niet al te veel te gebruiken.
Een kat geniet van kattenkruid ; het kan gebruikt worden ter aanmoediging een krabpaal te gebruiken.
Het kan de kat stimuleren tot beweging of zelfs tot ontspanning.
Sommige mannetjes worden agressief door kattenkruid, mogelijks doordat kattenkruid het paringsgedrag stimuleert.
terug
Kattengespin
Het spinnen van de kat
Spinnen is het ritmisch trillende geluid dat sommige katachtigen maken.
Dit spinnen varieert van kat tot kat (in geluidssterkte en toon).
Het spinnen gebeurt op een lage frequentie, namelijk tussen de 20 en 50 Hz.
Het gespin van de huiskat bestaat grotendeels uit trillingen van 23-30 Hz.
De huiskat doet dit zowel bij inademen als uitademen. Andere katachtigen doen dit enkel bij het uitademen.
Spinnen heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in de communicatie in het nest.
Katten spinnen van jongs af aan. Ze worden geboren tijdens spinnen van de moeder.
Pasgeboren kittens spinnen als ze drinken bij de moeder. Kittens spinnen vooral als ze aandacht krijgen van de moeder.
Ze blijven ook spinnen tot op hoge leeftijd.
De meeste katten (vooral de katers) kunnen luid spinnen.
Sommige katten echter brengen een nauwelijks hoorbaar geluid voort.
Tengere dieren spinnen vaak zo zachtjes dat het lijkt alsof ze helemaal niet spinnen.
Als een kat echt niet spint, kan dit het gevolg zijn van langdurige stress of een ziekte.
Hoe vaak en hoe hard de kat spint, hangt niet af van geslacht, leeftijd of ras, maar van het karakter.
Een gevoelige kat spint rapper als ze haar personeel ziet.
Hoe spint de kat?
Er is nog steeds niet met zekerheid geweten hoe katten spinnen.
Er zijn verschillende theorieën:
1. Het Vibrerend strottenhoofd
Katten spinnen door hun strottenhoofd op een bepaalde manier te doen vibreren.
Het geluid zou afkomstig zijn van twee plooien achter het strottenhoofd, de zogezegde valse stembanden.
2. Een trillende ader
De kat kan een grote ader, die over het middenrif loopt, laten trillen door spieren samen te trekken.
De trillingen worden dan versterkt door de luchtpijp.
Waarom spinnen katten?
Ontspannen...
We menen te weten dat katten spinnen omdat ze tevreden zijn.
Katten spinnen echter ook als ze bang zijn, pijn hebben, bevallen, ernstig gekwetst of ziek zijn.
Eigenlijk dient spinnen om spanning te verminderen.
Katten spinnen wanneer ze ontspannen zijn of wanneer ze willen ontspannen.
Dit verklaart het feit dat een kat spint als hij pijn heeft.
Aandacht...
Zoals gezegd spinnen katten als kitten wanneer ze aandacht krijgen van hun moeder.
Ze vragen er in feite mee voor hen te zorgen.
Daarom ook dus dat katten soms spinnen wanneer ze ziek zijn of pijn lijden,
om anderen (mensen of katten) duidelijk te maken dat ze zorg nodig hebben.
Normaal spinnen volwassen katten niet zo vaak ten opzichte van elkaar.
Katten zijn slimme dieren en ze weten rap dat mensen goed reageren op hun gespin.
Ze proberen hun baasjes in de juiste stemming en ontspannen te krijgen,
omdat ze weten dat ze dan meer aandacht krijgen.
De meeste katten vertonen zelfs kinderlijk gedrag ten opzichte van de mens alsof ze nog kittens zijn.
Bepaalde frequenties wekken emoties op bij de mens. Spinnen heeft datzelfde effect op onze hersenen.
Het stimuleert de productie van serotonine, ook gekend als het gelukshormoon.
Zelfhelend mechanisme...
Doorgaans spinnen katten wel degelijk als ze tevreden zijn maar er is meer aan de hand:
katten spinnen omdat het hen geneest en dat heeft alles te maken met de ‘negen levens’ waarover een kat beschikt.
Katten overleven soms onwaarschijnlijke ongelukken.
Het is gebleken dat katten snel genezen;
gebroken kattenbotten zijn bijvoorbeeld veel gemakkelijker te zetten dan gebroken hondenbeenderen.
Dit komt verbazingwekkend door hun spinnen.
Dit brengt ons tot het idee dat katten over een zelfhelend mechanisme beschikken.
De hypothese wordt bevestigd door wat medisch onderzoek bij de mens reeds opleverde :
namelijk dat menselijke botten steviger worden als ze worden blootgesteld aan trillingen met een frequentie van 20 tot 50 Hz.
Hiervoor zijn verschillende toepassingen:
- Het compenseren van het nadelige effect van het gebrek aan zwaartekracht
op het beendergestel van    ruimtevaarders.
- De stilgevallen beendergroei bij postmenopauzale vrouwen kan weer
op gang getrokken worden.
- Blootstelling aan laag-frequente trillingen zou ook pijnverlichting en
andere helende voordelen geven bij    acute en chronische pijnlijders.
- Mensen met gewrichtsproblemen.
- Sportblessures.
- te hoge bloeddruk.
- stress.
enz
Het spinnen van de kat kan bij de mens zeer ontspannend werken.
Het komt vaak voor dat de hoofdpijn verdwijnt als een kat op of tegen je hoofd ligt te spinnen.
De kat als therapie
Het kattengespin heeft een helende werking. In eerste plaats voor de kat zelf, maar ook voor de mens.
De kat schijnt perfect aan te voelen wanneer we ons niet lekker voelen en waar we pijn hebben.
Ze nestelt zich rond onze probleemzone en begint te spinnen.
Het gespin blijkt positieve invloed te hebben op de menselijke kwalen.
Mensen met katten zijn minder ziek, bezoeken minder vaak de huisarts en genezen sneller na een operatie.
Katten helpen prima in bejaardentehuizen en zouden alsook in ziekenhuizen nuttig kunnen zijn.
terug
Planten
In principe zijn alle planten min of meer giftig.
Het is op zich een zelfverdedigingsmechanisme dat ervoor zorgt dat de plant niet ‘uitgeroeid’ wordt.
Er zijn maar heel weinig planten die helemaal niet giftig zijn :
gras, kattengras, zebragras en slaapkamergeluk bijvoorbeeld.
Je vindt bij de volgende links een opsomming van giftige planten :
- alle giftige planten
- giftige kamerplanten
- dodelijke planten
Het is niet nodig de betreffende planten uit het bereik van de kat te houden.
Je interieur hoeft niet plantenvrij gehouden te worden.
Een kat is normaal gezien een heel slim dier dat vrij rap weet van welke planten het moet blijven.
De meeste planten hebben namelijk een slechte smaak of geur voor de kat.
De gevaarlijkste planten zijn eigenlijk die planten die ondanks hun giftigheid
toch neutraal of zelfs zoet van smaak en geur zijn.
Gelukkig zijn deze zeldzaam.
Bovendien kan je de kat als kitten al aanleren dat ze van planten moet blijven, als deel van het ‘opvoedingspakket’.
Mogelijke symptomen van vergiftiging zijn : overgeven, diarree, gebrek aan eetlust, buikpijn, stuiptrekkingen, een bleke tong en tandvlees, een gezwollen tong.
Als je kat deze symptomen vertoont, kijk dan na of ze aan een giftige plant heeft zitten bijten en contacteer zo rap mogelijk je dierenarts.
In tegenstelling tot wat men zou denken, heeft de Sphynx niet bijzonder veel last van de kou,
hij speelt zelfs graag in de sneeuw.
Hij heeft geen vacht, maar dat wordt volledig gecompenseerd door zijn actieve
metabolisme dat zijn lichaamstemperatuur perfect onder controle houdt.
Dit uitzonderlijke aanpassingsvermogen zorgt er wel voor dat de Sphynx bijzonder
hoge energiebehoeften heeft! Hij eet meer dan een andere raskat.
Een essentiele voedingsfase
Tijdens de eerste twee - drie weken van hun leven hebben kittens een immuunsysteem dat functioneert,
maar dat niet in staat is zelf antilichamen te produceren.
Ze kunnen zichzelf dan ook niet beschermen tegen bacteriologische aanvallen van buitenaf.
De moeder vangt dit tekort op door haar eigen immuniteit gedeeltelijk over te dragen op
de kittens via de eerste moedermelk (colostrum).
Colostrum is bijzonder rijk aan antilichamen en helpt het immuunsysteem van de kitten te versterken...
De moeder kan echter slechts de antilichamen doorgeven die ze zelf bezit,
en dus alleen tegen de ziektekiemen die voorkomen in haar eigen omgeving,
tegen ziekten die ze zelf eerder heeft gehad, of tegen ziekten waartegen men ze regelmatig inentte.
Om ervoor te zorgen dat de kittens de antilichamen van de moeder absorberen,
is het essentieel dat ze het colostrum van hun moeder drinken gedurende de eerste 12 uren van hun leven.
Speenfaze
Als de kittens geen moeder hebben, als het nest te groot is of als de melk van de moeder niet drinkbaar is
(als gevolg van een borstklierinfectie), kan een vervangingsmelk noodzakelijk zijn.
Als de kittens twee opeenvolgende dagen niet bijkomen in gewicht
maar er geen ziekte wordt vastgesteld, is het mogelijk dat de moedermelk ontoereikend is.
In dat geval kan het de moeite waard zijn de moedermelk aan te
vullen met flessen kittenmelk tot het hele nest kittens door de speenperiode heen is.
Groeifaze
Van het spenen tot 4 maanden: de wereld ontdekken.
Een kitten heeft een zeer energierijk dieet nodig. Als hij 10 weken oud is,
consumeert een kitten 3,5 keer meer energie per kilo gewicht dan een volwassen kat.
Zijn voeding moet daaraan aangepast zijn. In deze periode verliest de kitten
geleidelijk zijn vermogen om lactose te verteren, maar verdraagt hij zetmeel steeds beter.
Dit is het moment om hem te vaccineren en te ontwormen. Vraag uw dierenarts
een vaccinatieprogramma voor uw kitten op te stellen.
Van 4 tot 12 maanden: het begin van de 2de groeifase.
Tussen de 4de en de 12de week verliest de kitten geleidelijk de immuniteit die hij meekreeg van zijn moeder,
terwijl zijn eigen immuunsysteem nog niet optimaal functioneert:
hij is tijdens deze periode dan ook bijzonder kwetsbaar.
Vanaf de 4de maand komt de kitten in een tragere groeiperiode terecht.
Tegelijk wordt hij steeds actiever: klimmen, springen, lopen...
Spelen helpt hem stevige spieren te ontwikkelen. Hoewel het
spijsverteringssysteem van de kitten nog in volle groei is,
kan hij al uitgebalanceerde hoeveelheden verdragen van alle
voedingsstoffen die hij nodig heeft om goed te groeien: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en sporenelementen.
Denk tijdens deze periode ook aan sterilisatie, dit kan immers zijn levensverwachting verdubbelen.
Vraag meer informatie hierover aan uw dierenarts.
Hypertrofische cardiomyopathie is een erfelijke ziekte waar de Sphynx gevoelig voor is.
Een dieet rijk aan L-carnitine en taurine kan helpen de natuurlijke weerstand van het hart te versterken en de functie ervan te optimaliseren.
Voor de 'barriere'-functie van de huid en het voorkomen van huidirritaties is er nood aan EPA-DHA vetzuren.
De huid wordt beschermd en gehydrateerd met bernageolie, biotine, vitamine A en Zink.
Aan de speciefieke behoeften van de Sphynx wordt voldaan door Royal Canin Sphynx33.
Voor kittens of zwangere mama's geven we Royal Canin kitten 36.
terug
Eten en eetgewoontes
Het verteren van voedsel
De vertering van het voedsel begint in de bek.
Het wordt vermalen, vermengd met speeksel en doorgeslikt.
Het bereikt de maag via de slokdarm.
Daar doen verterende sappen hun werk en het voedsel wordt omgezet in een brij.
Beetje per beetje wordt die brij doorgelaten naar de dunne darm.
Daar zijn andere verterende sappen, afkomstig van de alvleesklier (pancreas).
Die voltooien het proces samen met de darmwand.
Ze worden daarin bijgestaan door de gal, die door de lever wordt geproduceerd en opgeslagen is in de galblaas.
De opgeloste voedingsstoffen worden via de darmwand opgenomen in het bloed.
In de dikke darm wordt ten slotte het meeste aanwezige water opgenomen.
De halfvaste rest van afvalstoffen (faeces) gaan verder naar de anus (rectum).
De kat is een carnivoor
De juiste voeding voor de kat wordt bepaald door 3 factoren :
-  
Het natuurlijke gedrag :
een carnivoor is in principe van nature gewoon om te werken (jagen) voor zijn eten.
   
Daarom heeft hij ook dergelijke vlijmscherpe tanden en nagels.
-  
De bouw van het lichaam :
een carnivoor heeft in de bek geen enzymen in het speeksel.
   
Daardoor worden de aan de tanden plakkende koolhydraten niet opgelost.
   
Dit is een goede bron van bacteriën en kan eventueel tot tandvleesontstekingen leiden.
-  
De werking van de organen :
een carnivoor heeft maagzuur met een pH zo zuur dat er botten in oplossen.
   
De werking en de pH van deze maag zijn er op ingesteld om granen en onvoorbewerkte groente en fruit te verteren.
   
De celluloselaag is voor de kat praktisch ondoordringbaar.
Eten
De eerste paar weken zijn beslissend voor wat een kat later lekker vindt.
De moeder brengt de kittens naar de voerbak.
Kittens die in deze fase maar 1 soort voer krijgen, zullen later moeilijk aan iets anders wennen.
De etensbak staat best op een rustige plaats. Liefst niet op een looproute dus.
Je laat je kat na het eten ook best zeker een half uur met rust.
Als je kat geen dieet hoeft te volgen, vul je eenmaal per dag het bakje met droogvoer zodat hij eet als hij er zin in heeft.
Je geeft best niet te veel zoetigheden. Dat is ongezond en kan leiden tot zware verteringsproblemen.
Verse vis is heel gezond maar bevat veel magnesium. Niet geven aan katten met nierproblemen of blaasgruis.
Het eten van droogvoer veroorzaakte vroeger wel eens blaasgruis bij gecastreerde katers.
Tegenwoordig is het droogvoer zo uitgebalanceerd dat dit maar zelden voorkomt. Er moet vooral veel gedronken worden.
Men kan eventueel ook dieetvoer geven.
Overstappen naar een nieuw soort voer doe je best geleidelijk aan door te mengen.
Zorg er voor dat het waterbakje altijd gevuld is met water.
Drinken
Geef water om te drinken. Geef geen melk. Een kat kan melk niet verteren en krijgt er diarree van.
In principe zet je het drinkbakje best op een andere plaats dan het voerbakje.
In de natuur drinkt en eet de kat nooit op dezelfde plaats.
Een kat drinkt graag van stilstaand water zoals uit een bloemenvaas of uit de wc.
Je doet dus best het deksel van de wc naar beneden.
Opgelet ook met vazen met snijbloemen waarin bemesting toegevoegd werd. Dit is gevaarlijk voor de kat.
Dat ze liever van 'oud' water drinken komt doordat het chemisch behandelde leidingwater niet lekker is voor katten.
Het heeft te maken met stoffen zoals chloor, die vervliegen na een tijdje.
Ideaal is een drinkbakje met omgekeerde reservoir.
De kat drinkt op een speciale manier. Lees hierover meer:
- Hoe drinkt de kat?
terug
Vitamines
De mens moet er goed op letten dat hij in de winter via de voeding voldoende vitamines binnenkrijgt.
Het lichaam van de kat produceert zelf vitamine C.
De andere vitamines moet ze ook via de voeding opnemen.
In principe zitten alle noodzakelijke vitaminen in haar voeding.
Vitamine A
Vitamine A wordt ook wel de "groeivitamine" genoemd en is van levensbelang voor katten.
De kat moet deze via het voedsel opnemen. Deze vitamine is vooral in dierlijke producten te vinden.
Het gebruikelijke complete voer is uitgebalanceerd en bevat voldoende vitamine A.
Als de kat voldoende vlees eet, zullen verschijnselen van een tekort nooit optreden :
o.a. stoornissen bij de voortplanting, problemen met de ogen en de huid en een verminderde afweer.
Katten eten heel graag rauwe lever. Dit dierlijke product is echter een echte vitamine A-bom.
Een "overdosis" van deze vitamine kan schadelijk zijn. Symptomen zijn sloomheid en verwaarlozen van het lichaam.
Constante toevoer van vitamine A kan ook leiden tot het verbenen van het zachte weefsel van de vaten en de nieren.
In het ergste geval kan dit tot de dood leiden.
Vitamine B
De verschillende vitaminen B zijn nodig voor de stofwisseling en een tekort hiervan is gevaarlijk.
Een tekort aan Vitamine B1 (thiamine) beïnvloedt het bewegingsapparaat en veroorzaakt krampen.
Een tekort aan vitamine B2 (riboflavine) heeft tot gevolg een gebrek aan eetlust en vermageren.
Dit vitamine zorgt namelijk voor een afbouwende stofwisseling en voor een normale groei.
Vitamine B6 is nodig voor de stofwisseling en voor de aanmaak van bloed.
Een tekort aan vitamine B12 en B6 (pyridoxine) leidt bij jongere katten tot groeistoornissen.
Een gebrek aan vitamines van het B-complex leidt tot een gestoorde leverfunctie en veroorzaakt eczeem.
Een gebrek aan de vitamines B kan bv. ontstaan door de kat enkel met rauwe zoetwatervis of haring te voeden
In rauwe toestand bevatten deze vissoorten een stof die vitamine B1 afbreekt.
Vitamine C
Daar het lichaam van de kat zelf Vitamine C aanmaakt, is het niet nodig dit toe te dienen via voeding.
Vitamine D
Vitamine D zorgt voor gezonde stevige botten en is vooral nodig in de groeifaze.
Dit vitamine is normaal voldoende aanwezig in het gewone voedsel.
Het wordt ook uit ultraviolet zonlicht gehaald voor de huid.
Een teveel aan vitamine D kan leiden tot een vergroeiing van de halswervels. Dit is erg pijnlijk.
Vitamine E
Vitamine E vervult veel beschermde functies in het lichaam en zorgt voor vruchtbaarheid en een normaal verloop van de dracht.
De behoefte aan vitamine E neemt toe bij het eten van voedsel met meervoudig overzadigde vetzuren.
Het eten van bv. tonijn in olie, onttrekt vitamine E uit het lichaam.
Gevolg is een bijzondere vorm van vervetting, waarbij de vetafzetting geel tot oranjeachtig verkleurt.
Het bloed bevat dan een te hoge concentratie niet-oplosbare bilirubine, het afvalproduct van hemoglobine.
Vitamine H
Vitamine H (biotine) zorgt voor een mooie glanzende vacht en een gezonde huid.
Daarenboven is Biotine belangrijk voor de stofwisseling.
Bij goede gezondheid maakt het lichaam zelf voldoende biotine aan.
Een gebrek leidt tot huidveranderingen of haaruitval.
De opname van biotine wordt tegengewerkt bij het voeren van ruw hoendereiwit.
Daar zit namelijk in het eiwit een stof die zich met biotine bindt en daardoor de opname ervan verhindert.
Vitamine K
Vitamine K zorgt voor een normale bloedstolling. Dit is belangrijk in geval van verwondingen.
Het wordt voldoende geproduceerd in de darmen.
Overige vitamines
Niacine ofwel nicotinezuur is nodig voor de stofwisseling en de taak van de slijmvliezen.
Een tekort veroorzaakt diarree.
Foliumzuur dient als catalysator en een gebrek hieraan kan bloedarmoede veroorzaken.
Verder heeft het lichaam van onze kat ook panthoteenzuur en choline nodig. Bij een tekort aan choline is er kans op leververvetting.
Taurine is voor de kat een zeer belangrijk bestanddeel van de voeding.
Een chronisch taurinetekort leidt tot afbraak van lichtgevoelige cellen.
Katten kunnen zelf geen taurine aanmaken, ze moeten dit opnemen uit dierlijke eiwitten.
Het aminozuur Taurine is onontbeerlijk:
nieren, hersenen, spieren (onder meer het hart), milt, pancreas, het bindweefsel van de ogen,
lever en cellen kunnen niet goed functioneren zonder Taurine.
In water oplosbare vitamines worden via de urine weer uitgescheiden als er een teveel wordt toegediend.
Het betreft hier: vitamine B, C en H.
Het voedsel van tegenwoordig bevat in principe alle vitamines die nodig zijn voor een gezonde kat.
Maar als de kat ziek is en bijvoorbeeld een virus heeft opgelopen of andere problemen met zijn gezondheid heeft,
moet je toch overwegen of verandering van voer of het extra toedienen van vitamines noodzakelijk is.
Dit moet je echter altijd in overleg met je dierenarts doen.
Bron: www.kattenweetjes.nl
terug
Ziektes
HCM
Hypertrofische Cardiomypathie (= HCM), is een hartafwijking die aangetroffen wordt bij alle katten en betekent letterlijk ' ziekte van de hartspier '
Werking van het hart:
Het hart is een pomp die de bloedcirculatie in het lichaam verzorgt.
Net als bij mensen heeft het hart van een kat vier kamers; de rechter boezem, de rechter kamer, de linkerboezem en de linkerkamer.
De rechter boezem ontvangt bloed van diverse grote aderen en stuwt dit naar de rechterkamer.
Door het samentrekken van de rechterkamer wordt het bloed naar de longslagader gepompt vanwaar het door beide longen stroomt.
Hierbij wordt het bloed van zuurstof voorzien, vervolgt zijn weg naar de linkerboezem en van daar naar de linkerkamer
waar het door samentrekking in de grote lichaamslagader of aorta wordt gepompt.
Hiervandaan stroomt het bloed door de verschillende organen om zich via de holle aders weer te verzamelen in de rechterboezem.
De hartkleppen zorgen er voor dat het bloed maar 1 kant uit kan en verhinderen dat het terugstroomt.
Wat is HCM?
Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen.
Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer waardoor die zich niet efficient kan vullen.
Bovendien wordt de ruimte in de linkerkamer steeds kleiner, met als gevolg dat minder bloed rond gepompt wordt en de ruimte in de linkerboezem vergroot.
Hierdoor ontstaat o.a. een vergrote kans op trombose.
Door een drukstijging in de linker boezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping in de longen en de borstkas.
Symptomen:
Cardiomyopathie leidt uiteindelijk tot hartfalen. Meestal treedt de aandoening pas na 2-3 jaar op en wordt dan in het verloop van de tijd steeds ernstiger.
Soms ook als de kat nog veel jonger is, maar op jonge leeftijd merk je er vaak nog niets van.
De meeste katten met HCM zijn suf, ernstig benauwd of ademen snel. Vaak ademen ze daarbij door de mond. Soms vallen ze plotseling flauw of gaan acuut dood door hartstilstand.
Vaak hebben ze ondertemperatuur en weinig of geen eetlust. De hartfrequentie is doorgaans hoog, maar andere katten hebben juist weer een normale of zelfs te lage hartslag.
Dat laatste zie je vooral bij te lage lichaamstemperatuur. De pols in de lies is slecht te voelen.
Bij auscultatie (beluisteren) van het hart is duidelijk een hartruis te horen, maar niet elke hartruis betekent HCM. Soms is er een typisch galopritme te horen.
Vraag aan je dierenarts of je ook eens mag luisteren.
Katten met een te snelle en/of onregelmatige hartslag zijn verdacht van HCM. Bij katten met koude achterpoten of plotselinge achterhandverlamming is de diagnose wel zeker.
Soms zie je het ook optreden aansluitend aan een narcose of een andere vorm van stress. In het eindstadium is de kat vermagerd en heeft ademnood.
Diagnose:
Aangezien de symptomen heel subtiel kunnen zijn, is de enige betrouwbare methode voor het opsporen van HCM het maken van een echocardiogram, of bij overlijden een autopsie.
Katten die aan HCM gestorven zijn hebben meestal een relatief groot hart met een vergrote linker boezem.
De diagnose HCM wordt daarbij vastgesteld als andere mogelijkheden die vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken (zoals verhoogde schildklierwerking) zijn uitgesloten.
In het algemeen wordt HCM aangetroffen bij katten jonger dan 5 jaar (maar het kan ook op latere leeftijd voorkomen).
Het geslacht kan een rol spelen. Bij katers wordt deze afwijking meestal op jongere leeftijd vastgesteld dan bij poezen.
Daarnaast is opvallend dat bij katten, waarbij op zeer jonge leeftijd HCM wordt vastgesteld, er meestal sprake is van een agressievere vorm,
waarbij de levensverwachting zeer kort is.
Behandeling:
Er is geen genezing mogelijk, maar met medicijnen kunnen HCM katten soms nog wel 6 jaar of langer leven.
De behandeling varieert naar gelang de symptomen en kan bestaan uit het geven van vochtafdrijvers (plaspillen),
middelen die de hartwerking verbeteren of die de kans op trombose verminderen en een hartondersteunend dieet.
Stress moet zoveel mogelijk worden vermeden en de kat binnenhouden kan schelen. Ook het voorkomen van overgewicht kan helpen.
Indien er een oorzaak is voor de HCM die behandeld kan worden, kan de kat goed herstellen.
Ook de ernst en uitgebreidheid van de beschadiging van de hartspier bepaalt natuurlijk mede de vooruitzichten.
Hoe eerder met een behandeling wordt begonnen, hoe beter de prognose.
Erfelijkheid:
Gezien de erfelijke achtergrond moet men katten met HCM uitsluiten van de fok.
De kattenwereld is zich goed bewust van het probleem en een fokdier wordt preventief gescreend.
Dankzij dit fokbeleid zijn veel katten symptoomloos.
Testen:
Er is geen 100% garantie dat een kat die middels een echo is getest op HCM dit inderdaad niet heeft of vererft.
Het is een momentopname, maar de enige testmogelijkheid zolang er nog geen DNA-test is.
De huidige methode biedt in ieder geval wel de mogelijkheid om die katten die positief testen uit de fok te halen.
Voor het maken van een echo is meestal geen narcose nodig. Het onderzoek duurt ca. een half uur. Er wordt een kleine plek bij de oksel kaal geschoren. Dit is bij de Sphynx vanzelfsprekend niet nodig.
Afgeraden wordt om poezen te laten testen op HCM tijdens de zwangerschap of de zoogperiode omdat dan een verkeerde indruk kan ontstaan.
Belangrijk is natuurlijk wel dat u zich er van gewist dat in de achtergrond van de fokpartner geen HCM bekend is.
Voor het laten maken van een echocardiogram bedragen de kosten ca. 50 - 77 euro per kat.
terug
PKD - 'Polycystic Kidney Disease - een erfelijke nieraandoening'
Functie van de nieren
Nieren filteren het bloed en scheiden de afvalstoffen uit in urine.
Daarnaast spelen de nieren ook een belangrijke rol in de aanmaak van rode bloedcellen, het op peil houden van de bloeddruk,
het op peil houden van de juiste hoeveelheden vitamine D, calcium en kalium in het bloed (belangrijk voor de botten, spieren en zenuwen),
het bijhouden van de juiste zuurgraad van het bloed, enzovoort.
Chronisch nierfalen (CNF)
Als de nieren langere tijd niet goed functioneren ('chronisch nierfalen'= CNF) worden dieren ziek, sloom, ze eten minder en braken.
Ze worden mager, plassen meer en kunnen bloedarmoede krijgen. De diagnose nierfalen wordt gesteld na bloed- en urineonderzoek.
Bij het bloedonderzoek wordt gekeken naar enkele afvalstoffen die worden uitgescheiden, namelijk ureum en kreatinine.
Bij verhoogde waarden is er mogelijks sprake van CNF, maar ook acuut nierfalen, een lage bloeddruk (shock) en plasproblemen (denk aan de "plaskater") behoren tot de mogelijkheden.
De ureumwaarde kan ook verhoogd zijn bij katten die onvoldoende eten en daarom hun eigen spieren afbreken.
Om de diagnose CNF te stellen, moeten andere ziekten dus worden uitgesloten.
Veel oudere katten krijgen last van nierfalen. Als de katten worden aangeboden bij de dierenarts, is de ziekte meestal al in een ver stadium.
De nieren zijn klein en stevig en bestaan voor een groot gedeelte uit littekenweefsel (zgn. schrompelnieren).
De oorspronkelijke ziekte die de nieren heeft beschadigd, is bij deze dieren op dat moment vaak niet meer te achterhalen.
Soms, en bij bepaalde rassen vaak, is de oorzaak van het nierfalen echter duidelijk aantoonbaar
zoals bij de erfelijke ziekten amyloïdosis (Abessijn en aanverwante rassen) en polycystic kidney disease (PKD) (Perzische kat en aanverwante rassen).
Therapie
Voor geen enkele vorm van chronisch nierfalen, bestaat een therapie waarmee we de nieren weer kunnen genezen.
We kunnen wel door middel van een aangepast dieet zorgen dat er minder afvalstoffen in het bloed komen.
De dieren krijgen een dieet met een verlaagde hoeveelheid eiwit en fosfaten en kunnen daarop nog enige tijd in redelijke gezondheid leven.
Soms heeft het zin deze dieren te behandelen met vitamine D en stoffen die voorkomen dat fosfaten uit het voer worden opgenomen.
Deze behandelingen moeten alleen worden gegeven op voorschrift van een deskundige, omdat het soms ook kan leiden tot een verslechtering van de situatie.
Uiteindelijk zullen de nieren steeds slechter gaan functioneren en worden de dieren zo ziek, dat meestal moet worden overgegaan tot euthanasie.
Mensen met een ernstig chronisch nierfalen worden meerdere malen per week gedialyseerd tot er uiteindelijk een niertransplantatie kan worden uitgevoerd.
Dialyse of transplantatie wordt bij huisdieren niet uitgevoerd.
De behandelingen zijn belastend voor het dier, ze zijn duur en transplantatie is alleen mogelijk
als de organen direct na het overlijden van de donor worden weggenomen of er een levende donor wordt gebruikt.
In Amerika zijn een aantal dieren getransplanteerd, waarbij gezonde katten werden gebruikt als orgaandonor.
Maar dan kunnen we de vraag stellen of deze behandeling ethisch verantwoord is.
Polycystic Kidney Disease
'Polycystic kidney disease' betekent letterlijk 'nieraandoening met veel vochtblaasjes' en wordt hoofdzakelijk gezien bij de Perzische kat.
De cysten ontstaan uit urine-afvoerbuisjes in de nieren. Waarom delen van afvoerbuisjes opzwellen, is nog niet bekend.
Wel weten we dat PKD een erfelijke ziekte is, die net zo vaak bij katers als bij poezen wordt aangetroffen. Al bij heel jonge dieren zijn de cysten aanwezig.
Omdat de cysten dan nog heel klein zijn, werken de nieren bij deze jonge dieren nog normaal.
Wanneer de cysten in de loop van het leven groter worden (vergelijk met het langzaam opblazen van een ballon) en het normale nierweefsel in de verdrukking komt,
kunnen de dieren ziek worden.
Als er sprake is van een beperkt aantal cysten of als slechts één nier is aangetast, zal het betreffende dier niet ziek worden.
De kittens van deze dieren kunnen echter wel ziek worden. Katten hoeven dus zelf niet ziek te zijn of te worden om de ziekte door te kunnen geven aan het nageslacht.
Met bloedonderzoek kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende vormen van nierfalen.
Bij het lichamelijk onderzoek zou de dierenarts kunnen vaststellen dat de nieren onregelmatig (bobbelig) vergroot zijn,
maar omdat de nieren door verschillende oorzaken groter kunnen worden (ontstekingen, tumoren, afsluiting van de urineafvoerbuis, amyloïdose),
is echografisch onderzoek nodig om de diagnose PKD te kunnen stellen.
Dominant of Recessief?
Afstammingsgegevens van Perzische katten bevestigen het dominante karakter van de vererving:
wanneer van positieve dieren de ouders onderzocht konden worden, bleek altijd tenminste één van de ouders positief te zijn en uit twee positieve dieren,
werden behalve positieve ook negatieve nakomelingen geboren. Dat laatste kan alleen wanneer beide ouders heterozygoot zijn.
Homozygote lijders (dieren waarbij beide genen van het genenpaar afwijkend zijn) lijken niet voor te komen.
Hoogstwaarschijnlijk zijn katten die homozygoot zijn voor PKD niet levensvatbaar,
worden dood geboren of sterven in een zo vroeg stadium van de ontwikkeling dat ze helemaal niet geboren worden.
Het is niet uitgesloten dat er naast de dominante vorm van niercystes ook een recessieve vorm zou kunnen bestaan, zoals bijvoorbeeld bij de mens bekend is,
maar serieuze aanwijzingen daarvoor zijn bij de kat nog niet gevonden.
Hoe betrouwbaar zijn de uitslagen van de echografie?
Onvermijdelijk zullen er zogenaamde vals positieve (er worden cystes gezien, maar de kat heeft geen PKD)
en vals negatieve (er worden geen cystes gezien, maar de kat heeft toch PKD) en vals negatieve (er worden geen cystes gezien, maar de kat heeft toch PKD) uitslagen blijven.
Vals positief:
- Er worden cystes gezien die er niet zijn. De kans hierop is bijzonder klein en dit kan eigenlijk alleen gebeuren wanneer de onderzoeker zeer onervaren is en de,
op het beeldscherm van het echografieapparaat, zeer donkere mergpapillen van de nieren voor cystes aanziet.
- Er zijn cystes, maar deze zijn niet het gevolg van PKD. Er zijn nieraandoeningen bekend waarbij cystes kunnen ontstaan.
Dergelijke cystes zijn echografisch niet te onderscheiden van de cystes die bij PKD ontstaan en dus wordt zo'n kat positief verklaard, ten onrechte.
Maar het is niet raadzaam te fokken met een dier dat afwijkingen heeft, dus dat een dier met een dieraandoening wordt uitgesloten van de fokkerij, o
ok al is het dan geen PKD, is niet zo'n probleem.
Vals negatief:
- Er zijn cystes, maar deze zijn aan de aandacht van de onderzoeker ontsnapt.
De kans hierop is groter naarmate de onderzoeker minder ervaren is en/of de gebruikte apparatuur niet de gewenste gevoeligheid heeft.
Maar zelfs de meest ervaren onderzoeker met de beste apparatuur kan een keer iets missen.
- Er zijn cystes, maar deze zijn zo klein dat ze echografisch niet te zien zijn.
Is testen op PKD zinnig?
Met behulp van echografie kunnen de meeste katten met PKD worden opgespoord.
Wanneer deze katten van de fokkerij worden uitgesloten, kan het voorkomen van PKD heel snel van bijna 50% van de populatie worden teruggebracht naar een paar procent.
Daarmee is het echter nog niet volledig 'uitgeroeid' en daarom is het zo belangrijk dat er een DNA-test komt.
Door de bereidwillige medewerking van een groot aantal fokkers, kon bloed verzameld worden van aan elkaar verwante en echografisch op PKD gecontroleerde katten.
Uit dit bloed is DNA geïsoleerd, waardoor er nu materiaal beschikbaar is om in elk geval te proberen een DNA-test te ontwikkelen.
Nog betrouwbaarder dan echografie en op veel jongere leeftijd uit te voeren, zelfs nog voordat de oogjes van de kittens open zijn.
Met zo'n DNA-test zal het mogelijk zijn de tot dan toe met echografie gemiste gevallen op te sporen.
De vererving van PKD is heel eenvoudig.
Wanneer twee dieren negatief verklaard zijn en uit een paring tussen deze dieren komt toch een kitten met PKD, dan is er een probleem.
Of er is iets gemist in het onderzoek van de ouders, of één van de ouders is positief maar heeft zulke kleine niercystes dat ze met de huidige apparatuur niet te zien zijn,
of ... de opgegeven vader is niet de werkelijke vader van het kitten.
Een plotseling opgedoken recessieve vorm van PKD of een nieuwe mutatie zijn de minst waarschijnlijke oorzaken voor een dergelijke bevinding.
terug
FIV
Wat is FIV?
Het feline immunodeficientie virus is bij katten wat AIDS (HIV) is bij de mens : kattenaids.
Hoewel FIV tot dezelfde familie behoort als HIV, kan het virus niet worden overgedragen op de mens.
FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens.
Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Katten worden vooral geinfecteerd via vecht- en bijtwonden.
Het komt 2 maal vaker voor bij katers dan bij poezen omdat deze veel vaker vechten.
De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Minder intensieve contacten zoals likken en snuffelen, houden weinig gevaar in.
Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geinfecteerd kan worden door de kater.
Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens.
Symptomen:
Het FIV verstoort het immuunsysteem van de kat : de witte bloedcellen doen hun werk niet meer zoals het hoort.
Door het verzwakte immuunsysteem wordt de kat gevoeliger voor infecties.
Eerst krijgt de kat koorts en kan ze twee-drie maanden rondlopen met gezwollen klieren. Op dat moment is ze bijzonder vatbaar voor huid- en darminfecties.
Nadien geneest ze, maar blijft het virus wel in haar bloed zitten. Vanaf dan kan ze andere katten besmetten met FIV.
Zo kunnen katten het virus jarenlang (wel 5 jaar!) uitscheiden, zonder dat hun toestand een infectie doet vermoeden. Tot hun klieren later opnieuw beginnen te zwellen.
Het eindstadium van de ziekte wordt gekenmerkt door virale en bacteriele infecties, als gevolg van de immunodepressie die het virus veroorzaakt. Deze verschijnselen zijn vergelijkbaar met AIDS bij de mens. Er treden dan mond-, neus-, oog-, huid- en darminfecties op. De kat kan ook bloedarmoede en koorts krijgen. De kat vermagert ernstig. Soms zie je ook neurologische verschijnselen.
Al die symptomen doen zich meestal voor bij katten van meer dan tien jaar oud.
Diagnose:
De diagnose wordt met zekerheid gesteld door bloedonderzoek. Bij de kat wordt een klein beetje bloed afgenomen.
Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV-virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie.
Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is. Voor FIV zijn er tegenwoordig zeer betrouwbare 'snel-testen' ontwikkeld.
Na bloedafname heeft U met deze test na 5-10 minuten al een uitslag. Deze test wordt dan ook vaak gebruikt om katers en poezen te screenen voordat er een dekking plaatsvindt.
Omdat een kat er nooit in slaagt een infectie met FIV de kop in te drukken, betekent een positieve uitslag dat het dier levenslang drager en dus uitscheider van het virus zal zijn.
Preventie en behandeling:
Genezing is helaas onmogelijk. De secundaire bacteriele infecties kunnen worden bestreden met o.a. antibiotica, maar dat is uitstel van executie...
Een kat met aids zal uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.
Sinds kort bestaan er ook antivirale diergeneesmiddelen, maar deze zijn nog niet 100% werkzaam en bovendien erg kostbaar.
Er bestaat ook geen vaccin om de kat te beschermen tegen FIV.
Het infectierisico bij uw kater vermindert door hem te laten castreren.
Castratie maakt katers namelijk minder agressief, vermindert hun territoriumgedrag en verkleint op die manier het risico op vechtpartijen en dus beten!
Om verdere verspreiding van deze ziekte tegen te gaan wordt eigenaars van FIV besmette dieren aangeraden deze katten binnen te houden en gescheiden van andere katten.
terug
FeLV
Wat is FeLV?
Het Feline Leukemie Virus of FeLV is de meest voorkomende oorzaak van verschillende soorten tumoren bij katten.
Het virus tast het afweersysteem van de kat aan, waardoor normaal onschuldige infecties opeens fataal kunnen aflopen.
FeLV is een virus dat heel sterk aan de kat gebonden is en overleeft in de buitenwereld niet lang.
Infectie gebeurt door direct contact tussen katten.
Deze overdracht kan gebeuren via speeksel, urine, bloed, ontlasting, slijm of via de baarmoeder van een poes naar haar kittens.
Katten die buitenshuis leven hebben wel een grotere kans om besmet te raken.
Na infectie treedt er eerst een virusvermeerdering op in de lymfeklieren van de keel.
Vervolgens komt het virus in het bloed terecht en wordt dan getransporteerd naar het beenmerg (waar de aanmaak van zowel rode als witte bloedcellen plaatsvindt),
waar opnieuw een virusvermeerdering plaatsvindt. Van hieruit kan het FeLV-virus zich naar allerlei andere organen verspreiden,
zoals lever, nier, milt, oog, zenuwen ...en de speekselklier, van waaruit dan weer besmetting van nieuwe katten kan plaatsvinden.
De leeftijd van de kat en de toestand van zijn afweersysteem is belangrijk.
De meeste katten reageren met kortdurende koorts en na 1-4 maanden hebben ze een zodanige afweer opgebouwd dat het virus weer uit hun lichaam verdwijnt.
Gedurende deze maanden kunnen deze katten echter het leukemievirus uitscheiden en andere katten besmetten.
Bij sommige katten kan nog ruim drie jaar het virus in het beenmerg worden aangetoond maar gelukkig zijn deze katten zelden besmettelijk voor andere katten.
De opgebouwde afweer geeft bescherming tegen nieuwe infecties.
30% van de geinfecteerde katten ontwikkelt onvoldoende afweer waardoor het lichaam het virus niet kwijt kan raken.
In het lichaam wordt voortdurend nieuw virus gevormd en uitgescheiden. Deze katten noemen we dragers.
Deze katten zien er niet ziek uit maar uiteindelijk wint het virus het (na 3-6 jaar) en overlijdt de kat aan de gevolgen van het leukemie-virus.
Jonge katten (< 4 maanden), oude katten en katten die voortdurend contact hebben met een drager lopen het meeste risico op een infectie.
Symptomen:
Kattenleukemie is eigenlijk geen goede benaming. Het FeLV-virus kan vele soorten ziektebeelden veroorzaken waarvan leukemie er een van is.
Vaak wordt er pas onderzoek op FeLV gedaan als de kat niet reageert op de normale behandeling van een ziekte.
Het virus groeit in het bloed.
De volgende symptomen zijn mogelijk: tumoren, bloedarmoede, verminderde weerstand met als gevolg een verhoogde kans op
ontstekingen, vermageren, sloomheid, oogontstekingen, verlammingsverschijnselen aan de achterpoten, voortplantingsproblemen zoals onvruchtbaarheid of sterfte van pasgeboren kittens...
Diagnose:
FeLV wordt opgespoord via een bloedtest.
Gezien de aard van het virus is het soms aangewezen de bloedtest na verloop van tijd te herhalen.
preventie en behandeling:
Aangezien FeLV wordt overgedragen door direct contact tussen katten onderling,
is het belangrijk om geinfecteerde dieren niet in contact te laten komen met andere.
Katten die buitenshuis leven een grotere kans om besmet te raken.
Een specifieke behandeling tegen FeLV is er niet. Als de diagnose gesteld is, wordt meestal overgegaan tot euthanasie.
terug
FIP: Feline Infectieuze Peritonitis
FIP
FIP is een virusziekte die veroorzaakt wordt door een gemuteerd coronavirus.
Dit feline coronavirus (FcoV) is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat lichte diarree.
Het aanwezige Coronavirus kan muteren tot een kwaadaardige variant. In dat geval spreken we van FIP.
Een kat die geïnfecteerd is met het coronavirus kan gewoon drager blijven.
Het virus blijft dan aanwezig in het lichaam.
De kat is hier niet ziek van maar ze kunnen het virus wel doorgeven.
De meeste katten maken in hun leven wel eens een infectie door met het coronavirus.
Er worden antilichamen tegen het coronavirus gemeten en dan spreekt men van "seropositief voor Fcov".
Slechts 1 - 5 % van de seropositieve katten zal FIP effectief ontwikkelen.
Een kat met FIP gaat dood.
FIP dringt de macrofagen (een macrofaag is een bepaald type ontstekingscel) binnen, vermeerdert zich hierin en verspreidt zich via het bloed.
Het lichaam reageert tegen deze geïnfecteerde macrofagen met ontstekingen.
Mutatie
FIP komt het meeste voor bij katten jonger dan 2 jaar of ouder dan 10 jaar.
Het muteren van het coronavirus tot FIP hangt af van een aantal factoren zoals:
-   de afweer van de kat (genetisch bepaald)
-   andere virusinfecties zoals FIV en FeLV
-   stress
Besmetting
Het virus wordt uitgescheiden via de ontlasting, speeksel en de urine.
Andere katten nemen het op via de neus of de bek.
Meestal beperkt de ziekte zich tot een enkele kat in een groep.
Het verspreidt zich dus niet zo gemakkelijk.
Dat hangt voornamelijk af van de weerstand van de katten maar
mogelijks is het uitgescheiden FIP niet meer besmettelijk voor andere katten.
Symptomen
FIP komt voor in twee vormen:
-   de natte vorm. Dit is de acute vorm.
   
Kleine bloedvaten lekken vocht.
   
Zo ontstaat er vrij vocht in de buikholte en de borstholte .
   
Katten met deze vorm van FIP zijn zeer ziek.
Ze hebben hoge koorts en een dikke buik.
-   de droge vorm.
Dit is de chronische vorm.
   
Verschillende organen geraken ontstoken: de lever, de nieren, de ogen en de hersenen.
Symptomen die kunnen voorkomen zijn:
-   Koorts
-   Slechte vacht en huid
-   Lusteloosheid/sloomheid
-   Groeiachterstand bij jonge katten
-   Slechte eetlust en Vermageren
-   Oogontstekingen
-   Dikke buik door vocht in de buik (ascites)
-   Benauwdheid door vocht in borstholte (hydrothorax)
-   Braken en diarree
-   Gele slijmvliezen en huid (icterus of geelzucht) als de lever is aangetast
-   Epileptische aanvallen, als er ontstekingen in de hersenen zijn.
   
Soms valt alleen een gedragsverandering op.
-   Verlammingen
Diagnose
In het bloed zijn antilichamen tegen het coronavirus te vinden.
Deze bloedonderzoeken kunnen echter geen onderscheid maken tussen antilichamen tegen het onschuldige coronavirus
en antilichamen tegen het "FIP"-virus.
De aanwezigheid van antilichamen in het bloed zegt dus niets over FIP.
Het betekent alleen dat de kat ooit in aanraking is geweest met het onschuldige coronavirus.
Uit het bloedonderzoek blijkt ook of er chronische ontstekingen zijn, maar dit zijn geen specifieke aanwijzingen voor FIP.
Er is geen bloedtest die met zekerheid FIP vaststelt.
Zekerheid kan enkel via bioptie of sectie: men moet het virus aantonen in organen of weefsels.
Typisch is de aanwezigheid van geel 'dradentrekkend' vocht in de buikholte.
Behandeling
FIP valt niet te behandelen. Een kat met FIP overlijdt.
Bij de natte vorm gebeurt dit reeds binnen enkele dagen tot weken.
Bij de droge vorm gebeurt dit binnen een aantal maanden tot jaren.
De symptomen kan men verminderen door medicijnen toe te dienen die de immuniteit onderdrukken.
Bijkomende problemen zoals ontstekingen, koortsaanvallen, nierfalen, leverfalen of epilepsie moeten dan symptomatisch behandeld worden.
Er bestaat nog geen doeltreffend vaccin tegen FIP.
Preventie
Het voorkomen van FIP steunt vooral op het voorkomen van een infectie met het coronavirus.
Het vermijden van stress is hierbij zeer belangrijk.
Stress kan ontstaan door:
-   teveel katten in een beperkte ruimte
-   dracht en bevalling
-   verhuizing naar een nieuwe eigenaar of een nieuw huis
-   een nieuwe kat in de groep
-   shows en tentoonstellingen
Een goede Hygiëne is ook zeer belangrijk:
-   Verschoon de kattenbak dagelijks en reinig de omgeving met een
   
ontsmettend middel (bv Dettol)
-   Zet de kattenbakken niet in de buurt van de eet- en drinkbakjes.
-   Zorg voor optimale voeding, verluchting en aandacht
Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt. De belangrijkste zijn het Calicivirus (FCV), het Herpesvirus(FHV) en Chlamydiae (bacterie).
De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar, dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte.
Niesziekte is een zeer besmettelijke infectieziekte bij de kat. Het komt vrij vaak voor en kan zeer hardnekkig aanwezig zijn.
Een beginnende niesziekte gaat samen met niezen.
De ziekte uit zich door een ontsteking van de slijmvliezen van de voorste luchtwegen (neus, keel), de ogen en de mond, waardoor de dieren niezen en speekselen.
Het lijkt regelmatig ook op een griep. Uw kat kan daar flink ziek van zijn.
Symptomen:
Zoals de naam zegt is niezen het eerste opvallende en hoorbare symptoom.
Tijdens de vroege fase versterken beweging en opwinding de niesprikkel, wat de snelle virusuitbreiding bevordert.
De algemene toestand en de eetlust kunnen in dit stadium nog normaal zijn. Er is een neusuitvloeiing, eerst waterdun, later slijmerig.
Er is ook een overvloedig speekselen. Men kan een lichaamstemperatuur meten van rond de 40 graden C.
Al tijdens de eerste ziektefase laat de ontsteking van de kopslijmvliezen zich niet alleen zien aan de neus (verkoudheid) en de mond (kwijlen) maar het uit zich ook bij het oog.
Het vlies dat de oogbol en de achterzijde van de oogleden bekleedt, is vochtig, opgezwollen en later erg rood.
Vanaf de tweede tot derde ziektedag verandert het beeld. De uitvloeiing wordt slijmerig tot etterig ; de neusgaten zijn met korsten bedekt, de oogleden zijn gesloten en dichtgeplakt.
Het hoogtepunt van de ziekte wordt in het algemeen tijdens de derde tot vijfde dag bereikt. De kat ademt dan door de mond en weigert vaak voedsel en vloeistof.
Genezing in dit stadium is echter toch mogelijk, mits een consequente behandeling .
Als de symptomen echter 3 weken of langer aanhouden, vermagert het dier en droogt het uit.
De kat ademt normaal gesproken door de neus en kan niet zonder schade ademen door de mond.
Wanneer zij daartoe gedwongen wordt, bijvoorbeeld door een blokkade van de bovenste luchtwegen door slijmproppen,
kunnen de ontstekingsprocessen gaan afdalen naar de luchtpijp, de bronchiale vertakkingen en ook naar de longen.
Het gevolg is dan hoesten. Al bij de eerste ziekteverschijnselen wordt speekselvloed opgemerkt, als teken van een beschadiging van het mondslijmvlies.
Deze kan aanzienlijk zijn: men ziet mogelijks een vuurrode verkleuring van tong, wang- en lipslijmvlies waarop blaasvorming volgt.
De blaasjes vloeien samen tot blaren, springen open waardoor zwerende wondoppervlaktes ontstaan.
Niesziekte is alles behalve een kleinigheid. De volledige genezing duurt 10 - 14 dagen, maar vaak ook nog langer.
Besmetting:
Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt. De belangrijkste zijn het Calicivirus (FCV), het Herpesvirus(FHV) en Chlamydiae (bacterie).
De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar, dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte.
Vaak is sprake van een menginfectie met meerdere ziektekiemen.
Beide virussen worden voornamelijk door nauw en direct kontakt tussen katten overgedragen.
Druppelinfecties uitgaande van niezende en hoestende dieren spelen een geringere rol, in tochtvrije lucht werd een sproeiafstand van 1,3 meter gemeten.
Hoewel het neus- en keelslijm van akuut zieke dieren ongeveer evenveel virus bevat als van gezond lijkende dragerkatten, gaat van de eerstgenoemde groep een groter gevaar uit.
Dit ligt gewoon aan de grote hoeveelheden van uitgescheiden materiaal die het virus in de omgeving verspreidt.
Gezonde katten worden daarom eerder door klinisch zieke dieren geinfecteerd dan door gezondlijkende virusdragers.
De ziekte kan eventueel ook overgedragen worden door kleding, kooien, manden, via onze handen enz..
Eens de kat besmet geweest is met een van de virussen die niesziekte veroorzaken, dan blijft de kat vaak levenslang drager van dit virus.
Dat wil zeggen: de kat vertoont geen ziekteverschijnselen, maar kan wel andere katten besmetten.
Het karakteristieke van de dragers na een FHV infectie is dat het herpesvirus niet voortdurend, maar periodiek wordt uitgescheiden.
Tijdens zulke perioden is de drager hoogst infectieus en een gevaar voor vatbare katten.
Virusuitscheiding kan zonder aanwijsbare reden plaatsvinden maar ook als gevolg van bepaalde stressfactoren.
Hierbij moeten genoemd worden het bezoek bij een dierenarts, bepaalde medicamenten (vooral corticosteroiden), dekking, geboorte en laktatie, transport tentoonstellingen.
De virusuitscheiding begint 4 tot 11 dagen na het stresstijdstip, duurt ongeveer 7 dagen en gaat vergezeld van milde symptomen.
Voor de katte-eigenaar betekent dit dat hij dieren met regelmatig terugkerende niesziekte als dragers kan herkennen.
Daar 80% van alle FHV geinfecteerde katten dragers worden, is eliminatie van niesziekte niet uitvoerbaar.
Immuniteitsopbouw bij kittens
Een besmette moederpoes kan, zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen, kort na de geboorte de ziekte makkelijk overbrengen op haar kittens.
Dit kan al op een leeftijd van 1 week tot ziekte bij de kittens leiden, ondanks de aanwezigheid van de antistoffen die ze van hun moeder hebben meegekregen.
Is een moederpoes niet besmet en de kittens drinken goed bij de moeder, dan krijgen ze voldoende antistoffen,
die ze de eerste weken zullen beschermen tegen infectie door onder andere niesziekte.
Indien de eerste dag goed bij de moederpoes is gedronken, is de bescherming tegen het herpesvirus 4 tot 8 weken. Bij het calicivirus 3 tot 4 weken.
Enten tegen niesziekte
Men kan kiezen tussen het dode en levende vaccin. Voor katten niet in groepsverband wordt meestal gekozen voor het levende vaccin.
Het levende vaccin geeft meestal een wat langdurige bescherming, omdat de natuurlijke infectie wordt nagebootst.
Bij het levende vaccin is echter altijd de geringe kans aanwezig, dat door de enting de kat juist de verschijnselen van niesziekte gaat vertonen.
Het dode vaccin zal minder werkzaam zijn, maar hiervan kan de kat geen niesziekte verschijnselen verkrijgen.
Het nadeel van het dode vaccin is dat men meerdere malen moet enten.
Door enten kan niet worden voorkomen dat uw kat minimaal drager wordt. Uw kat vertoont dan geen verschijnselen, maar kan de ziekte wel overdragen aan andere katten.
Een kat die drager is voor het enten, zal ook na de enting andere katten blijven besmetten.
U kunt het beste met uw dierenarts overleggen welk vaccin voor uw situatie het beste is.
Bij het niesziekte vaccin wordt niet zoals bij het menselijke griepvaccin een jaarlijkse "update" van de rondwarende virussen gemaakt.
Niesziekte is niet besmettelijk voor mensen.
terug
Diabetes
Wat is diabetes?
Diabetes mellitus betekent letterlijk "honingzoete doorstroming" en wordt ook suikerziekte genoemd.
Diabetes is een ziekte waarbij er een tekort is aan insuline.
Dit tekort ontstaat door onvoldoende productie van insuline of resistentie voor insuline
(bijv. door overgewicht of een achterliggende ziekte).
Insuline
Voedsel wordt in de darmen 'verteerd' en afgebroken tot 'brandstof voor het lichaam'.
Zo worden koolhydraten omgezet in suikers. Deze suikers (glucose) dienen als bron van energie voor de lichaamscellen.
Daarvoor moet de glucose eerst in de lichaamscel terecht komen.
De alvleesklier produceert insuline door de eilandjes van Langerhans en scheidt deze uit in de bloedbaan.
Het is insuline die ervoor zorgt dat de glucose vanuit het bloed in de cel kan komen.
Hiervoor hecht insuline zich aan de receptoren van de celwand.
Zonder insuline kan de glucose de cel dus niet in.
Bij diabetes is het lichaam dus wegens een tekort aan insuline niet meer in staat om bloedsuiker te transporteren naar de lichaamscellen.
Oorzaken
Er zijn twee types diabetes mellitus:
Bij type 1 produceert de alvleesklier onvoldoende of geen insuline. Men spreekt van een absoluut tekort.
Bij type 2 produceert de alvleesklier wel voldoende insuline, maar zijn er slecht werkende receptoren in de cellen.
Er is een dan insuline-resistentie en dat gaat vaak gapaard met overgewicht. Hier spreekt men van een relatief tekort.
In de meeste gevallen is diabetes bij katten van het type 2.
Bij deze vorm van suikerziekte is er een relatief tekort aan insuline.
Het lichaam maakt dus wel nog insuline aan, maar onvoldoende ofwel reageert het lichaam er niet voldoende op.
Een relatief tekort aan insuline wordt meestal veroorzaakt door een teveel aan hormonen die de werking van insuline tegengaan :
-  
Suikerziekte bij de kat kan ook ontstaan als bijwerking van bv. Corticosteroïden (worden vaak toegediend tegen jeuk)
-  
Suikerziekte kan ook ontstaan als gevolg van gebruik van progesteron (wordt toegediend tegen krolsheid)
Dikke en luie katten hebben een verhoogde kans om diabetes te ontwikkelen.
Dit komt doordat bij hen de gevoeligheid voor insuline verminderd is.
Katers hebben van nature uit een lagere gevoeligheid voor insuline dan poezen.
Katers hebben bovendien ook meer kans op overgewicht, wat hun insulinegevoeligheid nog verder doet afnemen.
Ook genetische aanleg speelt hierbij een rol.
De verminderde gevoeligheid voor insuline heeft als gevolg een uitputting van de bètacellen van de alvleesklier.
Er moet namelijk meer insuline aangemaakt worden om dezelfde suikerspiegel in het bloed omlaag te krijgen.
Als dit blijft duren, raken de bètacellen van de alvleesklier uitgeput en komt er een tekort aan insuline.
De suikerspiegel in het bloed stijgt verder. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.
De bètacellen van de alvleesklier geraken vergiftigd, sterven af en daardoor wordt nog minder insuline aangemaakt.
Symptomen
De nieren scheiden urine af met glucose. De glucose in de urine trekt extra vocht mee.
Hierdoor plast de kat meer.
Om uitdroging tegen te gaan moet de kat meer drinken.
De lichaamscellen krijgen geen brandstof meer, verhongeren en sturen een hongersignaal naar de hersenen. De kat eet meer.
Door het insulinegebrek kan deze brandstof niet gebruikt worden en verbrandt het lichaam vet als alternatieve energiebron.
Daardoor begint de kat te vermageren.
Deze symptomen zijn dus typisch voor diabetes : veel plassen en veel drinken, enorm veel eten en toch vermageren.
Op termijn wordt de kat lusteloos.
Er kan een diabetische neuropathie optreden. Hierbij loopt de kat niet meer op de tenen maar op de 'hakjes'.
De eetlust verdwijnt. De kat geeft over, droogt uit, wordt steeds zwakker en depressief.
Ze kan in een diabetische coma terecht komen.
Als er geen insuline toegediend wordt, zal de kat steeds zieker worden en overlijden.
De diagnose van diabetes wordt bij katten meestal gesteld op een leeftijd ouder dan 6 jaar.
Behandeling
Diabetes is over het algemeen goed te behandelen.
Als een andere ziekte de achterliggende oorzaak is, is het moeilijker om tot succes te komen.
Er moet insuline toegediend worden aan de hand van een injectie. Dat moet dagelijks op een vaste tijdstip gebeuren.
De dosis insuline hangt af van volgende factoren:
-   het gewicht van de kat
-   het soort eten en de hoeveelheid ervan
-   de mate van lichaamsbeweging
-   de gevoeligheid voor insuline
Het is belangrijk zo vroeg mogelijk met de behandeling te beginnen.
Zo kan schade aan de bètacellen van de alvleesklier beperkt worden.
De mogelijkheid bestaat dan dat later toch weer voldoende insuline aangemaakt kan worden,
zodat de behandeling maar tijdelijk is.
Voeding
De kat is een echte vleeseter.
Zijn voeding bestaat dus best uit zoveel mogelijk eiwitten.
Toch bevat de speciaalvoeding meestal meer dan 50% koolhydraten.
Bij diabetes moeten in principe de koolhydraten zoveel mogelijk beperkt worden.
Na het eten van een koolhydraatrijke maaltijd stijgen de suikerspiegels in het bloed in korte tijd heel snel.
De bètacellen moeten in korte tijd veel insuline aanmaken, en daar ze reeds overbelast zijn, geraken ze uitgeput.
Men dient insuline toe. De hoeveelheid hangt mede af van de keuze van voedsel.
Bloedsuikercontrole
Het controleren van de bloedsuikerspiegel gebeurt door een naaldprikje en een meettoestel.
Het toestel geeft dan het bloedsuikergehalte weer. Het is eenzelfde meettoestel als voor mensen.
Bij normale gezondheid bedraagt het gehalte van 3 tot 7 mmol.
Dit gehalte kan door stress enorm stijgen tot 20 mmol.
Daarom is het interessanter er niet voor naar de dierenarts te gaan, maar de test zelf te doen thuis.
De test gaat heel eenvoudig door een prikje in een oorrand of in een voetkussentje.
De kat laat dit goed toe.
Het is belangrijke regelmatig een controle te doen om te zien of de dosis moet aangepast worden.
Door meteen te testen kan je lage bloedsuiker (hypo) onderscheiden van hoge bloedsuiker (hyper),
en de kat dan op de juiste manier behandelen, want de symptomen van beide situaties zijn erg gelijkaardig.
Een kat met diabetes heeft regelmaat nodig. Zo kunnen te grote schommelingen in het bloedsuikergehalte vermeden worden.
Levensverwachting
Diabetes is dodelijk bij ontbreken van behandeling.
De behandeling vereist enige alertheid, maar eens men er in slaagt het bloedsuikergehalte onder controle te houden,
heeft de kat met diabetes dezelfde levensverwachting als een gezonde kat.
Het is wel zo dat ze gevoeliger zijn voor infecties.
De kosten van diabetes
Eerst en vooral is er de kost van de dierenarts voor de diagnose en controle.
Om te beginnen heb je nodig : een priktoestel en een meettoestel (glucosemeter).
Daarbij komen ook teststrips en lancetten voor het prikken, de spuitjes en de insuline.
Dit allemaal vind je in een starterspakket.
In het begin van de behandeling heb je vrij veel teststrips en lancetten nodig. De dosis moet nog op punt gesteld worden.
Lancetten moet je voor elke prik vervangen.
In het begin mag je rekenen op een kost van 200 euro.
Als na een tijdje de dosis op punt staat, hoef je minder frequent te testen en bestaat de kost vooral uit spuitjes en insuline.
Gemiddeld mag je verder op een kost rekenen van 1 euro per dag.
Giardia duodenalis (ook G. intestinalis of G. lamblia genoemd)
is een parasiet in het maag-en darmkanaal en
veroorzaakt storingen bij de vertering en de absorptie van voedingsstoffen, met diarree als gevolg.
Giardia komt voor bij honden, katten, konijnen, cavia’s en andere diersoorten, maar ook bij mensen.
Het is de 2de meest voorkomende parasietinfectie in de wereld :
10% van de wereldbevolking is geïnfecteerd met Giardia.
Giardia komt voor in 2 stadia :
1.
2.
De parasiet (=trofozoiet) is een zeer klein meercellig zweepdiertje
dat alleen onder een microscoop met grote vergroting te zien is.
De vermeerdering gebeurt door tweedeling en gaat explosief snel. Uit iedere trofozoiet ontstaat een cyste.
De cyste of de oocyste is het zeer besmettelijke stadium.
Na uitscheiding via de ontlasting is de cyste in koele en vochtige omgeving tot maandenlang besmettelijk.
De incubatietijd (tijd tussen opname en symptomen) is 5 tot 16 dagen.
De uitscheiding van de besmettelijke cysten begint 7 dagen na de opname
en vindt plaats met tussenpozen gedurende 4 a 5 weken.
Deze besmettelijke periode verlengt als het dier zich herbesmet.
Besmetting
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen aktieve besmetting of passieve besmetting.
Bij de aktieve besmetting krijgt de kat diarree en bij passieve besmetting zijn er geen symptomen zoals diarree.
Bij passieve besmetting wordt het dier wel drager en kan het het doorgeven.
Giardia wordt overgedragen via fecale-orale weg.
Cysten verlaten het lichaam via de ontlasting en een ander dier neemt deze op via de mond.
Er worden bij een infectie tot 100.000 cysten per gram ontlasting uitgescheiden
en er zijn slechts 10 cysten nodig om bij een nieuwe gastheer de infectie te laten aanslaan.
Het is vaak al voldoende aan ontlasting te ruiken of uit een besmette regenplas te drinken.
Het kan ook te wijten zijn aan gebrek aan hygiëne (bv. de handen niet gewassen hebben).
Zelfs vliegen kunnen de ziekteverwekkers overdragen.
Giardia is een zoönose, dat betekent dat het ook voor mensen besmettelijk is.
De besmetting komt meestal voor bij kleinere kinderen en bij mensen met een zwak immuunsysteem.
Bij normale hygiëne hoeft men niet bang te zijn voor besmetting.
Dieren kunnen ook door mensen besmet worden, maar de besmetting dier-dier en mens-mens komt het vaakst voor.
Besmetting komt meestal voor in groepen zoals bij een cattery, een asiel, een pension, e.d.
Symptomen
Symptomen van Giardia zijn diarree.
De diarree kan slijmerig, geel of groen van kleur zijn, kan wat bloed bevatten
en stinkt buitengewoon.
Doorgaans komt de diarree herhaaldelijk in diarree-aanvallen van een paar dagen.
Sommige dieren hebben last van misselijkheid, overgeven en koorts.
Oudere dieren met een goede afweer hebben zelden symptomen.
Het kan dus goed zijn dat uw dier toch besmet is met Giardia,
alhoewel het geen diarree vertoont. Er wordt periodiek cysten uitgescheiden.
Bij katten met verminderde weerstand komen er wel symptomen.
Verminderde weerstand komt door bv. Ziekte, stress of zwangerschap.
Kittens zijn er ook vatbaarder voor.
Diagnose
Giardia wordt vastgesteld via onderzoek van de ontlasting.
Vroeger gebeurde de diagnose aan de hand van een microscoop:
aanwezigheid van trofozoieten moest aangetoond worden.
Deze gaan echter snel dood buiten het lichaam.
De cysten kunnen ook via microscoop aangetoond worden, maar deze worden slechts met tussenpozen afgescheiden.
Dus is onderzoek met de microscoop niet ‘waterdicht’.
Tegenwoordig kan de diagnose gesteld worden met een snaptest.
Dit is een direct uitvoerbare test die antigenen aantoont.
Zo kunnen zowel levende als dode of uiteengevallen trofozoieten aangetoond worden.
Behandeling en preventie
Als Giardia wordt vastgesteld, worden best alle dieren behandeld.
Doorgaans wordt een antibioticum (Stomorgyl) en een ontworming gegeven.
Eventueel kan er standaard een behandeling gegeven worden aan nieuwe dieren.
Er wordt ook geadviseerd om de omgeving, de voedselbakjes, de ligbedjes en kattenbakken grondig te ontsmetten.
Het komt soms voor dat de behandeling tegen Giardia goed gewerkt heeft (snaptest negatief),
maar dat de diarree toch blijft.
De diarree moet dan behandeld worden met hypoallergeen eten en verteringsverbeterende enzymen.
Indien ondanks de diarree toch geen Giardia kan aangetoond worden,
kan het ook te wijten zijn aan een afwijkende darmflora of een infectie met tritrichomonas foetus.
Dit is een andere parasiet.
De sphynx is een haarloze kat die over het ganse lichaam donsachtige haartjes vertoont.
Op de oren, snuit en staart mag dit donshaar wat langer zijn.
Ze komen voor in alle kleurencombinaties, zowel gevlekt als effen.
Hoe meer rimpels de Sphynx heeft, hoe mooier hij gevonden wordt.
Vooral op de kop moet het vel zo rimpelig mogelijk zijn.
Sphynxen zijn wat kleiner dan de gemiddelde huiskat.
Ze lijken ook kleiner doordat ze geen vacht hebben.
De ogen mogen iedere kleur hebben. De meest gewenste oogvorm is citroenvormig.
De afstand tussen de ogen moet net iets meer zijn dan de breedte van 1 oog.
De snuit moet iets langer dan breed zijn.
De oren zijn schuin aangezet op het kopje.
De staart ligt meestal in een krulletje tegen het lijf als ze zitten.
RASINFO:
KOP:
Afmeting:
middelgroot.
Vorm:
gematigde wig met afgeronde lijnen, iets langere dan brede schedel: licht afgerond met een vrij vlak voorhoofd.
De gezichtsmorfologie van de Sphynx wordt gekenmerkt door een driehoekige schedel.
Profiel:
matige tot duidelijke welving.
Jukbeenderen:
geprononceerd.
Snuit:
stevig afgerond met duidelijke whiskerbreak, stevige kin en goed sluitend gebit.
Metingen van mondafdrukken tonen dat de onder- en bovenkaken kleiner, fijner en smaller zijn dan bij straatkatten.
Nek:
Middellang.
Rond en goed gespierd, gebogen vanaf de schouders tot de schedelbasis, krachtig vooral bij katers.
Oren:
Zeer groot, breed aan de basis en open.
Rechtop, niet te laag of te hoog geplaatst.
Ogen:
Grote afgeronde citroenvormige vorm.
Plaatsing: schuin geplaatst naar de buitenste ooraanzet. De ruimte tussen de ogen bedraagt iets meer dan de breedte van een oog.
Oogkleur: passend bij de vachtkleur, groen en hazelnootkleurig toegestaan.
LICHAAM:
Afmeting:
middelgroot.
Lengte:
middellang tot vrij lang.
Borst:
breed, mag iets tonvormig zijn.
Buik:
goed gerond, maar niet dik. De kat ziet eruit, alsof hij net flink heeft gegeten. Niet dik.
Botstructuur:
niet te grof en niet te fijn.
Spieren:
stevig gespierd, niet fijntjes.
Voeten:
De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten. De voorpoten staan wijd uit elkaar.
De voeten zijn ovaal van vorm en hebben lange slanke tenen.
De voetkussentjes zijn dik en de tenen zijn opvallend lang en slank.
Staart:
Lange dunne zweepstaart, geleidelijk aan toelopend in een fijne punt.
HUID:
De Sphynx heeft een dikkere huid dan de andere katten en maakt meer talg aan.
Deze eigenschappen maken hem zeer bestand tegen aanvallen van de omgeving.
De Sphynx is bedekt met zeer fijn en kort donshaar, dat bijna niet te zien of te voelen is.
De huid is warm en voelt aan als suede en kan bij sommige katten wat stugger zijn.
De huid is bij kittens vaak zwaar gerimpeld.
Volwassen dieren horen zoveel mogelijk rimpels te houden, vooral op de kop, maar de kat mag hiervan geen hinder ondervinden.
BEHARING:
geen beharing in het oor; enige haargroei aan de buitenste ooraanzet en de achterkant van het oor toegestaan.
De oren, snuit, staart en voeten en testikels zijn vaak bedekt met kort dicht ingeplant zacht haar.
Aan- of afwezigheid van wenkbrauwen of snorharen onbelangrijk. Een plukje haar aan het einde van de staart (leeuwenstaart) is toegestaan.
Kleur:
Alle vachtkleuren zijn toegestaan, ook particolour (met wit) en siamese aftekening. Elke witte vlek toegestaan.
terug
Geschiedenis:
Naaktkatten zijn op verschillende tijdstippen in de geschiedenis verschenen.
Zo zijn er aanwijzingen dat de oude Egyptenaren reeds haarloze katten hielden.
Bij opgravingen uit een graftombe vond men een kattenmummie die sprekend op een Sphynx leek.
In de windselen van de kattenmummie werden ook geen sporen aangetroffen van haar.
Waarschijnlijk bestonden er toen dus al haarloze katten.
Sommige namen van cattery's verwijzen hiernaar en veel mensen geven hun Sphynx een naam uit het Oude Egypte.
De mexicaanse naaktkatten dateren uit de prekoloniale geschiedenis.
De eerste foto's en beschrijvingen van zulke katten dateren van het begin van de 20e eeuw.
In het begin van de 20e eeuw verkreeg dhr. Shinick uit Albequerque/ New Mexico naakte katten,
waarschijnlijk de laatste van een haarloos ras dat door plaatselijke Indianen gehouden werd.
Van de foto's kunnen we concluderen dat Dick en Nellie, zoals zij genoemd werden, wel haarloos waren maar geen Sphynxen waren.
Deze zogeheten Mexican Hairless stierven echter uit,
evenals een ander naakt ras uit de jaren dertig van de vorige eeuw, Le Chat Nut.
Pas in 1938 slaagde de Franse geneticus prof. E. Letard erin een wetenschappelijke verklaring te geven aan het fenomeen van de naakte kat.
Het bleek te gaan over een natuurlijke mutatie, die ontstaat wanneer een bepaald gen aanwezig is in beide ouders.
Hij beschreef het gemuteerde allel h van haarloze kittens afkomstig uit een koppel Siamezen.
De naaktheid bleek het gevolg van een recessief verervende genmutatie.
De hedendaagse Sphynx vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in een tweetal naakte boerderijkatten geboren in 1963 te Canada.
In 1966 werd uit de poes Elisabeth van Mevr. Micalwaith, in Ontario, in Canada, een haarloze kater geboren, Prune genoemd.
Prune en Elisabeth gaven haarloze kittens. Mevrouw Smith,
ook uit Ontario, ontdekte rond dezelfde tijd Bambi, een haarloze witzwarte kater.
Op verschillende locaties werden kleinschalige fokprogramma's opgezet, maar deze waren niet succesvol.
In 1978 leek het tij echter te keren voor het Sphynxras,
toen in Toronto, Canada, een normaal behaarde zwerfkat naakte kittens ter wereld bracht.
Waarschijnlijk waren de ouders verre nakomelingen van de bovengenoemde mislukte fokprogramma's.
Twee jaar later schonk dezelfde poes aan nog twee poesjes het leven.
De poesjes Pinkie en Squeekie werden naar Nederland overgebracht bij de fokker Dr. Hernandez,
om gedekt te worden door de laatst overgebleven Sphynxkater.
Dit leidde tot een helaas onsuccesvolle dracht.
Daarna weigerde de kater hen verder te dekken en zag Dr. Hernandez zichzelf
genoodzaakt zijn poezen te laten dekken door Devon Rexen met zo min mogelijk haar.
Dit leidde tot naakte katten met een licht donsje en soms enige beharing op het uiteinde van de staart.
Ondertussen werd aan de andere kant van de oceaan de ontwikkeling van het Sphynxras
verder geholpen met de geboorte van twee naakte boerderijkatten.
Hun normaal behaarde moeder, bracht in 1975 en 1976 respectievelijk Epidermis en Dermis ter wereld.
Vanaf halverwege de jaren tachtig is met name Epidermis een heel belangrijke bijdrage gaan leveren
aan de ontwikkeling van dit ras door zich succesvol te laten dekken met wederom Devon Rexen.
In de jaren '80 werden soortgelijke gevallen in Groot-Brittannië beschreven.
Terwijl in de Verenigde Staten aan deze katten geen aandacht werd geschonken,
interesseerden de Europese fokkers (voornamelijk de Franse en de Nederlandse fokkers) zich er vanaf 1983 wel voor.
De afgelopen decennia is door een klein aantal uiterst toegewijde fokkers het ras verder ontwikkeld.
Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van enkele door spontane mutaties naakte katten.
Daarnaast is de genenpool verder uitgebreid door uit te kruisen met de Amerikaanse en Europese Korthaar.
Inmiddels is de Sphynx alweer enige jaren een officieel erkend kattenras met duidelijk omschreven raskenmerken.
Het ras is echter jong en de genenpool relatief klein.
terug
De voortplanting:
De vruchtbare periode - krolsheid
Katers zijn vruchtbaar als ze 4 maanden oud zijn, poezen zijn vruchtbaar vanaf hun 6 maanden.
Maar dit is veel te vroeg om de poes te laten dekken.
Een poes heeft een seizoensgebonden cyclus. De meeste poezen zijn alleen in lente en zomer krols.
Poezen die alleen binnen gehouden worden kunnen het hele jaar door krols worden.
Een krolsheid duurt meestal 7 tot 9 dagen en keert iedere 2 tot 3 weken terug.
Je kan enkel aan het gedrag merken dat een poes krols is.
Ze worden aanhankelijker, rusteloos, ze miauwen veel of ze verliezen hun eetlust.
De poes probeert veel aandacht te trekken.
Dit gebeurt op verschillende manieren:
Ze wrijft tegen objecten, rolt heen en weer en roept heel luid.
De vulva (schede)wordt vochtig en dit likt ze telkens weg.
De beste tijd om te dekken is de 2de of 3de dag van de krolsheid.
De vruchtbare periode noemt men de oestrus.
Tijdens de oestrus rijpen er 1 of meer eicelletjes in de eierstok en kan het vrouwtje bevrucht worden.
De eierstokken worden geprikkeld door een hormoon dat in het bloed afgescheiden wordt door de hypofyse.
(De hypofyse is een deel van de hersenen) Het is de hypofyse die ervoor zorgt dat er een eisprong is na de paring.
De katers komen eigenlijk enkel bij de vrouwtjes tijdens de oestrus.
Als het vrouwtje 'krols' is, prikkelt de geur van haar urine het mannetje.
De urine van het mannetje prikkelt op zijn beurt het vrouwtje.
Het vrouwtje laat de kater toe haar te besnuffelen. Ze gaat plat liggen en steekt haar achterste in de lucht.
Hierbij vindt er een overvloedige vaginale afscheiding plaats.
Ze beweegt dan hevig met haar achterpoten (dit noemt men treden): ze biedt zich aan aan de kater.
De kater grijpt de poes stevig bij het nekvel.
Dit duurt tot de poes een hevige kreet slaakt en naar de kater uithaalt.
Dan rolt de poes enkele minuten over de grond, en geeft ze overal kopjes.
Op dat moment vindt de ovulatie plaats (eisprong);
deze is op gang gebracht door de pijnprikkel die ontstaat bij het uittrekken van de penis.
Deze bevat namelijk 'weerhaakjes'.
Na de eisprong bewegen de bevruchte eicellen zich naar de baarmoeder gedurende 6 dagen.
De bevruchte eicellen blijven dan tot de 12de dag na de paring in de baarmoeder.
Op de 13de dag vestigen ze zich in het baarmoederslijmvlies.
Als de dekking goed verlopen is, gaat de krolsheid na ongeveer 24 uur totaal over.
Ook in de 9 weken die de drachtigheid duurt mag de poes geen krolsheid meer vertonen,
want dat is een teken dat de dekking niet goed verlopen is. De poes krijgt geen menstruaties.
Een goed verlopen dekking geeft wel geen garantie op drachtigheid.
terug
Vaststellen van de drachtigheid
Vanaf de derde week worden de tepels rood en 10 dagen later zwellen ze lichtjes.
Anders dan bij de mens, bestaan geen bloed- of urineproeven om te weten
of de poes inderdaad drachtig is geworden na de dekking.
De hormoonspiegels van al dan niet drachtige poezen zijn namelijk gelijk.
De drachtigheid kan vastgesteld worden vanaf de 28e tot 32e dag na de dekking middels een buikpalpatie:
de dierenarts bevoelt de buik van de poes. (Probeer dit niet zelf...)
Vanaf dag 35 geeft een echo wel betrouwbaarder resultaat.
De eerste 7 weken van de dracht is het niet nodig om de poes extra te voeren.
Bij voedingstekort kan het wel zijn dat ze niet genoeg melk produceert.
Anderszijds moet u uw kat ook niet volproppen: de jongen worden dan te groot en het risico op geboorteproblemen vergroot.
De laatste 2 weken wordt de poes wel best wat meer gevoed. (anderhalf keer de normale portie)
Speciaal voedsel is niet nodig, gewoon kattenvoer is voldoende.
U kunt zien dat de bevalling nadert door het zwellen van de melkklieren en door gedrags- veranderingen.
Ook doordat de buikomvang ruim is toegenoemen natuurlijk.
Van tevoren temperaturen om een naderende bevalling te herkennen is NIET betrouwbaar bij de kat.
Symptomen van een naderende bevalling bij de kat zijn niet duidelijk:
weinig eetlust, typische lokroepen en een opvallende hyperventilatie geven aan dat de kat gaat bevallen.
De kat zoekt vaak de kattenbak op om te persen tijdens de uitdrijvingsfase en perst altijd in borst-buik ligging.
Vlak voor de bevalling wordt de poes onrustig en valt op dat ze een helder, taai, soms iets melkachtig slijm verliest,
dit is het teken dat de ontsluiting is ingezet en de bevalling zal binnen 24 uur plaatsvinden.
Eventueel kan je met de poes naar de dierenarts gaan een week voor ze is uitgeteld.
Hij kan je informeren over het aantal jongen door een echografie of een radiografie.
Deze informatie is interessant om te weten hoeveel kittens worden geboren zodat
er tijdens de bevalling geen zorgen zijn of er nog een jong is achtergebleven.
Meestal bestaat een worp uit 4 tot 6 kittens. Er zijn echter al worpen geweest van 12, maar ook van één enkel kitten.
terug
De bevalling
Als de poes drachtig is, is het belangrijk om haar meermaals te ontwormen.
De spoelworm kan de kittens namelijk via de moedermelk besmetten.
Ontworm uw kat dus twee weken voor en twee weken na de bevalling.
De bevalling vindt plaats tussen de 56e en de 67e dag, gemiddeld 63 dagen.
Hoe meer kittens er zijn, hoe langer de dracht duurt.
Normaal bevalt een poes zonder problemen maar toch kan je zorgen dat je, voor het geval er iets mis gaat, voorbereid bent:
- schone handdoeken
- ontsmettingsmiddel
- een klosje garen
- een schaar
- een kleine injectiespuit zonder naald
Binnen enkele uren nadat het eerste vruchtwater is vrijgekomen, moet het eerste kitten geboren zijn.
Als de poes voor de eerste keer drachtig is kan de uitdrijvingsfase van het eerste kitten wat langer duren.
Als het vruchtwater wat groen van kleur is, moet het eerste kitten binnen één uur geboren zijn,
anders moet de dierenarts erbij komen. Idem als de poes langer dan 15 minuten duidelijk op een kitten aan het persen is.
De gemiddelde tijd tussen de geboorte van 2 kittens mag niet langer dan 30 minuten zijn.
Dan moet gecontroleerd worden waarom de bevalling niet vordert en indien nodig moet dan door de dierenarts
een weeën-versterkend middel worden toegediend: Oxytocine-S.
Dit middel dient enkel om weeën te versterken. Een passage-probleem door het bekken moet eerst uitgesloten worden.
Oxytocine-S is een UDA-middel en mag door de eigenaar zelf toegediend worden.
Het spreekt voor zich dat dit enkel gebeurt mits overleg met de dierenarts.
De geboorte
De kittens worden geboren in een doorzichtig vlies (de vruchtzak).
Normaal gezien bijt de moeder dit stuk en likt ze het gezicht van het kitten waardoor het begint adem te halen.
Als de moeder niet binnen een minuut naar het kitten omkijkt moet je zelf het vlies verwijderen
en het kitten droogvrijven met een handdoek tot het begint te ademen.
Normaal bijt de moeder de navelstreng door, anders moet jij het doen.
Bind de navelstreng eerst af met een stukje draad of een navelstrengklem en
knip deze op ongeveer drie centimeter van de buik af.
Nadat het uiteinde van de navelstreng ontsmet is,leg je het kitten weer bij de moeder.
Als het kitten niet ademt, verwijder je het vocht uit het bekje met het spuitje.
Neem het kitten voorzichtig in de hand, ondersteun het kopje goed,
en schud het met een slingerende beweging twee of drie keer goed door elkaar.
Doe dit tot het ademt.
De kittens worden meestal geboren met tussenpozen van een half uur.
Vijftien tot dertig minuten na elk kitten volgt de placenta.
Bij een snelle bevalling komen de placenta's soms allemaal tegelijk.
Er moeten evenveel placenta's als kittens zijn.
Normaal gesproken eet de moeder de placenta op.
Daar zitten voedingsstoffen in die belangrijk zijn voor de melkproductie.
Door het opeten van de nageboorte heeft de kat na de bevalling meestal een paar dagen last van diarree
en van een geringe eetlust.
Mocht de poes na de bevalling nog onrustig blijven, laat dan controleren of de poes inderdaad 'leeg' is.
Een zogenaamde 'schoonmaakspuit' dient om eventueel achtergebleven nageboorten of kittens te doen volgen.
Waarschuw onmiddelijk een dierarts als:
- De poes al meer dan dertig minuten sterke en aanhoudende weeën heeft of al een uur perst zonder dat er een kitten komt.
- De poes al meer dan vier uur na de geboorte van het eerste kitten niet meer perst.
- De persweeën zwak of onregelmatig zijn en langer dan twee of drie uur duren.
- De poes begint over te geven, er zwak uitziet, hijgt of snel ademt, miauwt of tekenen van hevige pijn vertoont.
- De poes gele, witte of bloederige afscheiding produceert.
- Er minder placenta's zijn dan kittens.
Geboorte van een kitten
terug
De geboorte
De kittens worden geboren in een doorzichtig vlies (de vruchtzak).
Normaal gezien bijt de moeder dit stuk en likt ze het gezicht van het kitten waardoor het begint adem te halen.
Als de moeder niet binnen een minuut naar het kitten omkijkt moet je zelf het vlies verwijderen
en het kitten droogvrijven met een handdoek tot het begint te ademen.
Normaal bijt de moeder de navelstreng door, anders moet jij het doen.
Bind de navelstreng eerst af met een stukje draad of een navelstrengklem en
knip deze op ongeveer drie centimeter van de buik af.
Nadat het uiteinde van de navelstreng ontsmet is,leg je het kitten weer bij de moeder.
Als het kitten niet ademt, verwijder je het vocht uit het bekje met het spuitje.
Neem het kitten voorzichtig in de hand, ondersteun het kopje goed,
en schud het met een slingerende beweging twee of drie keer goed door elkaar.
Doe dit tot het ademt.
De kittens worden meestal geboren met tussenpozen van een half uur.
Vijftien tot dertig minuten na elk kitten volgt de placenta.
Bij een snelle bevalling komen de placenta's soms allemaal tegelijk.
Er moeten evenveel placenta's als kittens zijn.
Normaal gesproken eet de moeder de placenta op.
Daar zitten voedingsstoffen in die belangrijk zijn voor de melkproductie.
Door het opeten van de nageboorte heeft de kat na de bevalling meestal een paar dagen last van diarree
en van een geringe eetlust.
Mocht de poes na de bevalling nog onrustig blijven, laat dan controleren of de poes inderdaad 'leeg' is.
Een zogenaamde 'schoonmaakspuit' dient om eventueel achtergebleven nageboorten of kittens te doen volgen.
Waarschuw onmiddelijk een dierarts als:
- De poes al meer dan dertig minuten sterke en aanhoudende weeën heeft of al een uur perst zonder dat er een kitten komt.
- De poes al meer dan vier uur na de geboorte van het eerste kitten niet meer perst.
- De persweeën zwak of onregelmatig zijn en langer dan twee of drie uur duren.
- De poes begint over te geven, er zwak uitziet, hijgt of snel ademt, miauwt of tekenen van hevige pijn vertoont.
- De poes gele, witte of bloederige afscheiding produceert.
- Er minder placenta's zijn dan kittens.
Geboorte van een kitten
terug
De eerste twee weken
De kittens worden doof en blind geboren, hun reukzin werkt wel meteen goed,
op die manier vinden ze de tepels van hun moeder.
Binnen twee of drie dagen verdroogt de navelstreng.
en in ongeveer een week na de geboorte valt deze af.
Tussen de zevende en de dertiende dag begint het zien en horen
en verschijnen de eerste tandjes al.
In deze periode groeien de kittens het snelst,
het enige wat ze doen is drinken en slapen.
Ze drinken normaal gesproken elke twee á drie uur.
De moeder is nu bijna voortdurend bij haar kittens.
De moeder likt de anus en de geslachtsopeningen van de kittens,
om urine en ontlasting te stimuleren en te verwijderen.
Zorg dat moeder en kittens voldoende rust krijgen.
Ondanks de verleiding de kittens voortdurend te knuffelen,
kunt u de kittens beter niet te vaak optillen,
dit om onnodige stress voor moeder en kittens te voorkomen.
Beperk het hanteren van de kittens de eerste twee weken alleen tot de hoognodige handelingen.
Voor zover de poes nog geen wormkuur heeft gehad, geef je haar er nu een.
De moeder heeft nu meer voeding nodig om de grote hoeveelheden melk te kunnen produceren die haar jongen nodig hebben.
Je laat best steeds een bakje voer staan zodat ze kan eten wanneer ze daar behoefte aan heeft. Je geeft best geen melk
omdat ze daar diarree van krijgt. Speciale melkvoeding is wel geen probleem.
Het is niet zo dat elk kitten een eigen tepel heeft.
Het komt soms voor dat de moeder niet genoeg melk produceert om alle kittens te voeden.
De kleinste kittens vallen dan uit de boot. Dit volg je best goed op. Hiervoor weeg je de kittens best dagelijks.
Ze mogen zeker niet afvallen. Bij de geboorte wegen ze zo ongeveer 100gr,
normaal komt elke dag ongeveer 10% lichaamsgewicht bij, en na een goede week moet hun gewicht verdubbelen.
Als dit niet zo is, kan het zijn dat de poes te weinig melk geeft.
Dit kan gebeuren door stress of door een
melkklierontsteking
of gewoon door te weinig melkproduktie.
Het is ook mogelijk dat er bij het betreffende kitten een ziekte opkomt.
In dit geval moeten de kittens bijgevoerd worden met kittenmelk, tot als ze 4 weken oud zijn.
Dan kunnen ze zelfstandig drinken en brokjes eten.
Het is zeer belangrijk dat ze warm gehouden worden.
Gedurende de eerste week mag de poes geen troebele of stinkende uitvloeiing krijgen.
De uitvloeiing is gedurende 3 dagen rood/bruin en tot de 10e dag mag deze uitvloeiing helder en slijmig zijn.
Na 2 weken moeten de uitvloeiing over zijn.
Oxytocine is een hormoon dat de bevalling en melkproduktie opwekt, maar dit dienen we beter niet toe.
Het nest
Het is zeer belangrijk ervoor te zorgen dat het nest warm genoeg is.
De kittens kunnen gedurende de eerste 2 weken hun lichaamstemperatuur nog niet goed zelf regelen.
Hierdoor kunnen ze gemakkelijk onderkoeld geraken.
Je kan hiervoor een electrisch dekentje onder de doos of kist plaatsen.
Heel handig is een verwarmplaat voor kuikentjes die men bovenop de zelfgemaakte houten 'werpkist' plaatst .
De verwarming is regelbaar en wordt bijgeregeld volgens noodzaak.
Als een of meerdere kittens apart kruipen en toch warm aanvoelen, dan vermindert men best de verwarming.
De eerste 2 weken is een temperatuur van 30°C ideaal. Daarna mag het geleidelijk aan minder tot 25°C na 4 weken en 21°C na de 5de week.
Belangrijk is ervoor te zorgen dat de kittens nergens onder kunnen geraken en zo verstikken.
terug
Twee tot acht weken
De kittens groeien snel.
Tussen de twee en vijf weken ontwikkelt zich het gehoor en het zicht en
tegen de tijd dat ze vier weken oud zijn beginnen ze te lopen en te rennen.
Vanaf 4 tot 6 weken mogen de kittens hun omgeving gaan verkennen.
Vrij snel na de geboorte vormen moeder en kittens een hechte band.
Door de kittens 'kopjes te geven' en haar geur af te zetten kan de moeder haar kinderen herkennen.
De kittens leren ook op die manier hun moeder kennen.
De moeder communiceert met haar kittens met verschillende geluiden en via lichaamstaal.
Hiermee begroet ze haar jongen en waarschuwt ze hen.
Ze 'praat' ook met haar kittens om ze gerust te stellen.
Mama pakt het kitten op door het in de nek te pakken.
Een veilige manier om een kitten op te pakken is met een hand onder de achterpootjes en met de ander onder de borst.
Bij hele kleine kittens moet u ook de nek en kop ondersteunen.
Kinderen laat je best niet zonder toezicht met de kittens spelen.
De meeste kittens worden liever met rust gelaten.
Gedurende deze periode, wanneer ze hun eerste verkenningstochten doen, sluit je ze beter op in een beschermende kooi,
die toch nog ruim genoeg is om hen de nodige beweging te gunnen. Je let ook best op welke planten in hun bereik staan;
bepaalde snijbloemen en tuinkruiden zijn namelijk giftig voor de kittens...
Ontwormen
De ontworming van het kitten is zeer belangrijk.
Kittens kunnen behoorlijk ziek worden van een worminfectie.
Het is dus best de moeder op 2, 4 en 6 weken na de bevalling te ontwormen.
De kittens zelf moeten dan nog op 9 en 12 weken leeftijd ontwormd worden.
Inenten
Op de leeftijd van 9 weken volgt de eerste inenting (tegen nies- en kattenziekte).
De 2de inenting wordt op 12 weken gegeven.
Het kitten heeft dan een boost gehad en heeft voldoende immuniteit opgebouwd.
Daarna is het noodzakelijk de inenting eenmaal per jaar te herhalen.
Naar een nieuw baasje
Vanaf 3 t/m 12 weken zit het kitten in een socialisatieperiode.
Dat wil zeggen dat het kitten aan alles leert wennen: stofzuiger, muziek en allerlei andere geluiden en gebeurtenissen.
Je neemt best niet alle kittens tegelijk weg bij de poes; hiermee zou de moeder het moeilijk hebben.
terug
De castratie - sterilisatie
Hoe gebeurt de castratie - sterilisatie ?
Bij de katers worden de testikels verwijderd via twee sneetjes in het scrotum.
Er zijn geen hechtingen nodig.
Bij de poezen wordt een sneetje in de buik gemaakt en worden de eierstokken verwijderd.
Bij een baarmoederontsteking wordt de baarmoeder ook verwijderd.
Beide operaties gebeuren onder narcose en normaal krijgen ze een pijnstiller toegediend
zodat ze ook na de operatie zo weinig mogelijk pijn hebben.
Wat is het verschil tussen castratie en sterilisatie?
Het onvruchtbaar maken van een kater noemt doorgaans men een castratie.
Bij het onvruchtbaar maken van een poes spreekt men meestal van een sterilisatie. De ingreep moet echter eigenlijk ook een castratie genoemd worden.
Castreren betekent wegnemen van eierstokken bij een poes of testikels bij een kater. Steriliseren betekent enkel het onvruchtbaar maken : het afsluiten van de eileiders of de zaadstreng.
Dit laatste wordt zelden uitgevoerd bij een kat, dus moeten we bijna altijd van castratie spreken.
Op welke leeftijd?
De castratie gebeurt best voor de kat volwassen is.
Eerst en vooral bespaar je de kat de hormoonverandering die toch wel veel energie vraagt van het lichaam.
Een kat die jong gecastreerd wordt, zal hierdoor mooier uitgroeien.
Een kater wordt best gecastreerd op 6 maanden, idem met een poes.
Voordelen van de castratie
Een poes die voor de eerste krolsheid gecastreerd wordt,
heeft op latere leeftijd opmerkelijk minder kans op mammatumoren (borstkanker).
Suikerziekte (Diabetes Mellitus) zal ook minder vaak voorkomen na een vroege castratie.
In tegenstelling tot wat vaak gezegd wordt, treedt als gevolg van castratie geen groeiachterstand op.
Dit komt doordat de sluiting van de groeischijven van de lange beenderen (lees : het stoppen van het groeien)
afhankelijk is van de hormonen die door de geslachtsklieren worden geproduceerd.
Hierdoor zullen dieren die voor de leeftijd van 7 maanden gecastreerd worden ongeveer acht weken langer doorgroeien dan
'niet geholpen dieren'.
Katten die gecastreerd werden zijn aanhankelijker tegenover mensen en minder agressief tegenover soortgenoten.
Een vroege castratie lijkt bescherming te bieden wat betreft urinewegproblemen zoals plasbuis- en blaasverstoppingen.
Nadelen van de castratie
Het grote nadeel van castratie moeten we er maar bij nemen : katten kunnen er dik door worden.
Gecastreerde dieren verbranden minder energie dan 'ongeholpen' soortgenoten.
Door het toenemend lichaamsgewicht neemt de bindweefselband in de buik tamelijk in lengte toe, waardoor het fenomeen 'hangbuik' ontstaat.
Het is dus aangewezen na de operatie minder eten te geven. Men kan ook aangepaste voeding geven.
alternatieven
Natuurlijk hoeft een kater niet persé gecastreerd te worden,
maar sproeien in huis kan door castratie verholpen worden.
Castratie voorkomt krolsheid en hormoongerelateerd sproeien.
Het is echter geen oplossing voor sproeien als dit eerder een gedragsprobleem is; bij uiting van frustraties dus.
Voor de poes zijn er voor de geboortebeperking verschillende alternatieven.
Er bestaat bv. de 'poezenpil'. Deze pil moet één keer per week gegeven worden.
Het nadeel van deze pil is dat er bij langdurig gebruik vervelend bijwerkingen kunnen optreden.
Er is ook een 'prikpil', maar bij deze hormooninjectie is de kans op bijwerkingen nog veel groter.
De poezenpil is een aardige tijdelijke oplossing maar als definitief geen nestje gewenst is,
is een operatieve ingreep meer voor de hand liggend.
terug
De kattenpil - de prikpil
Een verantwoordelijke katteneigenaar doet aan geboortecontrole.
De veiligste manier is het castreren van katers en poezen.
Men spreekt meestal onterecht van steriliseren van poezen.
Een sterilisatie houdt in dat de eierstokken afgebonden worden.
Meestal verwijdert men de eierstokken ; dat noemt 'castratie'
Poezen kunnen echter ook de pil krijgen.
De kattenpil is in tabletvorm, de prikpil is een inspuiting.
De kattenpil bevat het vrouwelijk hormoon progesteron.
De bijwerkingen van progestagenen zijn niet gering. Mogelijke problemen zijn:
1. Baarmoederontsteking: endometritis (ontstekingen) en cystenvorming
2. Suikerziekte
3. Het ontstaan van melkkliertumoren
4. Een verlengde dracht
5. De poes wordt dikker
6. Gedragsveranderingen
1. Baarmoederontsteking: endometritis en cystenvorming
Het baarmoederslijmvlies kan veranderen. Normaal is dit mooi glad maar bij toedienen van progestagenen kunnen er cysten en weefselwoekeringen optreden in het slijmvlies.
Een vruchtje dat aankomt in een dergelijke baarmoeder, kan zich moeilijk implanteren, krijgt dan moeizaam voeding via het slijmvlies en zal meestal afsterven.
Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid bij de poes.
De veranderde baarmoederwand heeft een duidelijk verminderde afweer en dat kan baarmoederontstekingen tot gevolg hebben.
Bij een baarmoederontsteking kan er veel etter aanwezig zijn in de baarmoeder. Vaak vloeit er etter uit de vulva.
Indien er niet adequaat ingegrepen wordt, kan dit levensbedreigend zijn.
Een baarmoederontsteking kan optreden bij jonge poezen door de poezenpil op te jonge leeftijd te geven. Jonge poezen zijn heel gevoelig voor progesteron.
Het is niet exact bekend hoelang een prikpil werkt. Dat varieert van een paar maanden tot een paar weken.
Dus weet men eigenlijk nooit wanneer men de volgende moet geven.
Het is absoluut te vermijden de pil te geven tijdens de krolsheid ! Dat geeft een verhoogde kans op baarmoederontsteking.
Als je de krolsheid goed kan zien aankomen een paar dagen op voorhand, kan je de pil wel toedienen.
Als je alleen op dergelijke momenten de pil geeft, zal het aantal krolsheden serieus verminderen.
De totale dosis op jaarbasis is dan minder, idem met de bijwerkingen van de pil.
2. Suikerziekte
Suikerziekte ontstaat niet rechtstreeks door het progesterongehalte maar wel door de glucocorticosteroïden, dit zijn hormonen die geproduceerd worden door de bijnierschors.
Suikerziekte heeft heel typische kenmerken: de poes gaat veel drinken, veel plassen en de eetlust is vooral in het begin verhoogd, terwijl de poes toch vermagert.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van een verkleurende strip om te zien of er suiker in de urine aanwezig is.
3. Het ontstaan van melkkliertumoren
Bij het optreden van tumoren van de melkklieren moet men onderscheid maken tussen jonge poezen en poezen van middelbare en oudere leeftijd.
Bij een poes, jonger dan een jaar, kan het fibroadenomatose-syndroom opgewekt worden.
Bij de poes van middelbare of oudere leeftijd is er bij melkkliertumoren vaak sprake van carcinomen, dit zijn kwaadaardige tumoren.
Er is en duidelijke relatie tussen progestagenen en tumoren: als de poes nog voor de eerste krolsheid gecastreerd wordt, is de kans op tumoren van de melkklieren heel klein.
4. Een verlengde dracht
Het gebeurt wel eens dat de prikpil gegeven wordt als de poes reeds drachtig is.
Bij het geven van een prikpil injecteert men progestagenen : gedurende de hele ‘werkzame periode’ blijft de progesteronspiegel in het bloed hoog.
Indien de poes reeds drachtig was zal er een verlengde drachtigheid optreden want de bevalling gebeurt pas als het progesterongehalte in het bloed laag genoeg is.
Bij de poezenpil daarentegen is het progesterongehalte minder lang hoog. Als de poes drachtig blijkt te zijn, kan men gemakkelijker stoppen met de pil.
5. De poes wordt dikker
6. Er kunnen gedragsveranderingen optreden
Er zijn meer nadelen dan voordelen. Dus enkel indien men later nog wil fokken met de raskat zal men kiezen voor de kattenpil.
Een alternatief voor het toedienen van progesteron is het mechanisch stimuleren van de vulva van de poes.
Men kan de eisprong (alsook de progesteronfaze) inleiden door middel van een wattenstaafje.
De beste resultaten worden bereikt met drie keer met een half uur tussentijd.
De kans dat er een eisprong optreedt, is dan heel groot en er volgt dan de progesteronfase gedurende ongeveer 6 weken, tijdens welke periode ook geen krolsheid behoeft te worden verwacht. Dit betekent dat deze methode het aantal krolsheden per jaar aanzienlijk beperkt.
terug
Voorkomen van krolsheid
De poes heeft een zogenaamde geïnduceerde ovulatie:
er zijn uitwendige prikkels nodig zijn om te komen tot een ovulatie (= eisprong).
De poes een poly-oestrisch dier (poly = vaak, oestrisch = dekbereid). De poes is heel vaak dekbereid.
15 krolsheden per jaar komt voor.
Seizoengebonden krolsheid
Een poes heeft een seizoensgebonden cyclus. De meeste poezen zijn alleen in lente en zomer krols.
Meestal komt in de winterperiode geen krolsheid voor.
Deze seizoenbinding wordt veroorzaakt door de verminderde hoeveelheid licht in de wintermaanden.
Katten die binnenshuis gehouden worden kunnen het hele jaar door krols worden.
Met krolsheid gaan oestrogeenpieken in het bloed gepaard.
Kunstmatige licht draagt bij tot het bevorderen van oestrogeenpieken en dus tot het optreden van krolsheid.
In principe is dus een minimum aantal uren licht nodig om te komen tot krolsheid.
Geïnduceerde ovulatie
Een poes heeft een geïnduceerde ovulatie. Dat betekent dat er een uitwendige prikkel nodig is om een eisprong te hebben.
De dekkingen zelf zorgen voor de prikkel. De prikkeling op zich kan ook kunstmatig veroorzaakt worden.
Het slijmvlies van de vagina kan gestimuleerd worden met een wattenstaafje.
Hoe dan ook vindt zich een mechanische stimulatie plaats. Hierbij wordt een signaal gestuurd naar de hypofyse.
Dit is het hersenaanhangsel dat hormonale processen in het lichaam regelt.
In de hypofyse wordt dan een hormoon afgescheiden dat verantwoordelijk is voor het optreden van de eisprong:
het luteïniserend hormoon (LH).
De eisprong treedt niet standaard op na één dekking: er zijn vaak meerdere dekkingen nodig om tot een eisprong te komen.
Bij elke dekking is er een verhoging van het LH-gehalte in het bloed en dit moet een bepaald niveau bereiken om een eisprong te krijgen.
Het is van belang dat bij elke krolsheid er zoveel mogelijk dekkingen zijn ( laten we aannemen minstens 6 ).
Zo zijn de LH-pieken hoger en breder en is er meer kans tot een eisprong.
Dat betekent dat als er gefokt wordt met een poes, het van belang is dat de poes vaker gedekt wordt om de kans op dracht zo groot mogelijk te maken.
Voorkomen van krolsheid
Hetzelfde kan bereikt worden via meerdere prikkelingen door stimulatie met behulp van een wattenstaafje.
Hierbij brengt men het wattenstaafje in de vulva van de poes.
De beste resultaten worden bereikt met drie keer met een half uur tussentijd.
De kans dat er een eisprong optreedt, is dan heel groot.
Een eisprong geeft aanleiding tot een stijging van het progestrongehalte in het bloed.
Het progesteron wordt ook het zwangerschapshormoon genoemd; dit hormoon zorgt ervoor dat de dracht in stand gehouden wordt.
Gedurende de hele drachtigheid van de poes (± 64 dagen) is er een verhoogd progesterongehalte in het bloed.
Dekkingen door een onvruchtbare kater en stimulaties met een wattenstaafje leiden ook tot een eisprong.
Ook in deze gevallen stijgt het progesterongehalte maar de poes wordt niet drachtig.
De progesteronfase is dan veel korter dan bij de drachtige poes: ongeveer 6 weken.
Tijdens periodes van verhoogd progestrongehalte treden er geen krolsheden op.
De stimulatie aan de hand van een wattenstaafje is dus een manier om de frequentie van krolsheden te verminderen.
Verder kan krolsheid voorkomen worden door toedienen van de poezenpil of door castratie.
•    De poezenpil  : het toedienen van progestagenen,
dit zijn stoffen die afgeleid zijn van het lichaamseigen progesteron dat ervoor zorgt dat er geen krolsheid optreedt.
•    De castratie  : het verwijderen van de eierstokken
(wordt vaak verkeerd sterilisatie genoemd; dit is het afbinden van de eileiders.
Dit wordt normaal nooit bij katten uitgevoerd)
Enkel de eierstokken verwijderen is voldoende.
Vroeger verwijderde men de baarmoeder omdat men vreesde voor een baarmoederontsteking later.
Dit kan echter enkel voorkomen door de eierstokken die progesteron aanmaken of als men de poezenpil toedient.
Socialisatie